Acht op de tien gemeenten vrezen voor een kleiner en duurder aanbod voor buitenschoolse opvang. Dat blijkt uit een rondvraag van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG).
Steden en gemeenten vrezen voor duurdere buitenschoolse opvang: "Verwachtingen vanaf 2026 hoger, subsidies veel lager"
Het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA-decreet) geeft lokale besturen de opdracht om uiterlijk vanaf 2026 samen met allerlei partners een opvang- en vrijetijdsaanbod voor schoolkinderen op poten te zetten. Op die manier worden de ontwikkelingskansen van kinderen vergroot en de combinatie werk/opleiding en gezin voor ouders vergemakkelijkt.
Hoe wordt op dit moment de buitenschoolse opvang ingevuld? Nu krijgen aanbieders van buitenschoolse kinderopvang vanuit Vlaanderen subsidies om de opvang te organiseren. Die opvang nu bestaat uit bijvoorbeeld huiswerk maken en spelen.
Vanaf 2026? Het komt erop neer dat er hobby's worden georganiseerd in de opvang. De bedoeling is dat er meer vrijetijdsaanbod naar de kinderen gaat. Concreet: kinderen die de muziekschool niet halen, omdat de ouders hen niet kunnen brengen, blijven nu gewoon in de opvang. Vanaf 2026 zouden er dan muzieklessen zijn in de opvang.
Een positieve zaak volgens de VVSG, maar het probleem zit bij de financiering. Waar subsidies voorheen naar aanbieders van opvang gingen, gaan die vanaf 2026 via een nieuwe berekening naar de gemeente. Door een herverdeling van de middelen krijgen sommige gemeenten meer geld, maar op veel plaatsen is dat veel minder.
Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten: "Niet doenbaar om voor- en naschoolse opvang te organiseren met dit budget"
Bedrag verhalen op de ouders?
Acht op de tien lokale besturen vrezen dan ook dat het bedrag onvoldoende zal zijn om de doelstellingen van het decreet te realiseren, drie op de tien verliezen zelfs meer dan 40 procent van de middelen. "De verwachtingen zijn vanaf 2026 veel hoger, het subsidiebedrag veel lager. Een uitdagend en gevarieerd aanbod voor buitenschoolse opvang en activiteiten ontwikkelen en effectief implementeren, kost geld", aldus VVSG-voorzitter Wim Dries.
Tal van steden en gemeenten investeren nu ook al zelf in buitenschoolse opvang en zullen dit ook blijven doen. Toch overweegt de helft van de steden en gemeenten vanaf 2026 andere maatregelen. Twee op de vijf denken de ouderbijdragen te moeten verhogen, terwijl ongeveer één op de zes overweegt de openingsuren te beperken of het aantal kinderbegeleiders terug te schroeven.
De VVSG vraagt Vlaanderen dan ook de concrete berekening van wat nodig is om de doelstellingen uit het decreet te realiseren, een financieel groeipad en duidelijkheid over de subsidiebedragen. Het is niet toevallig dat de steden en gemeenten vandaag aan de alarmbel trekken, want vanmiddag zit de Vlaamse regering opnieuw samen over de begroting.


