Het is een vraag die bij velen nu op het gemoed rust. Waarom zetten jongeren na een voetbalmatch hun stad, Brussel of Antwerpen, op stelten? Ze stichten brand, vernielen auto's of brommers, slaan ruiten stuk en beschadigen winkels. Waarom? Ook straathoekwerker Joost Bonte, met veel jaren ervaring met jongeren op de teller, zoekt een antwoord én oplossingen.
We verloren in Doha met 0 – 2 van Marokko. Ik ken te weinig van voetbal om te weten of het terecht was, of onverdiend. Waar een deel van de Belgen ondergedompeld werd in een tristesse-bad was het voor een ander deel een droom op roze wolken.
Ik werd door mijn Marokkaanse vrienden geplaagd met het verlies en kreeg ontzettend veel foto’s en filmpjes doorgespeeld van feestende medeburgers die hun medeleven met mij en de Rode Duivels deelden. Ik zag verzoeningen met verslagenen, omhelzingen met gezagsdragers, medeleven en –dogen met treurenden.
Maar ik zag ook heel veel ergernis, kwaadheid en woede over hoe sommigen aan het vieren waren. “Fuck, ze helpen een mooie dag naar de vaantjes!”, “Merde, waar is dat nu voor nodig!”, “Verdorie, we gaan weer allemaal in de brokken delen en moeten antwoorden op de vraag: "Jullie vinden dat toch niet oké?". Natuurlijk zijn wij daar tegen, 100 procent”.
De berichtgeving in de pers neigt daar ook naar: weinig vreugdetaferelen maar vooral rellen en vandalisme
Een aantal – uitgespuwde – heethoofden worden op sociale media zeer snel "de Marokkaanse gemeenschap". De berichtgeving in de pers neigt daar ook naar: weinig tot geen vreugdetaferelen maar vooral rellen en vandalisme.
Bepaalde politieke partijen zijn er als de kippen bij om compilaties op het net te zwieren die hun mantra’s bevestigen en versterken. De bagger die daar op volgt, is van een schrikbarend laag allooi, zowaar nog erger dan de feiten die zich op straat afspelen omdat het door volwassenen gespuid wordt, elke nuance mist en gekenmerkt is door revanchisme, minachting en vernedering.
De voorzitter van Vlaams Belang was snel met zijn eerste tweet. Hij heeft het over een "Marokkanenprobleem".
Uiteraard zijn de rellen niet goed te praten, op geen enkele wijze, maar omdat ik een sociaal werker ben en geen rechter, zoek ik naar een uitleg, naar de drijfveren en oorzaken waarom een aantal jongeren aan het muiten en vernielen slaat. Ik moet niet (ver)oordelen maar begrijpen, ik moet niet straffen maar betrokken zijn, ik probeer aan te sluiten op hun levens, ik doe pogingen om af te stemmen op hen wat er hen drijft.
Als het me lukt om hier vat op te krijgen, engageer ik me om er voor te zorgen dat dit niet meer voorvalt, een inspanningsverbintenis en geen resultaatsgarantie. Ik ben een humanist en werk er elke dag aan dat mensen gelijk- maar ook menswaardig- behandeld worden, dat ze krijgen waar ze recht op hebben: een goeie scholing, een kwaliteitsvolle woning, een voldoende hoog inkomen, een job waar ze van dromen. Zoals Don Quichot vecht ik al jaren tegen windmolens en zoals mijn zatte nonkels tegen de bierkaai.
Het is niet omdat het onhaalbaar lijkt dat het ondoenbaar is: we worden wereldkampioen!
De kwaadheid bij die jonge relzoekers resulteert in voor ons ‘zinloos’ geweld, voor hen zijn het verzetsdaden tegen structureel onrecht. Onderwijs waar ze hun draai niet vinden, gediscrimineerd worden op de arbeids- en woonmarkt, geviseerd worden door ordehandhavers en voor veel wat verkeerd loopt in onze maatschappij de schuld krijgen.
Kooplui
Maghrebijnen zijn een volk van kooplieden, ze willen handel drijven en dat kan alleen maar als je door je afzetmarkt aanvaard wordt. Ze doen ontzettend veel pogingen om zich te integreren, overal ter wereld, en in tegenstelling tot de meeste andere bevolkingsgroepen sluiten ze zich niet op in hun gemeenschap. Ze proberen te zijn zoals iedereen en leren zeer snel de taal en omgangsvormen, ze maken zich de waarden van een land eigen en koppelen hier hun eigen cultuur aan.
Gaandeweg stellen ze vast dat wij soms ook maar uit onze nek kletsen als we het hebben over onze grote principes: Liberté, Egalité en Fraternité. Ze zien ook dat mensen die niet door het leven gediend zijn geen keuzes hebben, maar het moeten stellen met wat er hen geboden wordt: van uitgeleefde sociale woningen tot onzekere interimarbeid.
Ze zien ook dat de enen meer – of minder - gelijk zijn dan de anderen: een kruisje aan een halsketting is geen probleem, een hoofddoek is er per definitie een. Dat er voor de één veel beter gezorgd wordt dan voor de andere, dat solidariteit in coronatijden hoog in het vaandel gedragen wordt, maar dat er bij armoede steevast het eigen-schuld-dikke-bultriedeltje gedraaid wordt.
"Het begon te veranderen toen wij zegden: ‘ja maar ...’ of ‘nee’, dan werden we duidelijk gemaakt waar onze plaats was: in de mand achter de kachel”.
Als ze dit aan de kaak stellen of zelfs maar durven te bevragen, worden ze met veralgemeningen en dooddoeners gemuilkorfd: je moet nog beter je best doen of anders maar terugkeren naar je land. Mouad zei me ooit:
“Onze ouders antwoordden op alles ‘ja’. ‘ja’ ik wil ook nog in ’t weekend extra shifts draaien, ‘ja’ ik ben tevreden met een wakke zolderkamer, ‘ja Meester’ als jij het zegt dat dit het beste is voor mijn kind. ‘ja! ja! ja!' Het begon te veranderen toen wij zegden: ‘ja maar ...’ of ‘nee’, dan werden we duidelijk gemaakt waar onze plaats was: in de mand achter de kachel”.
Gilet
Er is nog steeds structurele discriminatie, kansen zijn nog steeds niet evenredig verdeeld, uitsluiting is nog steeds een maatschappelijke uitdaging. Al die fenomenen zijn samen de potgrond voor wat de sociologen Durkheim en Merton ‘anomie’ noemen: de sociale structuur van de maatschappij werkt afwijkend gedrag in de hand als ze doelen formuleert zonder de middelen te voorzien om die te bereiken.
De reactie hierop kan zich uiten in terugtrekken, conformeren, innoveren, ritualiseren maar ook in rebellie en dat hebben we zondag gezien, niet alleen in ons land maar zo een beetje overal ter wereld.
Dat we die jongeren – jongetjes - beter tegen onze gilet trekken in plaats van – zoals nu door velen voorgesteld wordt - hard en meedogenloos te straffen, is een principe dat wereldwijd in de pedagogie erkend wordt als deugdelijk en deugdzaam.
En het is niet omdat het onhaalbaar lijkt dat het ondoenbaar is: we worden wereldkampioen!






