Naar hoofdinhoud

Hoe gezond is het om in onze Noordzee te zwemmen en voor welke dieren moet je opletten?

Vandaag is het de Dag van de Noordzee, maar hoe gezond is onze Noordzee tegenwoordig eigenlijk? En wat betekent dat als je wil gaan baden? VRT NWS maakt een balans op met Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee: "Vandaag is de Noordzee een pak properder dan pakweg enkele decennia geleden." Er zijn ook puntjes van aandacht voor baders: de kleine pieterman rukt op en er is de... grijze zeehond. 

Michaël Torfs
Gepubliceerd:

Het zwemseizoen aan de Belgische kust trekt zich langzaam op gang. De eerste redders zijn er al op bepaalde stranden, maar door het slechte weer is het zeewater voorlopig nog een pak frisser dan normaal voor deze tijd van het jaar. Er is wel goed nieuws voor wie graag in zee gaat zwemmen of baden: de kwaliteit van het zeewater is goed, en doet het voor veel parameters zelfs beter dan enkele decennia geleden.

Toch ziet onze Noordzee er niet altijd even aantrekkelijk uit, met die bruinachtige kleur. Maar dat is te verklaren. We hebben een sterke stroming in de Noordzee, waardoor de bodem sneller mengt met het water. Dat geeft onze Noordzee de typische kleur. "De Middellandse Zee bijvoorbeeld mag dan wel helderder water hebben, over het algemeen is ze meer vervuild”, vertelt Jan Seys aan VRT NWS. 

In het kader van het Wetenschapscafé "Pint of Science" komen volgende week zes experts over de gezondheid van de Noordzee spreken in Oostende.Klik op deze link voor meer informatie.

Hoe gezond is de Noordzee nu precies? “Het is moeilijk om daar een eenduidig antwoord  op te geven omdat er zoveel parameters in het spel zijn,” duidt Jan Seys. Maar de tendens lijkt toch overwegend positief.

Zo is er de olievervuiling. Tot in de jaren 90 was de kans op olievlekken in of langs de Zuidelijke Noordzee heel groot, ruim 90 procent. Tegenwoordig is dat probleem bijna helemaal van de baan en is de kans gedaald tot minder dan 5 procent. Dat wordt bevestigd door strandtellingen door burgerinitiatieven, aangespoelde kadavers van vogels en controles vanuit de lucht.

Wat olievervuiling betreft zijn we van bijna helemaal zwart naar bijna helemaal wit gegaan

Jan Seys van het VLIZ

“We zijn bij wijze van spreken van bijna helemaal zwart naar bijna helemaal wit gegaan. Onze publieke verontwaardiging heeft zeker ook een rol gespeeld”, zegt Seys.  "Dat goede nieuws is een beetje verloren gegaan in het slechte nieuws." De verbetering komt er door strengere controles, en het feit dat schepen meer opties hebben om te lozen in gepaste infrastructuur in de havens. 

Ook voor zware metalen oogt de balans positief.  Er wordt minder lood, kwik en cadmium gevonden in de zeebodem, het zeewater en in organismen. “Die metalen worden nu minder gebruikt. Denk aan benzine zonder lood of filters op schoorstenen. Zo is de uitstoot in de atmosfeer gedaald.”

Er komt ook nauwelijks nog ongezuiverd rioolwater in zee terecht in vergelijking met enkele decennia geleden. Het gebeurt enkel nog bij hoge uitzondering, als een rioolstelsel overstroomt door zeer zware regenval.  

Toch blijft er nieuw gevaar om de hoek loeren. Er komen voortdurend nieuwe mogelijke vervuilende stoffen bij, en de impact daarvan kennen we nog niet. Bavo De Witte van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) zegt daarover: “Wereldwijd worden meer dan 150.000 chemische stoffen geproduceerd. Van veel van de nieuwe vervuilende stoffen weten we nauwelijks wat hun effect is op hun omgeving en op de mens. Dat geldt voor bepaalde pesticiden, PFAS, plastic additieven (chemische stoffen die aan plastic worden toegevoegd voor bepaalde eigenschappen, red.), etc.” Ook de groeiende aantallen microplastics zien onderzoekers als een serieuze bedreiging voor de waterkwaliteit. 

