Deze zomer lost Radio2 elke week een mysterie op. Lisa Dewulf wil graag weten hoe een brief uit de Tweede Wereldoorlog achter drie lagen behangpapier is beland in haar huis in Dendermonde. De brief is verstuurd naar een adres in Molenbeek en blijkt uit een werkkamp in Duitsland te komen. Ligt het antwoord van het mysterie daar? Of, weet de allereerste bewoner van het huis meer?
Mysteries van Vlaanderen: hoe belandt een oorlogsbrief achter het behang in Dendermonde? (deel 2)
Radio2 ontrafelt de hele zomer lang mysteries uit Vlaanderen en Brussel. Met de hulp van luisteraars en experten proberen mysteriejagers Sam De Meulder en Ward Schouppe het antwoord te vinden op geheimzinnige verhalen.
Lisa Dewulf uit Sint-Gillis, bij Dendermonde, wil graag weten hoe een brief van 80 jaar oud bij haar achter het behangpapier is opgedoken. Ze vond hem tijdens verbouwwerken enkele jaren geleden. Op de brief staan leesbare adressen - uit Molenbeek en Duitsland - en namen. De verzender is een zeker Jacques Triffaux en de bestemmeling lijkt Jeanne Biesemans. In de brief echter spreekt Jacques Irène Biesemans aan. Zij blijkt de dochter van Jeanne en de kersverse echtgenote van Jacques.
"Het koppel trouwde op 23 juni 1943 en ging samenwonen in het ouderlijke huis van Biesemans in Sint-Jans-Molenbeek. De man woonde eerder in Schaarbeek en werd geboren in Vichy, in Frankrijk", vertelt Olivier Ronquetti van de gemeente. De brief is vier maanden na het huwelijk verstuurd. Jacques zit dan in Duitsland, Irène is achtergebleven in Molenbeek. De liefde is pril, zo blijkt. "Ik mis je meer dan gisteren, maar minder dan morgen", schrijft Jacques. Het is niet de eerste brief, in de linkerbovenhoek staat '32'.
Het werkkamp
De brief is op 25 oktober 1943 geschreven en op dezelfde dag al afgestempeld in Duitsland. Het adres van de afzender is 'Lager Sportplatz, Torgauerstrasse 74, Leipzig'. Remco Bruijnje, die het verhaal op VRT NWS las, herkent het adres en neemt contact op. "Ik denk dat de schrijver in een Duits werkkamp zat. Mijn beide grootvaders zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog ook verplicht tewerkgesteld. Eentje zat in Leipzig, op een andere plek. Verplichte arbeid was gangbaar toen. De term 'Lager' werd gebruikt voor werkkampen. Het leven was er hard, maar de arbeiders konden wel relatief vrij bewegen en verdienden zelfs wat geld. Het is niet te vergelijken met een concentratiekamp." Bruijnje verwijst naar de Dienst Oorlogslachtoffers van het rijksarchief. "Daar moet een dossier liggen over Jacques."
"In dit archief bewaren we documenten over burgerslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog", zegt archivaris Gert De Prins. "Het gaat om politieke gevangenen, verzetslui, slachtoffers van bombardementen én mensen die verplicht tewerkgesteld zijn." Over Jacques vindt De Prins niet meteen iets op de officiële lijst. "Dat betekent dat hij na de oorlog geen erkenning heeft aangevraagd." Een verdere zoektocht, op basis van de naam en het kamp in Leipzig, levert wél iets op. "Een documentendossier"
Gert De Prins van het rijksarchief gaat op zoek naar het dossier over Triffaux
Het dossier bevat niet heel erg veel informatie. Er zitten verschillende vragenlijsten in, een beschrijving van Jacques en een uitreisdocument van gemeente Sint-Jans-Molenbeek. Jacques moet zich begin juli melden voor vertrek naar Duitsland. Hij kan het, met een doktersbriefje - dat ook in het dossier zit - nog vier dagen rekken. Op 8 juli, twee weken na zijn huwelijk, moet hij in Schaarbeek de trein op naar Duitsland voor verplichte arbeid. Hij is dan 22. Op de documenten, in het Frans, Nederlands en Duits, staat dat hij geschikt is voor zwaar werk. Twee dagen na zijn vertrek, is Jacques al aan de slag in een Duitse fabriek.
