Yassine Mahi, die donderdagavond in Schaarbeek een agent doodstak en een andere verwondde, was eerder op de dag nog bij de politie om psychologische hulp komen vragen. Maar hoe zijn politie en parket vanaf dan met die situatie omgegaan? Een uitgebreid verslag van Johan Demulle, procureur-generaal van het parket van Brussel schetst een scherpere tijdslijn van wat er die donderdag allemaal gebeurd is. En volgens minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) vallen op basis van die informatie ook al enkele politieke lessen te trekken.
Hoe pakten parket en politie vraag om hulp van Yassine Mahi precies aan? 3 lessen uit het verslag van de procureur-generaal van Brussel
1. Wat Yassine Mahi precies kwam vragen in het politiebureau van Evere
Yassine Mahi biedt zich donderdag rond 9u35 aan in het politiekantoor van Evere. Hij komt volgens de getuigenissen van de agenten daar inhoudelijk verward over. Zo vertelt hij dat hij een moeilijk leven heeft gehad, dat hij doorheen de jaren een haat tegen de politie heeft ontwikkeld en dat hij meermaals een aanslag op de politie heeft overwogen.
Tegelijk zegt dat hij die dingen niet wil voelen en die gedachten niet wil hebben en dat hij denkt dat hij hulp nodig heeft. Hij wil een normaal leven leiden, trouwen en kinderen krijgen, "maar met die gedachten is dat niet mogelijk", stelt hij. Een andere getuige zegt dat Mahi op dat vlak - de wil om te veranderen - echt wel geloofwaardig leek over te komen.
Hij wordt er ook gefouilleerd en daaruit blijkt dat hij geen verdachte voorwerpen bij zich had.
2. Hoe het parket de kwestie-Mahi onder de loep nam
De politie legt rond 10 uur de vraag voor aan de magistraat van de dienst Permanentie van het parket van Brussel wat er met Mahi moest gebeuren. Dan al is duidelijk dat de man gekend is voor radicalisme, waardoor de magistraat contact opneemt met de afdeling groot-banditisme en terrorisme. Vandaaruit wordt de referentiemagistraat terrorisme van het parket Brussel opgebeld.
Samen nemen zij door wat er tot dusver geweten is over Mahi. De conclusie is dat er geen strafonderzoeken lopen tegen de man sinds zijn vrijlating uit de gevangenis van 2019. De referentiemagistraat terrorisme belt vervolgens naar de cel radicalisme van de politiezone Brussel-Zuid, omdat Mahi daar een tijdlang heef gewoond en daar goed gekend is.
De politie omschreef hem als een "manipulator", die al vaker zelf naar de politie was met een verzoek of klacht. Als hij zich niet gehoord voelde kon hij wel eens agressief zijn
Mahi wordt er gekaderd als iemand die in de gevangenis is geradicaliseerd (en dus zelf niet veroordeeld was voor terrorisme). De politie omschrijft hem als een "manipulator", die al vaker zelf naar de politie is gestapt met een verzoek of klacht. Als hij zich niet gehoord voelt, kan hij wel eens agressief zijn. Maar sinds zijn vrijlating zijn er geen verontrustende voorvallen geweest.
Met al die informatie overlegt de magistraat van de dienst Permanentie intern nogmaals of er, juridisch gezien, echt sprake kan zijn van een strafbaar feit op basis waarvan de man kan worden opgepakt (conclusie: nee). En de magistraat belt rond half elf 's morgens nog eens met de politiezone met de vraag om de exacte bewoordingen van Mahi te checken en getuigen daarvan te verhoren.
3. Hoe Mahi naar het ziekenhuis werd gebracht (en hoe dat werd opgevolgd)
De parketmagistraat beslist vervolgens om Mahi niet gedwongen te laten opnemen, gezien diens eigen vraag om zich vrijwillig te laten behandelen. Procureur-generaal Delmulle noemt dat een "verantwoorde" beslissing. Toch vraagt de magistraat aan de politie om Mahi te begeleiden naar de psychiatrische afdeling van het Saint-Luc-ziekenhuis.