Wit schuim op het strand

PFAS is intussen ook al teruggevonden in ons zeewater, maar niet in hoeveelheden die ons ongerust moeten maken. En er is nog een oude bekende: stikstof. Net als op het land valt er ook boven de Noordzee stikstof neer. “Dat vergeet men soms wel eens. Vroeger hadden we problemen met fosfaten, waarvan de instroom naar de Noordzee met twee derde is gedaald in de voorbije 30 jaar. Bij stikstof bedraagt die daling slecht één derde, wat ook vandaag nog voldoende is voor bijvoorbeeld overmatige algengroei.”

De schuimalg heeft naast fosfaten ook stikstof op zijn menu

Seys verwijst naar een fenomeen dat we allemaal wel kennen. Tijdens een strandwandeling kan je soms schuimkoppen zien aan de waterrand, die zich kunnen opstapelen en wegwaaien. Het gaat om schuimalg die, na afsterven, wit tot geelachtig schuim veroorzaakt. Die schuimalg heeft naast fosfaten ook stikstof op zijn menu. "Zo komt het dat we onze stranden soms overmatig zien schuimen”, vertelt Seys. Schuimalg is op zich ongevaarlijk, maar kan in uitzonderlijke gevallen ander zeeleven verstikken. 

De zwemwaterkwaliteit aan onze kust wordt sowieso nauw opgevolgd en moet aan strenge normen voldoen. De Vlaamse milieumaatschappij (VMM) monitort het zwemwater in het binnenland en aan zee. In een rapport van juni vorig jaar (dat de toestand in 2021 weergeeft)  blijken de meeste locaties aan zee het label "uitstekend" te dragen. 

Waar moet je nog op letten als je in zee gaat?

Los van het zeewater zelf zijn er wel nog enkele andere dingen om in het oog te houden als bader. De kleine pieterman is een klein visje dat venijnig uit de hoek kan komen.

“Het probleem is dat die zich overdag ingraaft in het zand, net onder de laagwaterlijn. Als je erop trapt, word je gestoken door stekels op zijn rug. Dat is pijnlijk, en je kan best zo snel mogelijk actie ondernemen door je voet in warm water onder te dompelen, waardoor het gif minder gaat werken. Of je kan preventief watersandalen aandoen.” 

De kleine pieterman (Echiichthys vipera, foto) rukt stilletjes op: zijn aantallen zijn met een factor 5 toegenomen tijdens de voorbije 20 jaar, mogelijk een gevolg van de klimaatverandering. De kleine pieterman meet 8 tot 12 centimeter en is niet te verwarren met de grote pieterman, waarop gevist wordt. Die laatste kan potentieel op ons bord belanden.

De grijze zeehond

Toch staat de kleine pieterman voor Jan Seys niet op nummer 1 wat de lijst betreft met dingen waar we alert voor moeten blijven. Hij verrast met zijn nummer 1: de grijze zeehond (Halichoerus grypus) – die is niet te verwarren met de gewone zeehond (Phoca vitulina). Die laatste komt aan onze kust wel eens vaker in het nieuws. Hij trekt kijklustigen aan als hij eens op het strand komt uitrusten.

De laatste 10 jaar zou het aantal grijze zeehonden fors zijn toegenomen. We zouden nu aan een verhouding van 50/50 zitten met de gewone zeehond. De grijze zeehond of kegelrob is een pak groter én hoegenaamd niet mensenschuw zoals zijn neefje.  

Als je een grijze zeehond zou zien, zwem er niet naartoe

Jan Seys van het VLIZ

Als zwemmer mag het misschien verleidelijk zijn om naar zo’n grijze zeehond toe te zwemmen. "Doe dat niet, want het blijft een groot wild dier. Maar laat de grijze zeehond vooral géén reden zijn om niet meer te gaan zwemmen. Ga er gewoon zelf geen contact mee zoeken”, knipoogt Seys.

Conclusie: ondanks het vele zwerfvuil is de Noordzee vandaag een stuk properder dan pakweg enkele decennia geleden. Er is minder olievervuiling, het strandwater is van prima zwemkwaliteit en de vervuiling met diverse zware metalen is verminderd. Anderzijds blijven er aandachtspunten, zoals de effecten van microplastics, of (relatief) nieuwe soorten verontreinigingen. Blijf als bader ook alert voor onder meer de kleine pieterman en de grijze zeehond. Waar we het in dit artikel niet over hadden: de zee is geen zwembad, maar een grote plas water met stromingen, wind en golven waar je als bader best ook rekening mee houdt.  

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"