Het hele jaar door proberen tal van bootjes met migranten en vluchtelingen de Middellandse Zee over te steken naar Italië. Terwijl de migratie op de meeste routes over land naar Europa daalt, neemt ze over zee beduidend toe. Dit jaar kwamen al 37.000 migranten en vluchtelingen aan in Italië, vier keer meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Honderden mensen verdronken onderweg. De reddingsdiensten draaien overuren. VRT NWS maakte een redding van dichtbij mee, op de Geo Barents, een schip van Artsen Zonder Grenzen.
VRT NWS vaart mee op reddingsschip: "Peuter in mijn armen geduwd, terwijl andere vluchtelingen werden gered"
Wanneer we inschepen op de Geo Barents van Artsen Zonder Grenzen heeft het schip er net zijn grootste en moeilijkste redding ooit opzitten. 440 mensen hebben ze van een grote vissersboot gered, die vanuit het oosten van Libië vertrokken was maar in moeilijkheden kwam door het slechte weer.
Bij golven van meer dan drie à vier meter hoog moesten ze de uitgehongerde en uitgeputte mensen van de boot halen, één man bleek in levensgevaar en moest later met een helikopter van boord gehaald worden.
Kritiek
De reddingsschepen van hulporganisaties liggen steeds meer onder vuur. Een aantal politieke partijen en een deel van de publieke opinie verwijt de schepen dat ze migratie net aanmoedigen, doordat ze te dicht bij de Libische kust zouden varen. Zo hoeven de smokkelaars geen zeewaardige boten te gebruiken, want er liggen toch schepen klaar om hen te redden. Ze worden taxi’s op zee, of ferrydiensten voor migranten genoemd. Sommigen gaan zelfs zo ver om hen te beschuldigen van samenwerking met de smokkelaars.
Ook de Italiaanse overheid wordt steeds strenger voor de hulporganisaties. Er is een gedragscode, er zijn tal van regels waar de schepen zich moeten aan houden. Wie dat niet doet, riskeert dat zijn schip aan de ketting wordt gelegd, en kan een boete tot 50.000 euro krijgen. We willen weten wat er precies op zo’n schip gebeurt, en hoe zo’n reddingsoperatie verloopt.
Training
De eerste dagen krijgen we vooral veel training. De bemanning, het reddingsteam, en wijzelf, moeten ons voorbereiden op alle situaties die zich kunnen voordoen op de altijd onvoorspelbare zee.
Pas na een paar dagen varen we richting Libische kust. Op dat moment vertrekken vooral veel kleine bootjes vanuit Tunesië naar Italië, maar in de buurt zijn schepen van de Tunesische kustwacht, en ook één schip van een hulporganisatie.
We naderen de Libische kust tot op ongeveer 35 zeemijl, ruimschoots buiten de Libische territoriale wateren, die tot 12 zeemijl van de kust reiken. Er staat een strakke wind, de zee is ruw.
Via allerlei kanalen zien we dat er toch een paar bootjes vertrekken, maar ze raken niet ver. Ze worden tegengehouden door de Libische of Tunesische kustwacht, sommige bootjes zinken.
Get ready for rescue!
De ploeg van Artsen Zonder Grenzen speurt intussen 24 uur op 24 de zee af, op zoek naar bootjes in nood. Na een paar dagen luwt de wind, de zee kalmeert. Op de brug wordt het radioverkeer steeds drukker. “Radio Lampedusa! Radio Lampedusa!”, horen we voortdurend. Een Italiaanse vrouwenstem antwoordt en vraagt onvermoeibaar: “Hoe heet u? Welke kleur heeft het bootje? Hoeveel mensen zitten erop? Waar bent u precies?”
Sommige stemmen klinken wanhopig. “Help ons! Er zit een gat in de boot! Er loopt water in!” De vrouwenstem sust: “De autoriteiten zijn gewaarschuwd, er is hulp onderweg!”
