Een nieuwe deontologische code voor regeringsleden levert op een nieuwsarme zaterdag wel wat berichten op, maar tegelijk is het merkwaardig dat de federale regering pas na drie jaar functioneren zo'n code formuleert.
"Een minister houdt zijn bek. En als hij toch wil praten, neemt hij ontslag"
1. 'Un ministre ferme sa gueule, ou il démissionne.'
Er is een nieuwe deontologische code voor de leden van de regering De Croo, met als opmerkelijkste passage de aanbeveling om zich neer te leggen bij regeringsbeslissingen. Je kan die samenvatten als: "zwijgen of ontslag nemen". Dat is de letterlijke vertaling van een beroemde boutade die een Frans minister, Jean-Pierre Chevenement, in 1983 uitsprak, op het moment dat hij als minister van Onderzoek en Industrie ontslag nam. Chevenement zei toen: "Un ministre, ça ferme sa gueule. Si ça veut l’ouvrir, ça démissionne." Vrij vertaald: "een minister houdt zijn bek, en als hij toch wil praten, dan neemt hij ontslag." Gisteren in "De zevende dag" zei een kijker dat ze zich ergerde aan de politiek, net omwille van dat gekibbel, ook na beslissingen die zijn genomen. Deze code probeert dat te verhelpen.
In de nieuwe code staat een hele reeks aanbevelingen over de houding die regeringsleden moeten aanhouden, tijdens en na hun mandaat, of over eventuele belangenvermenging. En dan die ene passage over het werk van de regering: "Wanneer er in belangrijke aangelegenheden een standpunt bepaald is door de regering, is het in geen geval aanvaardbaar dat een regeringslid openlijk voorbehoud maakt, zelfs niet wanneer het gaat om een aangelegenheid die tot zijn bevoegdheidssfeer behoort."
Concreet betekent het dat, zelfs wanneer het over de eigen bevoegdheden gaat, dat een minister zich bij een beslissing van de regering moet neerleggen. De tekst gaat voort: "Als een regeringslid fundamentele bezwaren heeft, zijn er twee mogelijkheden: ofwel de lijn van de regering volgen en zich onthouden van kritiek op mogelijke beslissingen; ofwel ontslag aanbieden."
De code bouwt verder op een tekst uit oktober 2020. Dat is dus de start van deze regering. En daar lezen we dat de ministerraad collegiaal beslist op basis van consensus. En ook: "Een regeringslid mag dus openlijk geen voorbehoud uiten over een beslissing die de ministerraad collegiaal heeft genomen". Maar hier staat expliciet "de ministerraad", en dat gaat eigenlijk over het functioneren van een ministerraad als een college, zoals ook de deelstaatregeringen. Maar goed, de tekst uit 2020 zegt ook: "De regeringssolidariteit waarborgt de samenhang in de coalitieregeringen, zoals we die in België kennen."
2. Ook een deontologie voor partijvoorzitters?
En toch zegt de voorzitter van Groen, Jeremie Van Eeckhout, zaterdagochtend op Radio 1 bij Michael Van Droogenbroek: "Dat ministers geen vrijheid van meningsuiting meer zouden hebben, is geen goede zaak. Als je compromissen maakt, heb je het recht om aan te geven waar het compromis zit, waar je meer had gewild en waar je minder hebt gekregen." Zo is het voorbeeld van Groen-vicepremier Petra De Sutter die onlangs kritiek gaf op het Belgische akkoord tegen een nieuwe Europese asielwet. En zo is er de vicepremier van de PS, Pierre-Yves Dermagne, die in 2022 samen met zijn voorzitter op een persconferentie pleit om het regeerakkoord open te breken en de loonnormwet van 96 af te schaffen. Dat is - gezien deze tekst die pleit voor regeringssolidariteit - toch wel merkwaardig te noemen.
Stephanie D'Hose van Open Vld pleitte gisteren in "De zevende dag" voor een deontologie voor partijvoorzitters. Niet onlogisch, want een hele legislatuur lang heeft de voorzitter van de MR, Georges-Louis Bouchez, zich bijvoorbeeld tegen de kernuitstap gekeerd, die letterlijk in het regeerakkoord staat. Hij deed dat samen met N-VA-voorzitter Bart De Wever, maar die mág dat doen, want die zit in de oppositie federaal. In heel die periode hielden zowel de andere partijen, Open Vld, en de Groenen op kop, heel hard vast aan de kernuitstap - herinner u nog het lijk dat niet gereanimeerd kon worden - tot de oorlog in Oekraïne voor een omkering van de waarden zorgde, en het gelijk in het kamp van de MR-voorzitter legde.
Maar dat belet niet dat Bouchez als voorzitter van een meerderheidspartij maandenlang tegen de lijn van zijn eigen coalitie pleitte. En tegen de regeringssolidariteit.
3 Ontslag uit politieke verantwoordelijkheid
Strikt genomen zegt de deontologie niets over het ontslag van ministers wanneer ze een fout maken of politiek verantwoordelijk zijn voor een fout van een medewerker. Maar er staat wel dat "de regeringsleden met respect handelen voor het rechtmatig vertrouwen dat de burger in hen heeft. De integriteit van de regeringsleden houdt onder meer eerlijkheid, trouw, kiesheid, rechtschapenheid, billijkheid, onpartijdigheid, respect voor de principes van de democratische rechtsstaat en onomkoopbaarheid in". Een hele mondvol, maar laten we maar zeggen dat Pascal Smet - die trouwens staatssecretaris is in de Brusselse regering en niet de federale - zijn politieke verantwoordelijkheid heeft opgenomen. Smet zegt dat hij "beslist heeft om ontslag te nemen (...) om de eenvoudige reden dat politieke verantwoordelijkheid in deze tijden erg belangrijk is".
De staatssecretaris voegde eraan toe dat integriteit en deontologie voor hem altijd belangrijk zijn geweest, en dat heeft hij gisteren willen aantonen.
De zaak is daarmee niet afgehandeld. Pascal Smet herhaalde nog eens dat de visumbeslissingen door de federale minister worden genomen en dat de Brusselse overheid die uitkomst volgt. En dan is het wat makkelijk om als minister van Buitenlandse Zaken te argumenteren dat ze onder druk is gezet door een Brusselse staatssecretaris. Als een minister zo makkelijk buigt voor de druk van een collega, mogen we ons toch vragen stellen over de beginselvastheid van die minister. En dat is wat de oppositie nu ook doet. De voorzitter van de N-VA, Bart De Wever, zei gisteren al in een tweet dat Hadja Lahbib niet kan aanblijven. Ook Pascal Smet zelf vindt dat iedereen in dit dossier - dus ook Lahbib - zich de vraag moet stellen of hij of zij kan blijven functioneren. "Onze samenleving heeft vertrouwen nodig in politici. Maar minister Lahbib moet die beslissing voor zichzelf nemen."
En daarmee is een nieuwsarm weekend toch weer incidentrijk geëindigd.




