Na België, Nederland en Denemarken zegt nu ook Polen te helpen bij de opleiding van de Oekraïense piloten voor F-16-gevechtsvliegtuigen. De landen bespreken waar en hoe de opleiding het best kan plaatsvinden, maar voormalig F-16-piloot Rudi Thoelen waarschuwt in “Terzake” dat het geen eenvoudig proces zal worden.
Europese landen leren Oekraïense piloten met F-16’s te vliegen, voormalig F16-piloot: "Training vraagt tijd, én er is meer nodig"
Op de G7-top in Hiroshima sprak Amerikaans president Joe Biden zijn steun al uit voor het plan om Oekraïense piloten op te leiden om te vliegen met F-16-gevechtsvliegtuigen. Het duurde niet lang voor enkele Europese landen op de kar sprongen en aangaven te willen helpen met die opleiding.
Het is nog niet duidelijk hoe die opleiding in zijn werk zal gaan, maar voormalig F-16-piloot Rudi Thoelen wil de verwachtingen wat temperen. “Je gaat minimum tussen de vier en zes maanden nodig hebben om piloten op te leiden, en dan heb ik het over de Oekraïense piloten met gevechtservaring”, stelt hij. “Bij een nieuwe piloot spreken we over minstens twee jaar, en dat is als we de kantjes ervan afrijden.”
Meer dan alleen piloten opleiden
Piloten opleiden is waar de training op focust, maar er zijn verschillende randvoorwaarden waar ook aan voldaan moet worden. “Je hebt bijkomend ook mechaniekers nodig en mensen die de bewapening voorzien”, somt Thoelen op. “De infrastructuur moet er ook zijn. De landingsbanen in Oekraïne moeten geschikt zijn voor F-16's. Met één landingsbaan zijn we niks, er moet maar één bom op vallen en het is gedaan met opstijgen en rondvliegen.”
Als de infrastructuur in orde komt, kan het wel eens een gamechanger zijn in de oorlog, gelooft Thoelen. “Als we minstens 18 tot 20 gevechtsvliegtuigen kunnen inzetten, kan het echt een verschil maken. Een beetje overmacht boven op het terrein kan de zaken wel omgooien.”


