In "De zevende dag" debatteerden de politieke partijen over de verloning en het pensioen van parlementsleden. Dat er een transparante regeling moet komen, daar zijn ze het over eens. En er moeten minder politici komen. Maar een lager loon? Daar is veel minder eensgezindheid over.
Moeten ook de lonen van de politici lager? De partijen zijn het daar niet echt over eens
Morgen gaat Vooruit een voorstel neerleggen in het Vlaams Parlement voor minder politici. Het is een poging, in de discussie over de hoge pensioenen van de parlementsleden, om de kosten van de democratie te drukken. Heel concreet is dat weliswaar niet: de socialisten schuiven geen cijfers naar voren, en Rousseau lanceerde het idee ook al eens in zomer van 2020. Daar gebeurde toen niets mee.
Rousseau kondigde de demarche van morgen aan in "De zevende dag", en kreeg in een debat later in de uitzending bijval van nogal wat andere partijen. Van N-VA-fractieleider Peter De Roover bijvoorbeeld, die minder politici en vooral minder parlementsleden wil.
Ook Vlaams Belang of Open VLD staan op dat standpunt. Het liberale Kamerlid Katja Gabriels zei dat debat aan een bredere hervorming te willen koppelen, zoals de afschaffing van de lijststem of van het systeem van opvolgers - een oud dada van de liberalen.
Onenigheid over lagere lonen
Er was veel meer onenigheid zodra het gesprek over lagere lonen voor politici ging. Voor Barbara Pas, Kamerfractieleider voor Vlaams Belang, "kan er over gesproken worden", maar botsen alle voorstellen op een njet aan Franstalige kant. Voor de PVDA, die de bal aan het rollen bracht deze week, is dat gesprek niet verrassend een absolute noodzaak.
Jean-Marie Dedecker, onafhankelijk Kamerlid, maar verkozen op een N-VA-lijst, zei de job niet te willen doen voor 3.000 euro maandloon. Ook Peter De Roover was terughoudend. Hij verwees in dat verband naar een vergelijkende studie uit 2012, besteld door zijn partijgenoot en toenmalig Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans.
"Onze verloning (die ongeveer 6.000 euro netto per maand bedraagt, nvdr) is marktconform", vatte De Roover die studie samen. Voor de volledigheid: diezelfde studie wees ook op hoge onkostenvergoedingen, een betere pensioen- en uittredingsvergoeding en de extra vergoeding voor speciale functies, zoals commissie- of parlementsvoorzitter (die de voorbije jaren weliswaar deels afgetopt werd).