Het is ongeveer 11 uur wanneer 3 agenten Mahi afleveren aan de dienst spoedgevallen met de boodschap dat de man vrijwillig om een psychiatrische opname heeft gevraagd. Een half uur later neemt een verpleegster over en vertrekken de agenten. Hij wordt in een wachtzaal geplaatst, waar hij 20 minuten later uit blijkt te zijn vertrokken.
De vraag behoeft een antwoord waarom de politie de verpleegkundigen niet minstens in algemene termen heeft ingelicht van het risicoprofiel van Mahi
Johan Delmulle, procureur-generaal van Brussel
De procureur-generaal concludeert dat er "wellicht" geen enkele informatie is meegedeeld door de politieagenten over het profiel van Yassine Mahi. Toch stelt hij dat het gerechtelijk onderzoek dat definitief zal moeten uitwijzen. Als dat wordt bevestigd, "behoeft de vraag een antwoord waarom de politie de verpleegkundigen niet minstens in algemene termen heeft ingelicht van het risicoprofiel van Mahi, met de vraag nauwgezet op de hoogte te worden gehouden van de daadwerkelijke opname", klinkt het voorzichtig kritisch.
De politiezone belt het ziekenhuis om 18u40 terug voor een stand van zaken over Mahi. Het parket wordt niet ingelicht over dat telefoontje, laat staan over de informatie dat Mahi het ziekenhuis al verlaten bleek te hebben nog voor hij een psychiater had gezien.
Amper 20 minuten later, zo weten we nu, voert de man zijn mesaanval uit op 2 agenten in de Aarschotstraat. Een van hen overleeft dat niet.
Vallen hieruit nu ook al politieke lessen te trekken?
Federaal minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) citeerde deze namiddag in de Kamercommissie Justitie en Binnenlandse Zaken uitgebreid uit het verslag van Delmulle. Maar welke lessen trekt hij daar dan zelf uit? Hij somt vier "contouren van conclusies" voor zichzelf op:
1. De wet van 1990 over de bescherming van geesteszieken moet een forse update krijgen, vindt hij. Van Quickenborne breekt onder meer een lans om de regels rond gedwongen opnames te verduidelijken, zeker als het gaat over iemand die op de OCAD-lijst staat.
2. Er moeten veel duidelijkere en uniforme regels komen over de informatie-uitwisseling tussen politie, justitie en hulpverlening. Dat duidelijke kader bestaat momenteel niet, merkt Van Quickenborne op. Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) treedt hem daarin trouwens bij.
3. Er moet een beter forensisch zorgaanbod op maat van de patiënt komen, iets waarvoor ook de deelstaten verantwoordelijk zijn. "Er is een tekort aan plaatsen in de forensische zorg en er moet een betere samenwerking komen tussen de forensische en de reguliere zorg", aldus de minister.
4. Van Quickenborne wil alle politiemensen beter beschermen tegen geweld en alle feiten daarrond zwaarder bestraffen. Het ontwerp van het nieuwe strafwetboek pakt dat aan. Hij vraagt zich af of die elementen uit dat nieuwe strafwetboek niet sneller kunnen worden doorgevoerd.
Van Quickenborne concludeert dat "als politiemensen zich onvoldoende beschermd voelen, wij daar verbetering in moeten brengen". "Daarom reik ik de hand aan de politiemensen en -vakbonden om samen rond de tafel te zitten om te kijken waar het beter kan en moet."
Tijdens de commissie vroeg MR of excuses van de minister niet op hun plek zouden zijn, maar die kwamen niet. "Dit raakt mij diep", zegt Van Quickenborne. "Als minister van Justitie is dit heel moeilijk en pijnlijk. Als ik de klok zou kunnen terugdraaien, zou ik dat doen. Maar dat kan niet. Wat wel kan, is vermijden dat dit nog eens gebeurt."
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant







