Terwijl de federale regering onderhandelt over de begroting reageert de studiedienst van de socialististische vakbond ABVV op de "platitudes" van "liberale politici, gesteund door rechtse commentatoren". "Zij vinden het gemakkelijker om het geld te halen bij de laagste pensioenen, werklozen en in de zorgsector." De vakbond reageert onder meer op een opinietekst van arbeidseconoom Stijn Baert.
De volgende dagen moet de federale regering landen met de begrotingscontrole. Binnen de regering zijn er duidelijke verschillen. Waar de liberalen onder leiding van premier De Croo bijna twee miljard zouden willen besparen, zijn andere partijen daar minder voor te vinden.
In Nederlandstalig België horen we vooral één discours over het begrotingsdossier: de situatie is dramatisch, we moeten dringend besparen – in de eerste plaats in de sociale zekerheid – en vooral de PS is de grote schuldige omdat ze niet wil meestappen in dat verhaal.
De fundamentele politieke keuzes in het begrotingsdebat, en de verdelingskeuzes die gemaakt moeten worden, worden hier weggemoffeld met alarmistische kreten, de valse schijn van neutraliteit en technocratie, of een ingebeeld generatieconflict.
Dat wordt duidelijk als we kijken naar de situatie, de oorzaken, de voorstellen, en de afwezige voorstellen.
Hoe erg is de situatie?
Laten we beginnen met het alarmisme. Het is natuurlijk waar dat onze overheidsschuld vrij hoog is. Maar we mogen ook niet vergeten dat het vooral twee belangrijke momenten zijn die daarvoor verantwoordelijk zijn: de financieel-economische crisis van 2007-2008, en de coronacrisis. In 2007 was de overheidsschuld gedaald tot minder dan 87% van het bbp.
Bovendien moeten we ook niet vergeten dat de situatie minder dramatisch is dan eerder voorspeld. Zo dacht de Nationale Bank in 2020 nog dat we eind 2023 een overheidsschuld van 120% zouden bereiken, terwijl het volgens de prognose vandaag “maar” 106,4% zal zijn.
De begroting doet het waarschijnlijk ook iets beter dan eerder geraamd, bij de opmaak van de begroting in oktober 2022. Tegenover toen valt de raming van het federale begrotingstekort voor 2023 nu ruim drie miljard lager uit. Vreemd dat bij een “begrotingscontrole” dan per se nog extra bespaard moet worden, in plaats van fundamentele discussies te voeren bij de opmaak van de begroting zelf.
Besparen op wie of wat?
Als we de begrotingssituatie willen verbeteren, is het ook maar de vraag welke besparingen zullen helpen?
Sinds de besparingsmaatregelen na de financieel-economische crisis van 2007-2008 in veel landen catastrofaal uitdraaiden, is er een grote consensus dat de zogenaamde “multiplicator", die het effect van overheidsuitgaven op de groei meet, vroeger sterk onderschat werd. Dat wil zeggen: als besparingen de economie sterk raken, dan kunnen ze zelfs contraproductief zijn. Voorzichtigheid met besparingen is dus geboden.
Dan volgt de volgende vraag: als we dan toch zouden besparen, waarop moeten we besparen?
Volgens de berichten in de media zou Alexander De Croo willen besparen in de minimumpensioenen, de zorg of de werkloosheid. De uitgaven voor de werkloosheid zijn al gedaald van meer dan 3,5% in 2009 naar zo’n 1,5% van het bbp vandaag. Niet moeilijk dat het percentage van mensen met een werkloosheidsuitkering onder de armoedegrens sterk toenam in de afgelopen decennia, en dat drie op de vier werklozen moeilijk tot zeer moeilijk rondkomt . Wil de premier de armoede nog verder versterken?
Wil de premier de armoede nog verder versterken?
En dat terwijl verschillende studies hebben uitgewezen dat eerdere besparingen op werkloosheidsuitkeringen niet tot meer intrede naar werk leidden. Een rechtvaardige hervorming zou de werkloosheidsuitkeringen tot boven de armoedegrens verhogen in plaats van er nóg meer op te besparen.
Ook besparingen op de minimumpensioenen zullen vooral meer kwetsbare gezinnen raken. En hetzelfde valt te verwachten van besparingen in de zorg, want het valt te betwijfelen dat De Croo daarbij doelt op voorstellen die de winsten van de farmaceutische sector zouden doen verminderen in plaats van patiënten meer te doen betalen.
