"Sommigen spreken over een oorlogscène. Ik vergelijk dit met het afdalen naar de hel": de getuigenis van DOVO-ontmijner Maarten V. op het proces over de aanslagen van 22 maart 2016 liet weinig aan de verbeelding over. V. moest kort na de explosie in het Brusselse metrostation Maalbeek de omgeving controleren op mogelijke nieuwe gevaren. "Ik had het gevoel dat ik de veiligheid niet kon garanderen."
Ontmijner moest na bomaanslag metrostation Maalbeek uitkammen: "Wist wat ik kon verwachten, maar het was nog erger"
In de assisenzaal zette Maarten V. de chronologie van het onderzoek van ontmijningsdienst DOVO uiteen in metrostation Maalbeek, waar op 22 maart 2016 om iets over 9 uur 's morgens een bom was ontploft. Nadat de gewonden geëvacueerd waren, moest de plaats van de ontploffing gecontroleerd worden op secundaire gevaren. V. stond aan het hoofd van de tweede ploeg die aankwam bij het metrostation van Maalbeek, omstreeks 11 uur.
Het afdalen verliep moeilijk, door de brokstukken. V. toonde in de assisenzaal foto's van de ontplofte metro waar de deuren uit weggeblazen zijn, van de enorme schade in het station en van de plek waar de dader zich liet ontploffen.
Er was een alarm te horen en een audiobandje van de MIVB dat maar bleef spelen. De geur was die van verbrande lichamen en metaal. "Sommigen spreken over een oorlogsscène. Ik vergelijk dit met het afdalen naar de hel. Ik heb ervaring in Afghanistan en zelfmoordaanslagen, ik wist waaraan ik mij kon verwachten. Maar het was nog erger. Vooral door het feit dat het gebeurde in een compacte ruimte. Je kunt hier nooit op voorbereid zijn. Dat was heel hard voor iedereen die mee het onderzoek voerde."
Kleinere explosie dan in Zaventem, evenveel slachtoffers
De explosieve lading die gebruikt werd bij de aanslag op het metrostel in Maalbeek was maar een vierde van die van de aanslag op Zaventem, maar heeft toch evenveel slachtoffers geëist, zo stelde Maarten V. van DOVO. Dat kwam doordat de ruimte waarin de explosie plaatsvond veel kleiner was.
"Doordat het om een besloten ruimte ging, waren er heel veel brokstukken. We hebben zelfs post-its moeten gebruiken omdat er zoveel materiaal was om te catalogeren", verklaarde Maarten V. "Tot zestig meter ver hebben we vijzen en bouten van de bom teruggevonden."
Rinkelende gsm's
Maarten V. vertelde ook dat hij voortdurend telefoons hoorde afgaan. Het is een detail dat ook Nathalie B. en Dieter C. van de federale gerechtelijke politie later tijdens hun getuigenissen naar boven brachten. "Aanvankelijk was het stil, omdat het netwerk verzadigd was", verwoordde B. het. "Maar plots begonnen er berichten te verschijnen. Er werd aangedrongen. Een gsm rinkelde onafgebroken", zei ze. Er verschenen berichten als "Ça va?" of "Waar ben je?".
In Maalbeek waren we in een staat van emotionele apneu
Nathalie B. van de federale gerechtelijke politie
Ze getuigde dat ze een gsm omdraaide en een andere op stil zette. Om het werk zo goed mogelijk te doen, was het belangrijk om geen emoties te laten spelen. "In Maalbeek waren we in een staat van emotionele apneu", klonk het.
Vrees voor veiligheid
De controle van het metrostel was heel moeilijk: overal lagen stukken puin, lichamen en bagage, vertelde Maarten V. nog. "Ik had het gevoel dat ik de veiligheid niet kon garanderen en dat maakte het zwaar om te werken. We moesten op handen en knieën ons werk doen door de brokstukken. We wisten nooit wat er zich onder de brokstukken bevond: lichamen, bagage, explosieven? De voortdurende vrees voor de veiligheid woog op ons."
Bij de gerechtelijke fase spoorden de onderzoekers bewijsmateriaal op om naar het labo van de technische en wetenschappelijke politie te sturen. Nadien werd het puin geruimd en in zakken bijeengebracht om te worden gezeefd. Eens het onderstel verplaatst was, konden de sporen onder het voertuig onderzocht worden en begon een nieuw hoofdstuk van het onderzoek.
Hoe meer tijd wij - tussen aanhalingstekens - verliezen, hoe langer families van de slachtoffers op nieuws wachten
DOVO-ontmijner Maarten V.
"Het onderzoek voelde dubbel", stelde V. "We moeten de plaats van de ontploffing meticuleus en efficiënt onderzoeken. Maar hoe langer we op de plaats blijven, hoe langer de lichamen van de slachtoffers ter plaatse blijven en niet onderzocht kunnen worden. Hoe meer tijd wij - tussen aanhalingstekens - verliezen, hoe langer families van de slachtoffers op nieuws wachten."
Gruwel in de assisenzaal
Voor die familieleden werd het vandaag een bijzonder zware dag. Politiemedewerkers Nathalie B. en Dieter C. moesten tot in detail beschrijven welke voorwerpen en lichaamsresten in de verschillende zones op de perrons, de sporen en de metrostellen gevonden werden. Vaak werden concrete namen van de slachtoffers genoemd en beelden getoond van hun verminkte lichamen.
Van Khalid El Bakraoui werden ook verschillende lichaamsdelen gevonden, zoals zijn hoofd onder de metalen structuur van een MIVB-vuilbak en zijn rechterhand in de nis achter een weggeblazen reclamepaneel op het perron. Een bewakingsbeeld van een man met een blauwe jas en een blauwe rugzak kon gelinkt worden aan de lichaamsdelen: zo kon de dader geïdentificeerd worden, legde Nathalie B. uit.
De vaak schokkende foto's schetsten een beeld van totale vernietiging. De stilte die in de assisenzaal hing werd af en toe onderbroken door snikken uit het publiek.



