Een warme trui aantrekken of een dekentje op je stoel leggen: met een paar eenvoudige ingrepen kan je het ook bij lagere temperaturen comfortabel houden op het werk. Dat zegt Griet Verbeeck, ingenieur-architect en hoogleraar aan de UHasselt. Nu steeds meer aandacht gaat naar de energiekosten van gebouwen, durven werkgevers de verwarming al eens een graadje lager te zetten.
19 of 20 graden op kantoor? "Met een warme trui en een kussentje kan je jezelf al heel wat comfortabeler maken"
Samenvatting:
In gebouwen van de Vlaamse overheid mag het deze winter maximaal 20 graden worden, bij de federale overheid is dat al een tijd 19 graden.
1 graad minder kan 7 procent schelen in het verbruik.
Ingenieur-architect Griet Verbeeck (UHasselt) raadt aan om een warme trui te dragen, een dekentje of kussentje op je stoel te leggen, je af te schermen van koude ramen of muren en af en toe te bewegen.
In de gebouwen van de Vlaamse overheid mag het deze winter maximaal 20 graden worden. Bij de federale overheid ligt de maximumtemperatuur al een tijdje op 19 graden. Bedoeling is om zo energie en geld te besparen: 1 graad minder kan al 7 procent schelen in het verbruik.
Maar bij welke temperatuur voelen we ons eigenlijk het best op kantoor? Een eenduidig antwoord is er niet, zegt Verbeeck in VRT NWS De Wereld Vandaag op Radio 1. "Er zijn natuurlijk richtlijnen vanuit het arbeidsreglement, maar de ideale temperatuur verschilt vaak van persoon tot persoon. Er zit dus wel wat variatie op wat iemand persoonlijk de beste temperatuur vindt."
Dat bleek ook uit een bevraging bij onze radioluisteraars. Hun voorkeuren liepen uiteen van 18,5 tot zelfs 24 graden, al werd 21 graden het vaakst genoemd. Is dat dan toch de temperatuur waarbij we ons het comfortabelst voelen?
"Dat is misschien wel de temperatuur waaraan we het meest gewend zijn. Het is vaak de binnentemperatuur en we kleden ons daar ook naar. We verwachten dat het op kantoor warm genoeg is, waardoor we ons niet echt warm aankleden."
Met een trui en een kussentje
We kunnen zelf heel wat doen om het comfortabel te houden als de temperatuur wat lager ligt. "Het is zelfs makkelijker om je aan te passen aan een koudere temperatuur dan aan een warmere temperatuur in de zomer", aldus Verbeeck. "Als mens produceren we warmte. De bedoeling is om die warmte zoveel mogelijk bij ons te houden wanneer het kouder is."
Tijdens de energiecrisis enkele jaren geleden zagen we veel meer studenten en personeelsleden met een dikkere trui
Griet Verbeeck, ingenieur-architect en hoogleraar aan de UHasselt
Een warme trui aantrekken is een voor de hand liggende oplossing, maar ook de plek waar je zit, kan een verschil maken. "Je kan ervoor zorgen dat je jezelf een beetje isoleert, bijvoorbeeld door een dekentje of kussentje op je stoel te leggen. Je moet er dus op gaan zitten, niet het over je heen leggen."
Verbeeck maakte dat zelf al mee tijdens de energiecrisis van enkele jaren geleden. Toen beslisten de Vlaamse universiteiten om de temperatuur in hun gebouwen op 19 graden te zetten. "We zagen toen effectief veel meer studenten en personeelsleden met een dikkere trui."
(Slecht) geïsoleerd gebouw
Hoe koud 19 graden aanvoelt, hangt niet alleen af van de temperatuur op de thermometer. Ook het gebouw waarin je werkt, speelt een belangrijke rol.
"19 graden in een goed geïsoleerd gebouw voelt anders aan dan 19 graden in een slecht geïsoleerd gebouw. De temperatuur die we ervaren, hangt niet alleen af van de lucht, maar ook van de oppervlakken rondom ons, zoals muren en ramen." Een koud raam kan bijvoorbeeld een onaangenaam koudegevoel veroorzaken. Wie in een slecht geïsoleerd gebouw werkt, kan zich daarom beter wat afschermen van ramen of muren.
Ook af en toe eens rechtstaan en bewegen helpt, tipt Verbeeck nog. "Dat wordt vanuit gezondheidsoogpunt sowieso al vaak aangeraden."
Volgens Verbeeck hoeven gebouwen ook niet overal dezelfde temperatuur te hebben. "We zijn het gewoon geworden dat het in gebouwen overal even warm is, maar dat is eigenlijk niet nodig. In ruimtes waar mensen lange tijd stilzitten, mag het wat warmer zijn. Maar circulatieruimtes, zoals een traphal, hoeven helemaal niet zo warm te zijn."
Is het wel gezond om voortdurend van een warme naar een koudere ruimte te gaan en omgekeerd? Volgens Verbeeck hoeft dat helemaal geen probleem te zijn. Integendeel: "We zoeken die temperatuurverschillen toch ook zelf op wanneer we naar de sauna gaan. Ook kleinere temperatuurschommelingen kunnen goed zijn om onze fysieke weerbaarheid te verbeteren."
Verwend geraakt
Of een lagere temperatuur al dan niet invloed heeft op onze productiviteit op het werk, durft Verbeeck niet te zeggen. "Daar kan ik niet meteen concrete cijfers op plakken. Het is uiteraard belangrijk dat je je comfortabel voelt, maar zoals ik zei: je kan zelf voor een stukje bepalen hoe comfortabel je het maakt."
Volgens haar zijn we de voorbije decennia verwend geraakt op het vlak van verwarming. "Vroeger verwarmde men met kachels en waren niet alle ruimtes warm. Met de komst van centrale verwarming en vloerverwarming zijn we gewend geraakt aan een uniforme, redelijke hoge temperatuur. Daardoor lopen mensen in de winter in een T-shirt rond, terwijl het eigenlijk zo raar niet is om je wat warmer te kleden wanneer het kouder wordt."
Het volledige gesprek met ingenieur-architect Griet Verbeeck in VRT NWS Wereld Vandaag op Radio 1