In de Verenigde Staten heeft een federale rechter een klacht van president Donald Trump wegens smaad tegen de krant The Wall Street Journal afgewezen. De krant had geschreven dat Trump in 2003 een verjaardagsbriefje met een schunnige tekening naar zedendelinquent Jeffrey Epstein had gestuurd. Trump ontkende dat en eiste minstens 10 miljard dollar schadevergoeding.
Rechter verwerpt Trumps klacht over schunnige tekening voor Epstein: "Een wanhoopspoging"
In juli 2025 verscheen in The Wall Street Journal een artikel over een schunnige verjaardagsboodschap die de Amerikaanse president Donald Trump zou hebben geschreven aan de veroordeelde zedendelinquent Jeffrey Epstein.
Journalisten hadden een verjaardagsalbum van Epstein uit 2003 kunnen inkijken, het jaar dat Epstein 50 werd. Daar vonden ze ook een berichtje van Trump. Volgens de krant was het een schets van een naakte vrouw, met nadruk op de borsten. De naam 'Donald' stond getekend op de plaats waar de schaamstreek zit.
In de tekening stonden enkele getypte zinnen. De boodschap eindigde met "Gelukkige verjaardag, en dat elke dag een ander mooi geheim mag zijn."
Het artikel verscheen op een moment dat de discussie over het vrijgeven van documenten uit het Epstein-dossier (de 'Epstein-files') volop woedde. De Amerikaanse regering kreeg toen zowel van Democraten als van Republikeinen felle kritiek voor de manier waarop ze de zaak behandelde.
Nog voor de publicatie had The Wall Street Journal contact opgenomen met Trump om te vragen of hij de brief had geschreven of ondertekend. Hij ontkende dat.
Trump was woedend toen het artikel verscheen. Hij sleepte The Wall Street Journal voor de rechter wegens laster en eerroof. Onder meer mediagroep News Corp, eigenaarsfamilie Murdoch en enkele journalisten werden genoemd.
Nieuwe rechtszaak is niet meer mogelijk
Aanvankelijk eiste Trump 20 miljard dollar (ongeveer 17,8 miljard euro) schadevergoeding. De zaak kwam een eerste keer voor in april van dit jaar in de rechtbank van het Southern District van Florida. Rechter Darrin Gayles wees de zaak toen af.
Trumps advocaten dienden de zaak opnieuw in, dit keer met een eis van 10 miljard dollar (ongeveer 8,9 miljard euro). Gayles heeft de aanklacht nu definitief verworpen ('dismissed with prejudice'). Dat betekent dat er geen nieuwe rechtszaak over kan worden aangespannen.
Gayles spreekt zich in zijn 20 pagina's tellende argumentatie niet uit over de echtheid van de brief. Hij oordeelt wel dat The Wall Street Journal grondig onderzoek deed en te goeder trouw handelde toen het de inhoud van de brief publiceerde.
Trumps advocaten konden volgens Gayles niet aantonen dat er lasterlijke uitspraken zijn gedaan "met opzettelijke kwaadwilligheid" ('actual malice'). Daarvoor moesten ze kunnen bewijzen dat de krant wist dat het verhaal onwaar was, of handelde zonder aandacht te hebben voor de vraag of het waar was.
De rechter noemt de klacht een wanhoopspoging van Trump. Trumps advocaten "grepen naar elke strohalm om gebreken te fabriceren in het werk van de krant", zegt de rechter.
Dit valt niet onder opzettelijke kwaadwilligheid
Rechter Darrin Gayles
Volgens de advocaten had de krant het verhaal niet mogen publiceren nadat ze Trump hadden gevraagd of het klopte. "Dat valt niet onder 'opzettelijke kwaadwilligheid' en is bovendien in strijd met het Eerste Amendement van de grondwet", schreef Gayles. Dat beschermt onder meer de persvrijheid.
"Als dat de wet zou zijn, zouden journalisten telkens wanneer een publiek figuur of diens team een beschuldiging ontkent, rechtstreeks worden verhinderd om negatieve of afwijkende berichtgeving te publiceren. En dat gaat lijnrecht in tegen het Amerikaanse voorrecht om vrijuit je mening te uiten."
The Wall Street Journal reageert tevreden op de uitspraak. Trumps juridische team zegt dat de president in beroep gaat.