Hoe wordt een bootje transmigranten gered op zee? "Mensen vechten bijna om reddingsvesten"
Die dag ziet Pablo, een Spaanse redder en muzikant die bij Artsen Zonder Grenzen werkt, een ongewone beweging in het water niet ver van de Geo Barents. Hij stelt de verrekijker nog wat scherper, knijpt zijn ogen tot spleetjes. Het is een boot, een houten boot, zo lijkt het, met tientallen mensen erop. Meteen slaat hij alarm.
“‘MSF team, MSF team, MSF team! Get ready for rescue! This is not a drill! Get ready for rescue!”, klinkt het op onze radio’s. “Maak jullie klaar voor de redding, dit is geen oefening!” Iedereen springt op en loopt naar de plek waar de reddingsboten hangen. We hijsen ons in onze waterdichte kleren en reddingsvesten, binnen de vijf minuten worden de reddingsboten neergelaten.
We waren zo bang dat we teruggebracht zouden worden.
Een vrouw die gered werd door de Geo Barents
Op de brug stuurt de verantwoordelijke van het reddingsteam een mail naar de Libische kustwacht, zoals het hoort, want we bevinden ons in de zone waar het Libische coördinatiecentrum verantwoordelijk is voor de reddingsoperaties. Die strekt zich uit tot ver buiten de territoriale wateren. Omdat de Libische kustwacht vaak niet reageert, worden ook de Maltese en de Italiaanse coördinatiecentra verwittigd.
Orca en Mike, de twee reddingsboten van de Geo Barents, snellen intussen naar het dobberende bootje. Orca komt het eerst ter plaatse. Bootleider Panama ziet een bootje met ongeveer tachtig mensen aan boord. Er heerst lichte paniek. “We dachten dat jullie de Libische kustwacht waren”, vertelt een vrouw ons later. “We waren zo bang dat we teruggebracht zouden worden!”
Panama en Ana, de cultureel bemiddelaar die vele talen spreekt, proberen de mensen te kalmeren. Ze delen reddingsvesten uit, eerst aan de dertien vrouwen en zes kleine kinderen aan boord. Daarna krijgen ook de anderen een reddingsvest. Opnieuw ontstaat paniek, er wordt geroepen, geduwd, het bootje zwiept op en neer. Het is een type boot dat makkelijk kan kapseizen. Panama en zijn ploeg proberen de boot zo stabiel mogelijk te houden. Gelukkig is de zee kalm.
Als iedereen een reddingsvest heeft, kan het heikele overstappen beginnen op de reddingsboten. Eerst op Orca, die uiteindelijk helemaal volgeladen naar de Geo Barents terugvaart. Dan komt reddingsboot Mike dichterbij, die al die tijd van op een afstandje de zaak in de gaten hield.
Ik krijg een peuter in mijn armen geduwd, terwijl de reddingswerkers de ene na de andere vluchteling in ons bootje helpen.
VRT NWS-verslaggever Mieke Strynckx
Ik zie mensen rondom mij neerploffen. Een vrouw zijgt uitgeput neer, ze lijkt even bijna flauw te vallen. Een andere vrouw vraagt angstig waar haar baby is. Ik krijg een peuter in mijn armen geduwd, terwijl de reddingswerkers de ene na de andere vluchteling in ons bootje helpen. De peuter hangt helemaal slap en is loodzwaar, maar hij is bij bewustzijn.
Als onze boot vol is, varen ook wij terug naar de Geo Barents. Uiteindelijk brengen Orca en Mike 75 mensen aan boord. Meer dan de helft zijn minderjarigen, velen reizen alleen. Eén van de dertien vrouwen is zwanger. Ze is slachtoffer van mensenhandel, blijkt later. Alle opvarenden komen uit Afrika, vooral Gambia en Somalië, maar ook andere landen.