De leefomstandigheden waren slecht, zeker de Belgen kwamen daar soms tegen in opstand
Anne Friebel, Gedenktstätte Zwangsarbeit in Leipzig
Ook Xavier Van Dessel las het verhaal op VRT NWS. Hij is mee op zoek gegaan en heeft ontdekt dat Jacques in de firma Köllman Werke AG werd ondergebracht. Dat wordt bevestigd door het Duitse museum over verplichte tewerkstelling. "We hebben inderdaad documenten over Jacques in dat werkkamp", zegt Anne Friebel van Gedenkstätte Zwangarbeit in Leipzig. "De firma maakte tandwielen voor auto's en vliegtuigen, later ook voor duikboten. Het bedrijf was belangrijk voor het Duitse leger en kan vanaf 1940 een beroep doen op 500 mensen die verplicht tewerkgesteld werden, niet alleen uit België, maar ook uit Frankrijk, Nederland, Polen, de Sovjet-Unie en Tsjecho-Slowakije. Die arbeiders woonden in barakken van het bedrijf, in een kamp. Er waren conflicten tussen de Duitsers en de Belgen. Zij kwamen soms in opstand tegen de slechte leefomstandigheden."
De brief van Jacques, uit oktober 1943, getuigt van de situatie die slechter wordt. "Ik ben naar het werk gegaan zonder eten", schrijft hij aan Irène. "Toen ik mijn voedselbonnen ging afhalen, zag ik dat het er minder waren." Het is een teken dat de omstandigheden er zwaarder worden. Radio2-luisteraar Sabine De Leye vindt in een nazi-archief online dat Jacques een tijdje later op verlof gaat naar België en niet meer terugkeert naar Duitsland. Hij verdwijnt op 10 maart 1944 en duikt onder. Dat is vijf maanden na de brief verstuurd is en enkele maanden voor het einde van de oorlog.
De familie
Of Jacques meteen terugkeert naar Molenbeek is onduidelijk. We weten wel dat hij de oorlog overleeft en met Irène blijft samenwonen op het adres waar de brief heen is gestuurd, tot 1955. Daarna verhuizen ze naar Brugge, kinderen komen er nooit. Irène had wel een broer, Guillaume, met kinderen. Misschien weten zij iets?
De familie Biesemans over nonkel Jacques en tante Irène
"Er was ruzie tussen Irène en mijn vader", vertelt Paula Biesemans. "Ik weet eigenlijk al lang niet meer waarom." Ook haar man kan niet verder helpen. "We zagen ze nooit en ze deden echt uit de hoogte." Ook de broer van Paula weet amper iets. "We noemden tante Irène madame Parijs, ze gedroeg zich alsof ze tot de jetset behoorde", zegt Jan Biesemans. "Ik vrees dat we niet echt zullen kunnen helpen"
Via de Radio2-app melden de voormalige buren van Irène en Jacques zich. "We kennen het koppel zeer goed. Ze zijn in de jaren 60 in onze straat komen wonen, hier in Brugge. Ze hadden weinig contact met hun familie. Het werden onze beste vrienden. Jacques was zelfs getuige op onze trouw. Hij werkte als vertegenwoordiger en zij naaide mooie kleren. Ze heeft er ook voor ons gemaakt. Ze waren geliefd in de buurt. Het waren heel fijne mensen, ze hadden een kleine schattige teckel. Ze zijn intussen al lang dood. Over een brief hebben ze nooit iets verteld, het zegt me niets."
De bewoners
Via Jacques en Irène, de schrijver van de brief en de bestemmeling, komen we voorlopig weinig bruikbare informatie te weten. Dan maar op zoek naar wie er allemaal in dat huis in Sint-Gillis, bij Dendermonde, gewoond heeft. Lisa Dewulf heeft er sowieso niets mee te maken, zij wil het mysterie oplossen. Greet Secelle was de vorige bewoner, maar zegt dat er al overal behang hing. Ze heeft dus zeker niets verstopt. "Ik heb er 12 jaar gewoond en heb het huis aangetroffen zoals de familie Bovyn het achtergelaten heeft."
Een zeker Marcel Bovyn heeft het huis in de jaren 30 laten bouwen. Dat staat op de verkoopakte die Lisa Dewulf doorspeelt. Hij moet er gewoond hebben op het moment dat de brief verstuurd is. Of, misschien verhuurde hij het toen aan iemand. We moeten die man, of familie van hem, vinden. Enkel zo lijken we dit mysterie nog op te kunnen lossen.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen




