Naar hoofdinhoud

De toestand van de begroting is hopeloos maar niet ernstig

Aan de vooravond van de begrotingscontrole krijgt de regering-De Croo signalen van alle kanten (de Nationale Bank, het Planbureau, de Europese Unie en verschillende economen) dat de toestand van de overheidsfinanciën echt wel ernstig is. Nochtans ziet de regering een klein lichtpuntje.

Ivan De Vadder
Gepubliceerd:

Alarmsignalen bij de vleet

Drie jaar lang heeft deze regering met het oog op het bestrijden van twee grote crisissen -de coronacrisis én de energiecrisis na de inval van Rusland in Oekraïne- geld uitgegeven om de burgers en de bedrijven te helpen. Nu lijkt iedereen plotseling de ernst van de financiële toestand aan te geven, zonder dat daarbij ook meteen een plan voorligt om dat probleem aan te pakken.

Het Federale Planbureau ziet de schuld in 2028 stijgen naar 118 procent van het bbp in 2028, vergelijkbaar met de situatie in het midden van de jaren 80, zegt CD&V'er Eric Van Rompuy. In een scherp opiniestuk wijzen 49 economen afgelopen vrijdag in de krant De Tijd op simulaties die de overheidsschuld zonder ingrijpen tegen 2050 zien oplopen tot 200 procent. En de gouverneur van de Nationale Bank Pierre Wunsch ging afgelopen vrijdag naar de Wetstraat 16 om er het kernkabinet aan te manen tot meer besparingsijver.

En de alarmsignalen blijven komen. Gouverneur Pierre Wunsch hoopt dat we het tij nog kunnen keren, omdat "we anders afstevenen op een muur". Ook de Europese Commissie eist dat het Belgische overheidstekort tegen 2026 naar 3 procent gaat. En dan is er het signaal van de kredietbeoordelaar Fitch, die zijn vooruitzichten voor de Belgische rating heeft verlaagd. Het feit dat de afgelopen week duidelijk werd dat ons tekort van 33 miljard naar iets meer dan 27 miljard is gezakt, mag vooral geen reden zijn voor de regering-De Croo om op haar lauweren te rusten.

Moeilijke hervormingen

En dat betekent dat deze regering op iets meer dan één jaar voor de verkiezingen nog voor een grote reeks moeilijke hervormingen staat. Gisteren was er al het eerste kernkabinet over de begrotingscontrole om te kijken die begroting niet verder ontspoort. Vervolgens moet een nieuwe pensioenhervorming op termijn de begroting verlichten, door bijvoorbeeld mensen die langer werken te belonen. Zodat Europa bereid is om 850 miljoen euro relancegeld vrij te geven. 

Deze regering staat op iets meer dan één jaar voor de verkiezingen nog voor een grote reeks moeilijke hervormingen.

En dan is er nog een fiscale hervorming gepland, die alle werkenden meer dan 800 euro netto kan opleveren. Maar daartegen tekent MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez in VTM Nieuws protest aan: hij wil dat die fiscale hervorming niet alleen binnen de fiscaliteit blijft. Versta: de lagere lasten op arbeid mogen niet uitsluitend gecompenseerd worden door hogere btw-inkomsten en meer lasten op vermogen.

Neen, er moet voor Bouchez ook een arbeidsmarkthervorming komen die meer mensen aan het werk krijgt, en een pensioenhervorming. En zo haakt alles in elkaar: ofwel slaagt de regering erin al die hervormingen door te voeren ofwel trappelt ze ter plaatse. Met een hoog begrotingstekort, een flinke schuld en zonder al die broodnodige sociaaleconomische hervormingen.

Een klein (omstreden) lichtpuntje

Er zijn nochtans ook positieve signalen. Over het algemeen wordt aangenomen dat meer mensen aan het werk krijgen een deel van ons begrotingsprobleem zou oplossen. Vandaar dat deze regering in haar regeerakkoord heeft opgenomen dat ze ernaar zou streven om tegen 2030 80 procent van de mensen die kunnen werken ook effectief aan het werk te krijgen.

Gisteren liet vicepremier Yves Dermagne (PS) weten dat de werkgelegenheidsgraad in ons land in het vierde kwartaal van 2022 gestegen is tot 72,3 procent. Nooit eerder waren zoveel mensen aan de slag, zegt de minister, en "als de stijging zich doorzet aan dit tempo, is de doelstelling van 80 procent arbeidsparticipatie in 2030 binnen handbereik", voegt Dermagne eraan toe.

Dat is dus effectief goed nieuws, behalve dat de minister op sociale media meteen wat weerwerk krijgt. Vooral omdat de werkgelegenheidsgraad in heel Europa aan het stijgen is, terwijl, zo zegt arbeidseconoom Stijn Baert, "onze achterstand op Europese gemiddelde sinds start Vivaldi groter is geworden. De verhoging lijkt dus zuiver conjunctureel."

Vorgens Georges-Louis Bouchez is er geen enkele maatregel genomen om de werkgelegenheidsgraad te verhogen.

En de nemesis, de vijand van de socialisten, Georges-Louis Bouchez, voegt eraan toe dat die verhoging gewoon "het gevolg is van de stijgende vergrijzing die de werkgelegenheidsgraad op mechanische wijze doet stijgen". Hoe groter het aantal mensen op pensioen, hoe hoger de werkgelegenheidsgraad bij de rest van de bevolking.

Of met andere woorden: volgens Bouchez is er géén enkele maatregel genomen om die graad te verhogen. In VTM Nieuws geeft hij als voorbeeld zijn eigen regio, die van Bergen, die een werkgelegenheidsgraad van nauwelijks 53 procent heeft.

De permanente verkiezingscampagne die stopt bij de start van de campagne

Het geeft aan dat veel van onze politici in een soort permanente verkiezingscampagne functioneren. En daarover was er dit weekend een interessant betoog van de Leuvense politicoloog Bart Maddens in De Morgen . Maddens merkt een merkwaardige paradox op: net op het moment dat politieke partijen campagne zouden moeten kunnen voeren, pakweg de drie laatste maanden vóór de verkiezingen, is er een heel streng en strikt plafond op de uitgaven die partijen mogen doen.

Vooral tijdens de campagne worden de verkiezingsuitgaven beperkt

Politieke partijen mogen in totaal 1 miljoen euro uitgeven. "Dat bedrag dateert van het jaar 2000", zegt Maddens. "Omgerekend naar prijzen van vandaag zou dat miljoen van toen nu 1,7 miljoen  euro waard zijn. Met andere woorden, het maximumbedrag vandaag is nog maar 60 procent waard van wat het was in 2000, en in 2024 zal dat nog minder zijn."

Partijen mogen de laatste drie maanden voor de verkiezingen maar een beperkt bedrag uitgeven. In de periode ervoor is er géén enkel uitgavenplafond.

Het betekent dat partijen de laatste drie maanden voor de verkiezingen maar een beperkt bedrag mogen uitgeven. In de 4 jaar en 9 maanden die eraan voorafgaan is er géén enkel uitgavenplafond voor politieke partijen en mogen ze hun royale partijfinanciering naar hartenlust spenderen. Bijvoorbeeld op sociale media. Wat dus voor een permanente verkiezingscampagne zorgt, die merkwaardig genoeg stilvalt vlak voor de verkiezingen.

Misschien moeten we in het vervolg de partijen méér laten spenderen tijdens de campagne en minder in de periode voordien.

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"