Vervoersmaatschappij De Lijn beroert de laatste weken de gemoederen. Het schrappen van heel wat haltes en lijnen valt niet in goede aarde, en ook de problemen rond het leerlingenvervoer voor kinderen uit het buitengewoon onderwijs roepen vragen op. In “De zevende dag” schuiven kijkers aan tafel met bevoegd minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open VLD). We lichten hieronder enkele opvallende fragmenten uit het panelgesprek uit.
Waarom worden haltes geschrapt? En wat met de beloftes over leerlingenvervoer? Kijkers leggen hun vragen voor aan minister Peeters
"Door het afschaffen van buslijnen en -haltes worden (oudere) mensen in isolement geplaatst", "mijn invalide vrouw moet 1,5 km langs een gevaarlijke weg stappen om de nieuwe stopplaats te bereiken" en "mijn dochtertje zit twee uur op de bus op weg naar school": een kleine greep uit de mailbox van "De zevende dag" toont dat heel wat mensen met vragen en klachten zitten over vervoersmaatschappij De Lijn.
Enkele kijkers schuiven mee aan tafel om hun opmerkingen en suggesties voor te leggen aan bevoegd minister Lydia Peeters van Open VLD.
Waarom worden onze haltes en lijnen geschrapt?
De inwoners van Raversijde, een gehucht in badplaats Oostende, zijn teleurgesteld en boos op De Lijn. Sinds 1 juli is de enige bushalte in het centrum van hun wijk geschrapt. Dat gebeurde in het kader van het decreet Basisbereikbaarheid, dat werd uitgewerkt in een nieuw vervoersplan van De Lijn.
De inwoners voelen zich afgesneden van de stad Oostende, de dichtstbijzijnde plek om dagelijkse inkopen te doen. Door de nieuwe regeling moeten ze naar een verdere halte stappen die aan een gevaarlijke weg ligt, en waar er slechts om het halfuur een bus vertrekt. Een andere halte, waar de frequentie hoger is, ligt nog verder.
Ook op andere plekken in Vlaanderen werden een heleboel haltes afgevoerd. Waarom, vragen onze kijkers zich af?
Het schrappen van bushaltes en -lijnen is een gevolg van de uitrol van het decreet Basisbereikbaarheid, legt Peeters uit. Het betekent dat er voortaan met een vraaggestuurd model wordt gewerkt.
Waar vroeger de nadruk lag op een groot aantal haltes op korte afstand, waarbij elke Vlaming op maximaal 750 meter van de eigen voordeur een bushalte had, wordt de focus nu verlegd. "Daar waar de vraag groot is, gaan we het aanbod enorm verruimen, de frequentie verhogen en extra ritten inzetten. Waar de vraag klein is, willen we gebruik maken van maatwerk, want we willen voor alle duidelijkheid op die plekken geen vervoersarmoede creëren", vertelt minister Peeters.
De nieuwe vervoersplannen van De Lijn werden goedgekeurd door zogenoemde "vervoersregioraden", waarin naast De Lijn ook lokale besturen vertegenwoordigd zijn. "Alle plannen zijn opgemaakt in samenspraak met de lokale besturen en goedgekeurd door de gemeenteraden. Iedereen heeft daar dus inspraak over gehad", verklaart Peeters. In totaal worden een 160-tal haltes geschrapt.
De uitrol van het nieuwe vervoersplan verloopt gefaseerd. De eerste fase ging op 1 juli van start, de volgende fase begint op 1 januari 2024. Abdellah Elkasmioui, vader van vier schoolgaande kinderen en werknemer bij De Lijn, maakt zich zorgen. Abdellah woont in Dilsen-Stokkem, de Limburgse gemeente waar Peeters tussen 2001 en 2018 zelf burgemeester was. Twee belangrijke buslijnen worden er in januari 2024 volledig geschrapt. Abdellah vreest voor de gevolgen voor oudere mensen, mensen met een beperking en de schoolgaande jeugd.
Volgens Peeters houdt het nieuwe vervoersplan rekening met de zorgen van Abdellah. Op de plekken waar bushaltes en -lijnen verdwijnen of veranderen, komen zogenoemde "flexpunten". Daar ligt de focus op maatvervoer.
"Het is absoluut niet zo dat we mensen in de kou laten staan. Het vervoer op maat vangt dat allemaal op. Waar de vraag klein is, zullen we met flexbussen voor maatvervoer zorgen", belooft Peeters.
Is een combiticket voor bus, tram en trein niet eenvoudiger en aantrekkelijker?
Het inzetten op zogenaamde "Hoppinpunten" vormt een ander belangrijk basisprincipe van het nieuwe vervoersplan van De Lijn. De punten focussen op combimobiliteit en moeten De Lijn moderniseren. Eenvoudigweg zal er gewerkt worden met overstapplaatsen en knooppunten waar verschillende vervoersmiddelen samenkomen. Trein, tram, bus, deelfiets, deelauto, flexvervoer... worden zo goed mogelijk op elkaar afgestemd.
"Via Hoppincentrales kunnen mensen hun ritten boeken en reserveren. Het hele verhaal zit nog in een overgangsfase, maar klantvriendelijkheid is echt de boodschap", verduidelijkt Peeters.
Verschillende kijkers vragen zich af of een combiticket, waarbij je slechts één ticket moet aankopen voor een trein-, tram- en busrit, niet gebruiksvriendelijker zou zijn. Naomi Cambien is er zelfs van overtuigd dat zo'n combiticket meer mensen zou kunnen overtuigen om het openbaar vervoer te gebruiken.
Volgens Peeters moet zo'n combiticket op termijn zeker mogelijk zijn, maar de tariefverschillen tussen de vier mobiliteitspartners De Lijn, de NMBS, de MIVB (Brussel) en de TEC (Wallonië) maken dat niet zo eenvoudig.
"Er zijn vier partners die allemaal hun eigen beleid en eigen tarieven hanteren", verduidelijkt Peeters. "We zouden kunnen zeggen: we maken tabula rasa en iedereen gebruikt hetzelfde tarief. Maar dat is niet zo evident." Toch is de minister hoopvol. "Momenteel is er een werkgroep bezig met dit thema, en we hopen snel uitsluitsel te krijgen."
Waarom blijft de reistijd voor leerlingen uit het buitengewoon onderwijs een probleem?
Met de start van het nieuwe schooljaar komen ook de problemen met het leerlingenvervoer in het buitengewoon onderwijs opnieuw onder de aandacht. Minister Peeters maakte de belofte dat een enkele rit niet langer dan 90 minuten zou mogen duren.
Ook Camille heeft recht op het gratis leerlingenvervoer. Ze is 4 jaar en heeft een mentale en fysieke beperking. Ze volgt les op een school voor buitengewoon basisonderwijs in Brugge. Haar mama Valentina Vertriest stelt zich vragen bij de organisatie van het leerlingenvervoer naar school. "Ik wil de stem zijn van de kinderen die het zelf niet kunnen zeggen", vertelt ze in "De zevende dag".
Sinds dit schooljaar maakt het gezin gebruik van de vervoersdienst. Zelf Camille naar school brengen is niet langer houdbaar en combineerbaar met een fulltime job. Bovendien had de school hen gegarandeerd dat de reistijden beperkt zouden blijven. Op 1 september bleek echter dat Camille meer dan 2 uur heen en 2 uur terug onderweg was. Dat is ver boven de 90 minuten.
Ondertussen werd er via de school een oplossing gevonden. Haar ouders zetten Camille af bij een andere leerling van dezelfde school, waar ze dan beiden worden opgepikt door een schoolbus. Hierdoor is Camille in totaal maar 1 uur per rit onderweg. Toch vraagt mama Valentina haar af waarom de beloofde maximumreistijd van 90 minuten zo moeilijk haalbaar blijft.
Peeters erkent dat de lange reistijden in het buitengewoon onderwijs een probleem blijven. Volgens de minister is de situatie de laatste jaren wel verbeterd. "In september 2021 waren er 34.000 leerlingen die vervoerd moesten worden. Daarvan zat 20 procent langer dan 90 minuten op de bus. In september 2023 zijn er 45.000 kinderen die we moeten vervoeren, dat zijn 11.000 kinderen meer. 5 procent van die leerlingen zit langer dan 90 minuten op de bus", legt ze uit.
Daarnaast pleit de minister voor een integrale aanpak. "We moeten het onderwijsaanbod uitbreiden, en dat is niet mijn bevoegdheid. Voor sommige onderwijstypes in het buitengewoon onderwijs heb je slechts één school per provincie. Natuurlijk heb je dan lange afstanden te overbruggen."
Op het voorstel van mama Valentina om niet langer alle kinderen aan huis op te halen, maar de ouders te laten afspreken op één verzamelplaats, reageert de minister positief. Op die manier zou de reistijd voor iedereen beperkt kunnen worden. Volgens mama Valentina zouden veel ouders uit het buitengewoon onderwijs hieraan willen meewerken.
"Ik ben heel blij dat u die suggestie doet. Ik vind het een hele goede suggestie. In verschillende pilootprojecten werken we al op die manier", reageert de minister.
Toch ziet Peeters ook moeilijkheden en uitdagingen om die aanpak in de toekomst te realiseren. "Eigenlijk moet je echt het maatwerk en de zorgnoden voor elk kindje in kaart kunnen brengen. Daarvoor moet je het onderwijsdecreet aanpassen. Maar vanuit mijn bevoegdheid van mobiliteit kan ik dat niet. Toch moeten we daar tot een fundamentele oplossing komen", concludeert ze.