Kustwacht
De volgende dagen krijgen we de kans om met de migranten en vluchtelingen aan boord te praten. Het bootje waarop ze zaten was de nacht voor de Geo Barents hen vond uit Libië vertrokken.
Later hoor ik op de brug dat de Libische kustwacht hen had gezien, maar net te laat kwam om hen terug te halen. De boot van de kustwacht keek van op een afstand toe op de reddingsoperatie van de Geo Barents. Net voordien had die boot wel een ander migrantenbootje onderschept - ik zie foto’s op Twitter.
Libië is als een waterput: eens je erin belandt, kan alleen een touw je er weer uittrekken.
Een bootvluchteling uit Gambia
Dat gebeurt vaak, vertelt één van de geredde mensen mij later. Hij is op zijn zeventiende vertrokken uit Gambia en heeft drie jaar vastgezeten in Libië. Daar zat hij in verschillende detentiekampen opgesloten.
In Libië werken de kustwacht en de politie samen met de smokkelaars, zegt hij. “Vaak laten ze twee boten tegelijk vertrekken. De ene laten ze door, de andere halen ze terug.” Zo verdient iedereen geld, terwijl de kustwacht toch kan aantonen dat ze mensen tegenhoudt. Of zijn verhaal klopt kan ik niet nagaan. Wel is al uit tal van onderzoek gebleken dat er inderdaad samenwerkingsverbanden zijn tussen smokkelaars, kustwacht en politie.
“Libië is als een waterput”, zegt de man uit Gambia. “Eens je erin belandt, kan alleen een touw je er weer uittrekken.” Zijn verhaal is gruwelijk. “We kregen twee keer per dag een stuk brood en iets om te drinken. Het water dat we kregen was zout water. Je moet jezelf dwingen om te eten en te drinken, want anders sterf je. Ik heb veel mensen zien doodgaan.”
Martelpraktijken
Verschillende mensen vertellen over martelingen. Migranten in Libië worden beschouwd als criminelen, en worden gearresteerd. Ze kunnen gekidnapt worden door milities, smokkelbendes of gearresteerd worden door de politie. Heel veel verschil maakt dat niet, zegt een man uit Senegal.
“De politie, dat zijn ook criminelen”, zegt hij. “Ze slaan je en dwingen je te werken zonder loon. Toen ik probeerde te ontsnappen schoten ze een kogel door mijn voet.” Hij wijst aan waar de kogel zijn voet binnendrong, en waar hij weer naar buiten ging. “Daarna lieten ze mij gewoon achter.”
Wie gepakt wordt na een poging om de zee over te steken, wordt vaak gemarteld om geld af te troggelen bij de familie. Als het geld niet op tijd komt, word je opnieuw geslagen. “Ze hingen mij ondersteboven op, mijn hoofd naar beneden, en sloegen mij verrot”, vertelt de man uit Gambia. “Ze breken je armen en benen, ik heb zelfs verschillende mensen doodgeslagen zien worden.” Ook minderjarigen worden niet gespaard.
Spelende kinderen
Op het dek boven de plek waar de geredde mannen en jongens slapen, verblijven de vrouwen en kleine kinderen. Net na de redding waren de kinderen nog volkomen apathisch, ze lachten niet, huilden niet, reageerden niet. Ze keken alleen met grote ogen naar wat er gebeurde.
Nu ik op het dek kom, zie ik ze spelen en rondrennen zoals kinderen horen te doen. De vrouwen herstellen moeizamer, de meesten liggen te rusten. Er zijn ook minderjarige meisjes, een Somalisch meisje van 15 reist helemaal alleen, al heeft ze onderweg wel vriendschap gesloten met een ander meisje.
Verkracht
Een jonge Gambiaanse vrouw - 20 is ze - vertelt hoe ze hier is beland. Ze is de oudste van vier kinderen. Haar moeder kon haar studiegeld niet betalen. Om bij te verdienen, ging ze water verkopen bij de grens met Senegal. Daar ontmoette ze een man.