De ontbrekende besparingen
Het is ook opvallend welke besparingen helemaal niet aan bod komen bij veel voorstanders van een strikter begrotingsbeleid. De rentelasten bijvoorbeeld.
Die rentelasten op de overheidsschuld liggen in België, onder meer door een dosis pech , al hoger dan in onze buurlanden. Maar volgens een prognose van het Planbureau zouden ze met meer dan 1 procentpunt stijgen tegen 2028, of bijna 10 miljard euro op zes jaar tijd.
Dat is mede het gevolg van het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Toch blijft het daarover in politieke kringen en bij begrotingsfetisjisten oorverdovend stil, terwijl dat beleid van hogere interestvoeten door minder orthodoxe economen sterk in vraag wordt gesteld .
Ook de hogere uitgaven op defensie doen weinig stof opwaaien, terwijl die tegen 2035 ook zo’n 10 miljard euro extra zouden bedragen, met een stijging van 1,3 procentpunt ten opzichte van 2017. Of de inkomsten voor de banken ten koste van de belastingbetaler als gevolg van de renteverhoging van de ECB.
Er gaat met moeite een dag voorbij of een deel van het bedrijfsleven vraagt om extra subsidies. Ironisch?
En natuurlijk is het licht ironisch te lezen dat ook werkgeversorganisaties en hun hoofdeconomen waarschuwen voor de houdbaarheid van de begroting, terwijl er met moeite een dag voorbijgaat of een deel van het bedrijfsleven vraagt om extra subsidies (in de pers of binnen de organen van sociaal overleg), van lagere energieprijzen voor de bedrijven over subsidies voor het plaatsen van laadpalen en fietsenstallingen tot miljoenensteun voor de klimaattransitie.
En dat terwijl de loonsubsidies en sociale-bijdrageverminderingen voor bedrijven zijn toegenomen van 6 miljard in 2008 naar zo’n 14 (!) miljard euro vandaag, waarbij voorspeld wordt dat ze binnen drie jaar de 16 miljard zullen overschrijden. Terwijl de vennootschapsbelasting door de vorige regering verlaagd werd van 33% naar 25%.
In dat licht is het interessant om de “starve the beast” strategie van De Croo in 2017, onder de regering-Michel, te herinneren: “Wij kiezen ervoor om eerst de lasten te verlagen. Dat heeft tot gevolg dat we met de rug tegen de muur worden geplaatst. We zullen moeten besparen om de hervormingen te financieren.”
De ontbrekende inkomsten
Dat brengt ons naadloos bij een vierde vraag: waarom worden door veel economen en commentatoren enkel de uitgaven geviseerd?
Er wordt met geen woord gerept over de inkomsten. Nochtans zijn er sociaal rechtvaardige mogelijkheden op dat vlak. Neem alleen al het ontbreken van een meerwaardebelasting, een zeer gematigd voorstel gezien België in West- en Noord-Europa toch vrij uitzonderlijk is met een meerwaardebelasting van 0%.
Een studie van de Hoge Raad voor Financiën schreef dat 10% in periode 1999-2009 meer dan 1 miljard had kunnen opbrengen. Een normaler tarief van 30% zoals de roerende voorheffing op dividenden – nog altijd lager dan de gemiddelde belasting op arbeid – zou meer dan 3 miljard in het laatje brengen, en eerdere studies komen zelfs tot meer dan 5 miljard euro bij een tarief van 25%.
Keuzes die wel goed zijn voor de overgrote meerderheid van de twintigers, dertigers, veertigers én andere generaties.
Laat staan wat een globalisering van de inkomsten – waarbij alle inkomsten, zowel die uit arbeid als uit kapitaal worden samengevoegd en belast – zou opbrengen.
Of een vermogensbelasting natuurlijk. Volgens onderzoek zou een eenmalige coronataks 5 tot zelfs 20 miljard euro kunnen opleveren. Maar blijkbaar vinden liberale politici, daarbij volop gesteund door rechtse commentatoren, het gemakkelijker om het geld te halen bij de laagste pensioenen, bij werklozen die zich al in of op de rand van de armoede bevinden, en in de zo belangrijke zorgsector.
Een fundamenteel begrotingsdebat maakt duidelijk dat dat asociale besparingen zijn, en dat andere keuzes mogelijk zijn. Keuzes die wel goed zijn voor de overgrote meerderheid van de twintigers, dertigers, veertigers én andere generaties die wij als vakbond vertegenwoordigen.




