Er werden vorig jaar in ons land de helft minder tekenbeten gemeld dan in 2021. Dat blijkt uit cijfers van gezondheidsinstituut Sciensano. Twee derde van de meldingen kwam uit Vlaanderen, vooral uit de provincie Antwerpen. "De daling in het aantal meldingen kan deels verklaard worden door het droge weer, waarvoor teken erg gevoelig zijn", zegt onderzoekster Tinne Lernout van Sciensano.
Helft minder tekenbeten gemeld vorig jaar: "Droge weer kan dit deels verklaren"
Nu de lente in het land is en de temperaturen stijgen, gaat het tekenseizoen weer van start. Met die gedachte roept Sciensano iedereen op om een opgelopen tekenbeet te melden via hun vernieuwde website "TekenNet ". Met die informatie volgen zij jaarlijks het aantal tekenbeten op.
In 2022 werden er in België 4.918 tekenbeten bij personen gemeld. Dat zijn er ongeveer de helft minder dan in 2021. Net zoals voorgaande jaren werden in 2022 opvallend meer tekenbeten gerapporteerd in Vlaanderen (60,5 procent) in vergelijking met Wallonië (38,2 procent), met het hoogste aantal tekenbeten in de provincie Antwerpen. Het aantal meldingen in Brussel bleef opnieuw beperkt (1,3 procent).
"In Antwerpen zien we vooral dat er in de Kempen meer meldingen zijn. Door de bosrijke omgeving is het niet abnormaal dat daar meer tekenbeten worden opgelopen", legt Sciensano-onderzoekster Tinne Lernout uit.
"Elk jaar zijn er meer meldingen in Vlaanderen dan in Wallonië, maar als we rekening houden met de bevolkingsdichtheid, dan zien we dat de kans op een tekenbeet in Wallonië hoger is dan in Vlaanderen."
Daling ten opzichte van 2021
“Het lage aantal gemelde tekenbeten in 2022 kan onder andere het gevolg zijn van de extreme droogte, waarvoor teken zeer gevoelig zijn”, zegt Lernout. "Teken hebben vochtigheid nodig om te kunnen overleven en actief te zijn. Als het droog is verstoppen ze zich onder droge bladeren of lage struiken. En dan worden mensen minder blootgesteld aan deze teken."
Ook na een middagje in de tuin is het aangeraden om jezelf te controleren.
Tinne Lernout, onderzoekster Sciensano
Net zoals de voorbije jaren werden de meeste tekenbeten in 2022 opnieuw gemeld in de periode van maart tot en met oktober, met een piek in juni. Ook de omstandigheden waarin mensen gebeten worden door teken blijven vergelijkbaar: beten worden vooral opgelopen tijdens vrijetijdsactiviteiten. Niet alleen na een bezoek aan het bos, maar ook na een middagje in de tuin is het dus aangeraden om jezelf te controleren.
Beter voorkomen dan genezen
"Door op aangelegde paden te blijven en niet in het hoge gras te duiken, kan je tekenbeten voorkomen. Ook bedekkende kledij, lange mouwen en broeken, helpen de teken op afstand te houden. Heb je toch blootgestelde delen? Draag dan tekenwerend middel", geeft Lernout ten slotte mee.
Eind maart lanceerde Het Agentschap Zorg en Gezondheid nog de campagne "Wees niet gek, doe de tekencheck". Die geeft duidelijke en eenvoudige informatie over wat te doen bij een tekenbeet. De boodschap is gemakkelijk: controleer, verwijder en volg op.
Met deze eenvoudige tips kan je toch met een gerust gemoed naar buiten:
1. Controleer jezelf altijd op tekenbeten wanneer je in de natuur bent geweest en doe dat nog diezelfde dag.
2. Vind je een teek? Verwijder die dan rustig en in één beweging, zonder ze te draaien of plat te duwen. Het is belangrijk de teek te verwijderen, want van een tekenbeet kan je ziek worden.
3. Volg de symptonen en de beet tot een maand lang op. Een steeds groter wordende rode plek kan een teken zijn van de ziekte van Lyme. Ga in dat geval zeker naar een huisarts.


