Naar hoofdinhoud
Mia Mottley en Emmanuel Macron op eerdere ontmoeting in Parijs.

Franse president Macron en premier van Barbados Mottley zoeken geld voor het Zuiden op tweedaagse klimaattop

Vandaag begint in Parijs een tweedaagse top onder de vleugels van de Franse president Emmanuel Macron en de premier van Barbados, Mia Mottley. De ambitie is groot: de geldstromen tussen Noord en Zuid hertekenen. Want de schuldenberg van de ontwikkelende landen groeit, terwijl de kosten van de klimaatverandering hen boven het hoofd groeien. 

Vincent Merckx
Gepubliceerd:

Is het, tachtig jaar na het historische akkoord van Bretton Woods, niet eens tijd om er grondig aan te sleutelen? Die vraag staat vandaag en morgen op de agenda op een internationale top in Parijs. 

In 1944 werd in New Hampshire besloten dat de dollar de ruggengraat van het wereldwijde economische systeem zou worden. De twee belangrijkste financiële instellingen, de Wereldbank en het IMF, werden toen opgericht. Maar dat systeem loopt tegen zijn grenzen aan.

Daarom organiseert de Franse president Emmanuel Macron vandaag en morgen een internationale top samen met Mia Mottley, de eerste minister van Barbados. Waarom Mottley erbij betrokken wordt? Daarover later meer.

BEKIJK

Dringend gezocht: klimaatgeld

Want wat is het probleem nu precies? Dat ligt in het globale Zuiden. De landen onder de evenaar zijn immers de verliezers van Bretton Woods. 

De schulden groeien de ontwikkelende landen boven het hoofd. Zij hebben torenhoge schulden bij Westerse ontwikkelingsbanken. Tegelijk moeten ze aan drie crisissen tegelijk het hoofd bieden: de nasleep van corona, de oorlog in Oekraïne en de klimaatcrisis. Dat vraagt om véél investeringen. En geld dat ze niet hebben.

"Er zijn 54 landen die momenteel een hoge schuldenkwetsbaarheid hebben", schetst Femmy Thewissen, beleidsmedewerker economische rechtvaardigheid bij 11.11.11. "Dat leidt niet alleen tot problematische begrotingen, maar heeft ook zijn impact op de inwoners van die landen. Een land als Kenia bijvoorbeeld betaalt vijf keer zoveel aan de aflossing van schulden als aan zijn gezondheidszorg."

De wereld staat in een spreidstand. Terwijl het Zuiden de grootste kosten heeft, zit het meeste kapitaal geconcentreerd in het welvarende Noorden. In 2020 kreeg de helft van de wereld minder dan 15 procent van alle wereldwijde investeringen in hernieuwbare energie, becijferde het International Renewable Energy Agency.

De ontwikkelende landen zien met lede ogen aan hoe de Verenigde Staten met de protectionistische Inflation Reduction Act miljarden aan klimaatdollars in eigen land investeren, en Europa nadenkt over een eigen antwoord. De energietransitie dreigt dus een zaak van de rijke landen te worden, terwijl de armste landen het sterkst te lijden hebben door de klimaatverandering.

De schade door de overstromingen in Pakistan wordt geraamd op zo'n 10 miljard euro.

Geld lenen dan maar? Dat is voor landen uit het Zuiden vaak gemakkelijker gezegd dan gedaan. Zij kunnen dat niet in hun eigen munt. Ze moeten hun schulden afbetalen in Amerikaanse dollar. En die schulden groeien vanzelf aan nu de VS de rente opdrijft om de inflatie te bestrijden. De waarde van de dollar stijgt terwijl de lokale munt kwakkelt of (in het slechtste geval) pijlsnel devalueert.

En privé-investeerders aantrekken? Die staan er ook niet voor te springen. De risico’s in de (vaak instabiele) ontwikkelende landen zijn immers groter dan in het Westen, en de garanties dat je investeringen ooit geld opleveren, kleiner. Een voorbeeld: een nieuw zonne-energieproject is in Duitsland al winstgevend vanaf 7 procent rendement, in India pas vanaf 17 procent. Dat komt onder meer doordat er private spelers zijn die als tussenpartij optreden en de risico’s afdekken voor die investeerders. Het voordeel: ze garanderen een stabielere opbrengst. Het nadeel: ook dat kost geld. 

1 biljoen dollar

Er moet dus iets veranderen, en liefst nog een beetje snel ook. Tegen 2030 zal het Zuiden jaarlijks 1 biljoen dollar (dat is een miljoen keer 1 miljoen) nodig hebben om de uitdagingen van de klimaatverandering het hoofd te bieden. Ook de Wereldbank ziet de bui al hangen. Die waarschuwt dat er "meer internationale samenwerking nodig is om de overgang naar schone energie te versnellen, de uitstoot van broeikasgassen te beperken en de schulden te verlagen voor een groeiend aantal landen in schuldencrisis".

De geesten keren stilaan. Op de laatste VN-klimaatconferentie was loss and damage, zeg maar klimaatherstelbetalingen voor het Zuiden, voor het eerst een belangrijk gespreksonderwerp.

