Bij de vorige Vlaamse begroting werd er 115 miljoen euro extra uitgegeven aan de kinderopvang. Per jaar gaat er meer dan 800 miljoen euro naar de sector. Toch lijkt het dweilen met de kraan open, want het personeelstekort blijft even groot en er is nog altijd een plaatstekort. Hoe is die 115 miljoen extra het afgelopen jaar geïnvesteerd en wat leverde dat tot nu toe op?
Vorig jaar kreeg kinderopvang 115 miljoen extra: wat heeft dat geld opgeleverd?
Met de nieuwe begrotingsgesprekken in het vooruitzicht, herleeft de hoop in de kinderopvang dat er dit jaar fors geïnvesteerd zal worden in de sector. Maar Vlaams minister van Begroting Matthias Diependaele (N-VA) temperde vorig week al de verwachtingen van coalitiepartner CD&V voor extra investeringen in de kinderopvang.
Extra investeringen zijn volgens de minister niet uitgesloten, maar volgens hem moet het subsidiëringssysteem herbekeken worden: "De verschillen tussen subsidies voor gezinsopvang en groepsopvang zijn (te) groot. Hoe we dat bekijken en willen bespreken, zal deel uitmaken van de nakende begrotingsbesprekingen met de coalitiepartners. Tenslotte willen we dat werkende ouders meer voorrang krijgen. Die voorrang bestaat in theorie, maar wordt in praktijk te weinig toegekend", aldus minister Diependaele.
Minder plaatsen voor kinderen
Van de 115 miljoen euro extra die vorig jaar begroot werd door Vlaanderen ging er 15 miljoen naar het creëren van extra plaatsen. Het leeuwendeel van het geld, 92 miljoen, ging naar het verhogen van subsidies in bepaalde kinderdagverblijven zonder of met een basissubsidie en het gelijktrekken van de arbeids- en loonvoorwaarden van inkomensgerelateerde kinderdagverblijven.
Er werd ook een oproep gelanceerd voor de omschakeling van plaatsen met de basissubsidie (trap 1) naar de inkomensgerelateerde subsidie (trap 2). Dat zijn plaatsen waarbij de prijs per dag afhangt van het loon van de ouders. Uiteindelijk werden er 3.411 plaatsen toegekend, maar voor 6.000 andere plaatsen werd geen geld gevonden.
Vlaams minister van Volksgezondheid Hilde Crevits (CD&V): “De regering heeft beslist om bij de budgetcontrole in april geen enkele meervraag goed te keuren. Mijn vraag blijft daarom op tafel liggen om bij de komende begrotingsbespreking de overige aanvragen goed te keuren.”
Ondanks de forse investering, zien we de laatste drie jaar een daling van het aantal beschikbare plaatsen. Eind 2022 waren er 93.892 plaatsen in de kinderopvang, eind 2021 waren dat er nog 95.551. Minister Crevits: "De daling komt er voornamelijk door een daling van de totale plaatsen in de gezinsopvang, een evolutie die al heel wat jaren aan de gang is. Maar ook door het hoger aantal schorsingen en sluitingen die er waren in 2022 in de nasleep van de wantoestanden in enkele kinderdagverblijven."
Voor het eerste kwartaal van 2023 is er opnieuw een lichte stijging te zien in het aantal plaatsen. Het is nog afwachten of die stijging zich verder zal zetten in de rest van het jaar.
Blijvend personeelstekort
Ook het personeelstekort is een blijvend probleem. Vorig jaar waren er eind augustus 925 openstaande vacatures voor kindbegeleiders. In augustus van dit jaar waren dat er 924. Dat ligt volgens het werkveld aan de werkdruk die nog steeds veel te hoog is waardoor de job onaantrekkelijk is. Michel Vandenbroeck, professor gezinspedagogiek aan de Universiteit Gent: "Maar liefst twee derde van de laatstejaars kinderzorg geeft aan niet te willen werken in de sector, maar liever verder te studeren. De hoge werkdruk en het gebrek aan loopbaanperspectief schrikken jongeren af."
Ann De Moor en Britt Stuckens van Kinderdagverblijf de Ketjes in Brussel blikken terug op een jaar dat nog moeilijker was als de vorige: "Het afgelopen jaar was het ontzettend moeilijk om geschikt personeel te vinden. De uitval van personeel was groot door de hoge werkdruk, waardoor sommigen onder hen de job fysiek niet meer aankonden. Anderzijds is Brussel de laatste maanden niet al te positief in het nieuws gekomen, waardoor mensen minder geneigd zijn om bij ons te komen werken."
De hoge werkdruk en het gebrek aan loopbaanperspectief schrikt jongeren af.
Michel Vandenbroeck, professor Gezinspedagogiek UGent
Kindbegeleider is al jaren een knelpuntberoep. VDAB waarschuwt dat ze vrezen dat het tekort enkel zal toenemen: “Het kwantitatieve tekort kan vanaf 2024 groter worden gezien de ingang van enkele verstrengde kwalificatievereisten, zoals het beschikken over een relevant certificaat, attest, diploma of getuigschrift. Er zijn een aantal uitzonderingen op de nieuwe vereisten, bijvoorbeeld voor begeleiders met een aantal jaren ervaring."
Naast het kwantitatieve tekort speelt ook de wijzigende inhoud van het beroep een rol: begeleiders kinderopvang hebben steeds vaker competenties nodig zoals het kunnen omgaan met diversiteit en het stimuleren van taalontwikkeling.
9 is teveel
Aan de kind-begeleiderratio is het afgelopen jaar nog niets veranderd. Kindbegeleiders moeten nog altijd voor maximaal 9 kinderen zorgen.
Op vraag van de parlementaire onderzoekcommissie in de zomer van 2022 gaf minister Crevits de opdracht aan het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin om een internationale benchmark over de kind-begeleider ratio te maken. Zes maanden lang vergeleken onderzoekers de kinderopvang in Vlaanderen - met die in zes andere landen en Wallonië. De conclusie: nergens moeten kindbegeleiders voor zo veel kinderen zorgen als in België. Bovendien zijn de leefgroepen – maximaal achttien kinderen – ook groter dan in de andere landen.
Begin juli presenteerde de minister de resultaten in de commissie kinderopvang.
Ouders en kindbegeleiders: "Het is nu of nooit"
Kinderdagverblijf de Ketjes was ook één van de voortrekkers van de vele acties het afgelopen jaar. Ze werkten samen met de groep "De eerste 1.000 dagen" mee aan het "Marshallplan voor de kinderopvang" waarmee de sector vorig jaar naar de Vlaamse regering trok. Ze willen een totaalaanpak van het probleem.
Maar een goed jaar later, is de sfeer minder strijdlustig. Momenteel staan er dan ook geen nieuwe acties gepland. Britt Stuckens van De Ketjes: "We voelen bij onszelf, maar ook bij de andere kinderdagverblijven dat het geloof in verandering weg is. Elk kinderdagverblijf spartelt verder en er is geen energie meer over om actie te voeren. En zelfs als we het zouden doen: wat haalt een actie van 1 dag nog uit? Eigenlijk zouden we alle kinderdagverblijven een langere tijd moeten sluiten, maar daar is te weinig bereidheid voor."
Professor Michel Vandenbroeck erkent dat de 115 miljoen extra voor heel wat kinderdagverblijven die al subsidies kregen niets betekend heeft: "Veel kinderdagverblijven die al inkomensgerelateerd (trap 2) waren, hebben niets van die extra pot geld gezien. Maar ook zij zien heel wat uitval van personeel door de hoge kind-begeleiderratio. Mensen in de sector zijn bijzonder benieuwd naar wat er in de Septemberverklaring zal staan. We weten allemaal dat de crisis dit jaar niet opgelost zal zijn, maar het is wel zo dat de hele sector wacht op een substantiële stap vooruit die perspectief geeft. Ik vrees als dat nu niet gebeurt dat er aantal mensen echt mee zullen stoppen.”
Het gaat hier dus louter om politieke wil én keuzes. De vraag is niet: "is er geld?", maar wel: "hoe spenderen we het?"
Heleen Struyven, Crisiskabinet Kinderopvang
Bij het "Crisiskabinet Kinderopvang", de groep van ouders die vorig schooljaar zo goed als elke woensdag naar het Vlaams Parlement trok om de crisis aan te kaarten, zijn ze duidelijk. Heleen Struyven: "De Vlaamse regering weet goed genoeg dat ze legislatuur na legislatuur de normen voor de kinderopvang systematisch heeft verlaagd, om op zo’n goedkoop mogelijke manier plaatsjes bij te kweken. De gevolgen daarvan zijn voor jonge ouders en de sector de afgelopen jaren hartverscheurend geweest."
De conclusie is volgens Struyven dan ook glashelder: "Het is nu of nooit. Wij verwachten niks anders dan historische structurele maatregelen. Het gaat hier dus louter om politieke wil én keuzes. De vraag is niet: "is er geld?", maar wel: "hoe spenderen we het?"
Meer transparantie en controle
Toch zijn er ook een aantal positieve veranderingen te noteren. Na de vele wantoestanden in kinderdagverblijven, was de nood aan betere opvolging en transparantie groot. Van de 115 miljoen extra budget ging er een deel naar het Agentschap Opgroeien. Daardoor konden zij extra dossierbeheerders aanwerven, waardoor de werklast beter verdeeld wordt en de opvolging nauwkeurig kan gebeuren.
Ook de Zorginspectie, die instaat voor de controle van de kinderdagverblijven, kreeg extra middelen. In september 2022 waren er 29 zorginspecteurs aan het werk in de sector. Op dit moment zijn er 48 inspecteurs aan de slag. Vanaf 6 november zullen dat er 57 zijn.
Er is ook hard gewerkt om het vertrouwen van ouders terug te winnen. Door de verschillende wantoestanden die aan het licht kwamen, is de nood aan transparantie en communicatie groter geworden. Om daaraan tegemoet te komen staan sinds december 2022 de inspectieverslagen van kinderdagverblijven online.
Sinds juni 2023 kan je via de ‘kinderopvangzoeker’ ook nagaan of een kinderdagverblijf in een ‘handhavingstraject’ zit. Zo'n handhavingstraject betekent dat er een tekort is vastgesteld bij een kinderdagverblijf. Dat kan gaan van kleinere administratieve tekorten tot ernstigere klachten. Vanaf nu zullen ouders dus ook makkelijker te weten kunnen komen wat er precies aan de hand is. Indien er niet aan de tekorten wordt gewerkt, kan een kinderdagverblijf tijdelijk geschorst of definitief gesloten worden.





