Nooit eerder sinds het begin van de metingen was een maand zo warm als juli 2023. En de hitte beperkt zich niet enkel tot het land. Ook de temperatuur van het oceaanwater blijft records breken, en aan de Zuidpool is er minder zee-ijs dan ooit gemeten. De gevolgen van de klimaatverandering en het weerfenomeen El Niño versterken elkaar.
Alle klimaatalarmen op rood: juli warmste maand ooit gemeten, ook temperatuur oceaanwater breekt alle records
De maand juli is het spiegelbeeld geworden van de eerste week. Die was de warmste week ooit gemeten op aarde. En de maand juli is ook de warmste maand geworden die ooit gemeten is, zowel op land als in zee. Dat blijkt uit het nieuwste maandrapport van de Europese klimaatdienst Copernicus, dat vandaag verschijnt.
In juli 2023 was het gemiddeld 16,95 graden Celsius. Daarmee werd het hitterecord van 2019 gebroken, toen het 0,33 graden Celsius "koeler" bleef, ook al in juli. Juli 2023 werd ook 1,5 graden Celsius warmer dan een gemiddelde julimaand tussen 1850 en 1900, zeg maar de pre-industriële tijden voor de klimaatopwarming zich begon door te zetten. Zuid-Europa kreeg een resem hittegolven te verwerken, maar het werd ook bovengemiddeld warm in Zuid-Amerika (waar het momenteel winter is) en grote delen van de Zuidpool.
Grote delen van Europa bleven gevangen in hetzelfde weerpatroon. Terwijl het rond de Middellandse Zee en in zuidoost-Europa droger was dan gemiddeld, was het noordoosten natter dan normaal.
En de opwarming van de aarde laat zich niet enkel op land voelen. Als ze het konden, zouden de zeeën zweten. Al sinds april warmt een extreme hittegolf het oceaanwater op. In juli was het oppervlaktewater maar liefst een halve graad Celsius warmer dan gemiddeld de voorbije dertig jaar. In het noorden van de Atlantische Oceaan piekt het zeewater zelfs een volle graad boven de gemiddelde temperatuur voor juli. Ook onder andere de Middellandse Zee is veel warmer dan normaal.
Geen goed nieuws, want hoe warmer de oceaan, hoe minder CO₂ hij kan opnemen. De oceaan vangt nu al het grootste stuk van de door de mens uitgestoten broeikasgassen op.
En dan is er nog het zee-ijs aan de Zuidpool. Antarctica bleef tot nu toe grotendeels gespaard van de klimaatverandering, maar ook daar lijkt er iets te veranderen. Het is er nu winter, en het zee-ijs zou er moeten aangroeien. Maar sinds het begin van de satellietmetingen was er nooit minder zee-ijs tijdens een julimaand dan deze zomer. De Noordpool doet het dan weer iets beter: daar was er in juli slechts iets minder zee-ijs dan gemiddeld. Aan de kust van Noord-Siberië werd er zelfs meer zee-ijs opgemeten dan gemiddeld.
"Deze records hebben ernstige gevolgen voor zowel de mens als de planeet, die blootgesteld worden aan steeds frequentere en extremere weersomstandigheden", zegt Samantha Burgess, vicedirecteur van Copernicus. "Dit toont nog maar eens hoe dringend er ambitieuze inspanningen moeten gedaan worden om de broeikasgassen wereldwijd terug te dringen. Die zijn de belangrijkste oorzaak van deze records."
2023 kan warmste jaar ooit worden
En er is nog een belangrijke, symbolische reden waarom die julirecords belangrijk zijn.
"Voor het eerst zijn we boven de symbolische grens gegaan van 1,5 graden Celsius opwarming tegenover pre-industriële tijden", merkt Niels Souverijns op. Hij is klimatoloog en onderzoeker aan het Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek VITO. "In het klimaatakkoord van Parijs is beslist dat we de opwarming van de aarde zouden beperken tot 1,5 graden. Maar in juli kregen we zelfs al bij 1,5 graden opwarming een hele hoop klimaatextremen: hittegolven bij ons en in Amerika, en extreme neerslag."
De records op land en zee verrassen Souverijns niet. "De temperatuur stijgt door de klimaatverandering. We krijgen een combinatie van de klimaatopwarming waar we zelf verantwoordelijk voor zijn en nog wat extra opwarming door El Niño."
Dat het zee-ijs aan de Zuidpool zo sterk afnam, dat had Souverijns dan weer niet verwacht. "Ik heb zelf onderzoek gedaan naar het zee-ijs in Antarctica. Dat bleef lang redelijk stabiel. Er was weinig afname. Maar dit jaar is er een extreme situatie met 15 tot 20 procent minder zee-ijs dan normaal. Dat kan er alleen maar op wijzen dat de klimaatverandering zich ook daar begint door te zetten." El Niño speelt daar wellicht dan weer minder, al moet dat nog verder onderzocht worden.
We moeten onze uitstoot zo snel mogelijk terugdringen naar nul, en ons tegelijk aanpassen aan de nieuwe situatie
Niels Souverijns, klimatoloog
Wat betekent dit nu voor de rest van het jaar? "Ik heb net de laatste simulaties gezien. El Niño zal zich zeker doorzetten tot begin 2024. Die effecten zullen dus zeker de rest van het jaar blijven spelen. 2023 zou dus het warmste jaar ooit kunnen worden. Tot nu toe was dat 2016, ook een El Niño-jaar." Maar de laatste maanden van het recordjaar 2016 waren relatief koel, terwijl de rest van dit jaar warmer belooft te worden. "De kans bestaat dat we ook op het zuidelijke halfrond nog extreme weersituaties zullen meemaken."
Welke lessen moeten we nu trekken uit de voorbije extreme weermaand? "De situatie is wat ze is. We zullen moeten leren leven met klimaatopwarming die voor meer extremen zal zorgen. Verder moeten we zo snel mogelijk onze uitstoot van broeikasgassen terugdringen. Maar dat kan natuurlijk niet op één-twee-drie. We zullen ons dus moeten aanpassen aan die nieuwe situaties zoals extreme hitte en grote neerslag-events."
Wat betekent dat voor ons? "Steden zijn veel gevoeliger voor hoge temperaturen. Die moet je voorzien van voldoende groen en waterpartijen. Dat kan de temperatuur wat doen dalen en hittegolven draaglijker maken voor mensen die in steden leven."