Enkele maanden eerder, in juni vorig jaar, richtte Mia Mottley, de eerste minister van Barbados, het zogenaamde Bridgetown Initiative op. Dat eist "dringende en beslissende actie" om antwoord te bieden aan "een nooit eerder geziene combinatie van crisissen". Het wil de architectuur van internationale investeringen en geldstromen herbekijken en rechtvaardiger maken. "We kunnen niet goed zijn in banken overeind houden, maar slecht in landen redden", klinkt het in de begeleidende tekst.

Mottley reist nu de wereld rond om medestanders voor zich te winnen. Haar programma heeft drie peilers: de schuldenlast van ontwikkelende landen verkleinen, privé-investeringen gemakkelijker maken en nieuwe fondsen aanboren voor klimaatinvesteringen.

Laaghangend fruit en nieuw geld

Daar zal het vandaag en morgen dus over gaan in Parijs. Meer dan honderd staatshoofden, 120 ngo’s, multilaterale financiële instellingen en privé-investeerders zullen zich daar buigen over een "New Global Financial Pact" (een nieuw wereldwijd financieel verdrag). Dat moet een antwoord bieden op drie uitdagingen: klimaat, biodiversiteit en ontwikkeling.

Maar het wereldwijde economische systeem laat zich natuurlijk niet op twee dagen hertekenen. Vandaag en morgen zal er vooral gediscussieerd worden over de blauwdruk van dat nieuwe wereldwijde pact. De basisprincipes dus, en de financiële instrumenten die daarbij horen. Er liggen verschillende voorstellen op tafel.

Eerst het laaghangende fruit. Het Westen kan beloftes waarmaken die het al lang gemaakt had. Het kan bijvoorbeeld eindelijk de jaarlijkse pot van 100 miljard dollar aan klimaatgeld vullen die het in 2009 beloofde tijdens de VN-klimaatconferentie in Kopenhagen. Vandaag, 14 jaar later, wordt dat bedrag nog steeds niet gehaald (al zijn we er bijna).

In welke mate is dit rebranding, of zal het echt iets veranderen?

Femmy Thewissen, 11.11.11

Of er zijn de schulden die de ontwikkelende landen hebben openstaan bij de ontwikkelingsbanken. Het Bridgetown Initiative zou die het liefst afgebouwd zien. Maar je zou ook een “pauzeknop” kunnen inbouwen. Je zou dan ontwikkelende landen kunnen toelaten om hun aflossingen op te schorten, zolang ze dat geld gebruiken voor klimaatprojecten. Steden aanpassen aan hogere temperaturen bijvoorbeeld, of nieuwe landbouwprojecten ontwikkelen.

Er zouden ook nieuwe mechanismes kunnen komen die het aantrekkelijker maken voor privéspelers om te investeren. Denk maar aan zonnepanelen en windturbines te installeren. Het potentieel daarvoor in het (vaak zonnige of winderige) Zuiden is enorm. Er gaan stemmen op om een nieuw financieel instrument op te richten onder de koepel van het IMF. Dat zou de stabiele omzetting van geldstromen van de lokale munten naar de dollar kunnen garanderen.

Het IMF overkoepelt immers meer dan honderd van zulke lokale valuta, waardoor de risico’s veel meer gespreid zijn. Als het in één land brandt, ziet een buitenlandse investeerder zijn geld dan nog niet meteen in rook opgaan. Barbados maakt zich sterk dat het op die manier mogelijk moet zijn om de onkosten voor zulke risicobuffers te halveren.

Mia Mottley spreekt de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe in 2019. Ze vertegenwoordigt er 14 Caribische eilandstaten en wijst op de gevaren die de klimaatverandering voor hen inhoudt.

En dan wordt er ook nog gepleit voor nieuw geld. Het IMF reikte tijdens de coronacrisis 650 miljard dollar aan goedkope leningen uit aan het Westen, de zogenaamde special drawing rights. Maar die werden niet allemaal opgebruikt. 100 miljard dollar daarvan zou herverpakt kunnen worden en aan het Zuiden geschonken. Nog een ander voorstel mikt op 100 miljard dollar aan gegarandeerde geldwissels via multilaterale ontwikkelingsbanken. 

Oplossing of opsmuk?

Beleidsmedewerker Femmy Thewissen van 11.11.11 is tevreden dat er eindelijk aandacht gaat naar de kwestie. Ze benadrukt dat ze zich kan vinden in de agenda van het Bridgetown Initiative.

Toch stelt Thewissen zich de vraag of de oplossingen die vandaag en morgen op tafel liggen in Parijs, wel de beste zijn. Volgens haar worden de ontwikkelende landen zelf, ondanks Mottleys leidende rol, nog te weinig betrokken bij de gesprekken. 

Bovendien, en nog fundamenteler, wijst ze erop dat de oplossingen die Macron op de agenda heeft gezet, de schuldenberg niet in de grond aanpakken. "Het gaat om heel kleine stukjes van de schuldenlast van een land. Dan is de vraag: in welke mate is dit opsmuk in vergelijking met de grote uitdagingen? In welke mate is dit rebranding, of zal het echt iets veranderen?"

Willen we het Zuiden echt ademruimte geven, dan moet de schuldenberg afgebouwd worden, vindt 11.11.11. "Wij pleiten voor fundamentele kwijtschelding of herstructurering."

Stof genoeg dus om over te praten, daar in Parijs.

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"