Nadat ze met hem getrouwd was, bleek dat hij al een andere vrouw had, die haar slecht behandelde. Toen ze vijf maanden zwanger was, scheidde ze en keerde terug naar huis. Toen haar baby een jaar oud was, liet ze hem achter bij haar moeder om in Libië geld te gaan verdienen. Ze droomde van de overtocht naar Italië.
In de woestijn in Mali, op weg naar Libië, werd ze herhaaldelijk verkracht, zegt ze. “De smokkelaars en bandieten doen met je wat ze willen. De reis is heel gevaarlijk, veel mensen sterven onderweg. Niemand weet of hij het zal halen. Ik heb veel mensen zien sterven.”
In Libië wordt ze opgepakt en met zeven andere vrouwen in een detentiecentrum opgesloten. “‘s Nachts kwam de politie ons wakker maken. De Libiërs houden niet van zwarte mensen”, zegt ze, “en voor vrouwen is het nog veel erger. Ze maakten ons wakker en hadden seks met ons. Als je weigerde sloegen ze je met hun geweren. Tot vier keer per nacht verkrachtten ze ons. Je kon niks doen. We huilden de hele tijd.”
Ik hoor gelijkaardige verhalen van de andere vrouwen. Met de minderjarigen mag ik niet praten, omdat ze zonder voogd wettelijk geen toestemming kunnen geven voor een interview. Maar uit onderzoek blijkt dat niet alleen de vrouwen, maar ook de kinderen en mannen slachtoffer worden van seksueel misbruik in Libië.
"We houden ons aan alle regels"
Intussen blijven op de boordradio van de Geo Barents noodoproepen komen van andere bootjes. Op websites van Italiaanse kranten en sociale media lees ik over verschillende schipbreuken met tientallen doden.
De Geo Barents krijgt van de Italiaanse overheid de opdracht om naar Napels te varen. Sinds de regering-Meloni eind vorig jaar aan de macht kwam, mogen schepen van hulporganisaties niet meer dan één reddingsoperatie doen per keer dat ze uitvaren. Daarna moeten ze onmiddellijk terugvaren.
“We houden ons strikt aan die regel”, zegt Ani, de leidster van het reddingsteam op de Geo Barents. “We houden ons aan alle regels die ons opgelegd worden door de overheid, ook als we het er niet mee eens zijn. We willen niet aan de ketting gelegd worden. We willen doen waarvoor we hier zijn: mensen redden op zee.”
Verafgelegen havens
Volgens het internationale recht is een reddingsoperatie pas voltooid als de geredde mensen afgezet zijn in de dichtstbijzijnde veilige plek. Het schip zelf telt niet als veilige plek. Libië voldoet uiteraard ook niet aan die voorwaarden, maar ook Tunesië niet. Het asielsysteem werkt er niet naar behoren, en sinds kort is de discriminatie tegen zwarte Afrikanen er sterk toegenomen.
Napels is niet de dichtstbijzijnde haven, maar de Italiaanse regering wijst steeds vaker verder afgelegen havens toe aan schepen van hulporganisaties, wellicht om ze zo lang mogelijk uit de reddingszones weg te houden. Daardoor zijn dit jaar nog maar 6 procent van alle reddingsoperaties uitgevoerd door hulporganisaties, zowat de helft minder dan vorige jaren.
De meeste bootjes zijn dus gered door de Italiaanse reddingsdiensten, of op eigen houtje in Italië geraakt. Ook de Libische en Tunesische kustwacht hielden tal van bootjes tegen, veel andere leden onderweg schipbreuk. Dit jaar verdronken op de Middellandse Zee al minstens 600 mensen.
VRT NWS kon vrij rondlopen op de Geo Barents, kon vrij vragen stellen, de communicatie op de brug volgen en de vergaderingen aan boord volgen. Voor zover wij konden nagaan, is deze reddingsoperatie volgens de regels verlopen.




