Op 30 oktober is het 100 jaar geleden dat de Italiaanse koning Victor Emanuel III op "vreedzame" wijze de macht overdroeg aan Benito Mussolini. Documentairemaker Mark Cousins toont in zijn nieuwe documentaire "The march on Rome" de machtsspelletjes die aan de machtsoverdracht voorafgingen. Hij ontmantelt de fascistische propaganda uit die tijd en trekt bovendien aan de alarmbel: fascisme is van alle tijden.
Nieuwe documentaire "The march on Rome" op Film Fest Gent toont hoe invloed van Mussolini nog altijd zichtbaar is in Italië
In 1922 kwam Benito Mussolini aan de macht in Italië. Zijn partij, de Nationaal-Fascistische Partij, zou aan het roer blijven tot 1943 en actief meewerken met het naziregime. Op het filmfestival van Gent speelt nu een nieuwe documentaire over de mars op Rome, de staatsgreep waardoor Mussolini de premier van Italië werd. Regisseur Mark Cousins ontleedt in "The march on Rome" het ontstaan van het fascisme door (propaganda)films van die tijd te analyseren en de historische achtergrond te schetsen.
Wat is de mars op Rome?
De mars op Rome vond plaats tussen 27 en 31 oktober 1922. De fascistische “zwarthemden” marcheerden van Napels naar Rome om daar alle belangrijke gebouwen in te nemen. Op die manier wilden ze de macht afdwingen van de toenmalige liberale regering, desnoods met geweld.
De liberale premier Luigi Facta wilde de noodtoestand uitroepen, maar koning Victor Emanuel III wilde conflict vermijden en weigerde het bevel te ondertekenen, waardoor het leger niet werd ingezet. Facta nam ontslag, en de koning benoemde Mussolini officieel als de nieuwe premier van Italië op 30 oktober 1922, met als gevolg een triomftocht door Rome op 31 oktober.
"A noi" (“Aan ons”)
De propagandafilm “A noi” (“Aan ons”) over de mars op Rome kwam uit in 1922, amper enkele dagen na de mars zelf. Cousins merkt op dat de film drie jaar voor het iconische “Pantserkruiser Potemkin” van de Russische Sergej Eisenstein wordt uitgebracht, en 13 jaar voor Leni Riefenstahl’s nazipropaganda “Triomf van de Wil”. “A Noi” zette dus de toon voor een reeks propagandafilms van de jaren 20 en 30, maar versterkte ook het imago van fascisme als krachtige politieke overtuiging.
Met zijn kennis van cinema ontmaskert Cousins stukje bij beetje de leugens in de propagandafilm. Regisseur Umberto Paradisi gebruikte camera- en monteertrucjes om de menigte er groter en gevaarlijker te laten uitzien dan eigenlijk het geval was tijdens de mars. De “wonderbaarlijke fascistische strijdkrachten”, zoals ze in “A Noi” genoemd worden, waren eigenlijk een ongeorganiseerde paramilitaire groep die aankwam in Rome, nog voor Mussolini daar zelf was. Die wachtte namelijk in Milaan op de uitslag: als de mars mislukte, zou hij snel kunnen vluchten naar Zwitserland.
Wie was Mussolini nu weer?
Cousins herinnert ons er ook aan waar Benito Mussolini en het fascisme voor stonden. In recente tijden hebben verschillende Italiaanse politici, zoals Silvio Berlusconi, geopperd dat “Mussolini veel goede dingen gedaan heeft”. Cousins toont de wreedheid en meedogenloosheid van de fascistische partij: van de moord op politieke tegenstander Giacomo Matteotti, tot de gewelddadige annexatie van Albanië tijdens de Tweede Wereldoorlog en het gebruik van mosterdgas op de bevolking van Ethiopië, toen dat nog een Italiaanse kolonie was.
Ook Mussolini's vriendschap met Hitler komt uitgebreid aan bod. Bij een beeld waarop Hitler en Mussolini vanop een toren uitkijken over een menigte, vraagt Cousins zich luidop af: "Konden zij van daar al Dachau zien? En Auschwitz, en Buchenwald, en Bełżec?" Zijn boodschap is duidelijk: vergeet niet waar Mussolini ook aan meegewerkt heeft.
Menigtes, mannelijkheid, geweld, kunst, religie: Cousins identificeert één voor één de pilaren waarop het fascisme gebouwd is. Daarbij laat hij ook zien waar Mussolini zijn inspiratie haalde en wie hij op zijn beurt inspireerde. Zo kwam Mussolini's fascinatie voor de manipulatie van grote menigtes uit een boek van Fransman Gustave Le Bon. Daarin noteert Le Bon: "De massa heeft, zoals vrouwen, een neiging tot hysterie", een idee waar Mussolini zijn hele fascistische bewind op steunt.
Ook andere grote politieke leiders uit de eerste helft van de 20e eeuw kwamen aan de macht met een gelijkaardige "mars" of staatsgreep. Cousins speelt daar op in: hij toont beelden van hoe Francisco Franco, dictator van Spanje tussen 1939 en 1975, en António de Oliveira Salazar, minister-president van Portugal van 1932 tot 1968, de macht grijpen. Bij een foto van Salazar aan zijn bureau pauzeert Cousins even, en vraagt aan de kijker: "Van wie staat er een foto op zijn bureau?" Het antwoord: Benito Mussolini.
Fascisme is nooit “uit de mode”
Hoewel Cousins veel archiefmateriaal gebruikt, houdt hij telkens één oog op het heden. Beelden van Donald Trump die ongegeneerd Mussolini citeert en beelden van fascistische graffiti op de muren van het hedendaagse Rome worden afgewisseld met Mussolini.
In het Rome van 2022 toont hij de restanten van het bewind van Mussolini: fascistische beeldhouwwerken of mozaïeken in het Foro Italico (vroeger het "Foro Mussolini"). Zelfs op verschillende straatstenen is nog het fascistische symbool van een bijl vastgebonden met takken of "fasces" - het symbool van macht in het antieke Rome - te vinden. Cousins merkt op dat in Duitsland alle overblijfselen van het naziregime zijn afgebroken, in tegenstelling tot Italië.
Dat Mussolini in Italië nog enigszins populair is, is geen grote revelatie. Pas enkele jaren geleden werd fascistische propaganda met zijn beeltenis verboden. Ook onder Italiaanse politici gaat er wel vaker een stem op die beweert dat Mussolini toch ook veel verwezenlijkt heeft.
Cousins werkte de documentaire af vóór de Italiaanse verkiezingen, maar toont op een bepaald moment ook de radicaal-rechtse Giorgia Meloni, die die recente verkiezingen in Italië overtuigend won. Meloni en haar partij Fratelli D'Italia staan bekend om hun neofascistische oorsprong en conservatieve ideologie. Ze wordt door Cousins op een rijtje geplaatst met Viktor Orbán, Vladimir Poetin, Jair Bolsonaro en Marine Le Pen. Hij besluit dat fascisme nooit echt weg is, en misschien nooit zal zijn, want "fascisme weet wat ons angst aanjaagt".
“The march on Rome” speelt nog op Film Fest Gent tot en met donderdag 20 oktober. Op 26 oktober verschijnt op Netflix ook de (fictieve) Italiaanse film “Robbing Mussolini” over een geïmproviseerde bende die op het einde van de Tweede Wereldoorlog Mussolini's fortuin probeert te stelen.



