Prijzen van laadpalen kunnen tot meer dan honderd procent uit mekaar liggen. Dat heeft niet alleen te maken met de prijs van de elektriciteit, maar ook met tal van andere (verborgen) extra kosten. We zetten ze even op een rij.
De verborgen kosten van de laadpalen
Voor het tanken van benzine en diesel bestaan in ons land maximumprijzen. Voor het laden van elektriciteit aan een paal niet.
Er zit dus in principe geen rem op de prijs. Die moet "redelijk" blijven, zegt Europa. Maar we stellen vast dat aanbieders van laadpalen een ruime invulling geven aan het begrip "redelijk" en zich heel creatief tonen in het aanrekenen van allerlei kosten.
En die aanrekening begint al vroeg, eigenlijk zelfs al vanaf het moment dat je naar een laadpaal op zoek gaat.
Zoeken naar een laadpaal
Bij de opkomst van de elektrische auto's zaten nogal wat eigenaars met 'laadstress': de auto's hadden nog niet zo'n grote autonomie, er waren nog heel weinig laadpalen en mensen zaten voortdurend met de angst dat hun auto zou stilvallen voor ze een paal konden bereiken.
Aanbieders van laadpalen en allerhande andere partijen kwamen al snel met een oplossing: ze boden een app, een laadkaart of token aan waarmee je makkelijk naar een paal kon zoeken en handig kon laden.
Een laadpas kan je 15 euro kosten, plus nog eens 10 procent extra bij elke laadbeurt
Alleen: nogal wat van die passen zijn niet gratis. Sommigen rekenen voor een pas 15 euro aan, anderen vragen een 'abonnementsgeld' per maand, nog anderen rekenen een toeslag aan, tot 10 procent per laadbeurt.
Het contrast met de klassieke diesel- en benzinestations is groot. Betalende apps om tankstations te vinden, die vind je amper of niet. Er zijn immers genoeg tankstations, met overigens een duidelijke aanduiding van de prijs per liter, op grote borden en nog eens extra aan de pompen zelf.
Bij laadpalen zie je zulke affiches met een prijsaanduiding per kWh dus quasi nergens.
Laden bij een concurrent
Maar met een app, die de prijs aangeeft, is dat makkelijk op te lossen. Probleem: aanbieders van laadpalen komen vaak met hun eigen app en laadpas. Waarmee je aanvankelijk alleen maar aan hun palen kon laden. Handig voor de klantenbinding, maar vervelend voor de eigenaar van een elektrische auto. Die moest in angst met een bijna lege batterij laadpalen van de concurrentie voorbijrijden omdat hij er met zijn pas of app gewoon niet kon laden.
Dat probleem is intussen grotendeels opgelost. Bijna elk platform dat met een laadpas komt, sluit akkoorden af met zoveel mogelijk aanbieders van laadpalen om zoveel mogelijk laadpalen te kunnen gebruiken. De laadpaalbedrijven zelf maken ook akkoorden met hun concurrenten, zodat hun klanten de palen onderling kunnen gebruiken.
Maar aan die extra service (de zogenoemde roaming) hangt heel dikwijls een prijskaartje. Als je met je pas gaat laden aan palen van een concurrent van jouw laadpalenbedrijf, betaal je daar heel vaak iets extra's voor, het zogenoemde 'roamingtarief', een tarief dat overigens verschilt van laadpas tot laadpas. Aan één en dezelfde paal kan je dus tientallen verschillende prijzen betalen, afhankelijk van de laadpas die je hebt. En er zijn heel veel laadpassen.
Zoeken naar laadpalen en bij de concurrentie gaan laden, kost dus geld. Of soms kan het gewoon niet, omdat jouw kaart of laadapp niet is erkend door een concurrent. Specialisten raden particuliere gebruikers dan ook aan meerdere laadpassen te nemen. Om de beste match te kunnen maken. Sommige van die passen zijn gratis, maar de meeste dus niet.
Laden met een betaalapp of bankkaart
Nochtans is er voor al die laadpassen en apps een makkelijke oplossing. Eentje die al een eeuwigheid in de klassieke tankstations wordt gebruikt. Die oplossing heet: de bankkaart of bank- of betalingsapp. Daarmee kan je overal bezine en diesel tanken, of dat nu bij Shell is, TotalEnergies, Esson, Texaco, Q8... met een bankkaart of -app gebeurt dat in principe aan dezelfde prijs.
Maar met die bankkkaarten kon je bij diezelfde Shell, Total Energies... dus geen stroom laden. Kon. Want onze overheden, met name Europa, zijn na lang dralen in actie geschoten. Europa legde in april 2024 via een verordening op waardoor je bij elke nieuwe laadpaal voortaan met een bankkaart of betalingsapp moet kunnen betalen. En ook bij de al bestaande oudere 'snellere' laadpalen van meer dan 50 kW langs onze autowegen moet je vanaf 1 januari 2027 met een algemene betaalapp, bank- of kredietkaart kunnen betalen.
Er zijn aanbieders van laadpalen die tot 65 procent extra aanrekenen wanneer je met een gewone betaalapp of bankkaart betaalt
Europa liet toe dat de aanbieders van laadpassen voor het gebruik van de klassieke betaalmiddelen een extra tarief mochten aanrekenen. Maar dat tarief moest "redelijk" zijn. Vraag is: wat is redelijk? Want we hebben aanbieders van laadpassen en laadpaaluitbaters gevonden die ruim 65 procent extra aanrekenen op elke geladen kWh als je dat met een bankkaart of algemene betaalapp doet.
Betalen met een bankkaart is dus meestal een pak duurder dan met een laadpas en er staan nog tienduizenden oude palen waar je niet met een bankkaart terecht kan.
Startgeld per laadsessie
Stel je voor dat je aan een tankstation voor je nog maar één druppel benzine of diesel hebt getankt al een 'startbedrag' moet betalen op het moment dat je het brandstofpistool in je tank steekt. Een bedrag dat overeenkomt met één liter getankte brandstof. Een tankstation dat zoiets voorstelt, kan vermoedelijk de boeken dichtdoen.
Maar bij laadpalen is dat helemaal niet ongewoon: ze rekenen een zogenoemd starttarief aan. Bij een van de duurdere palen waar we gingen laden, bedroeg dat starttarief meer dan 3 euro. Stel dat je je laadsessie afbreekt, zonder dat je nog maar één kWh hebt afgenomen, dan nog ben je die drie euro kwijt.
Bij één van de duurdere laadpalen kostte het starttarief meer dan 3 euro
Niet elke aanbieder stelt zo'n starttarief voor, bij sommigen kost het dus niets. Maar er zijn nog kosten: als je aan een tankstation een halve liter diesel of benzine tankt, betaal je de halve prijs. Bij de meeste laadpalen is dat niet zo: je betaalt sowieso de volle pot per begonnen kWh, zelfs als je maar een tiende van die kWh zou laden.
Te lang laden
Nogal wat aanbieders van laadpalen rekenen een extra prijs aan wanneer je te lang aan een laadpaal blijft hangen. Ze willen daarmee het 'paalkleven' tegengaan: bestuurders die hun elektrische voertuig te lang aan een paal laten hangen, zelfs als hij is volgeladen, en daardoor andere klanten hinderen. Of die gewoon de laadpaal gaan misbruiken als een handige, gratis parkeerplaats, en zelfs soms niet laden. Niet onlogisch dat je daarvoor wordt bestraft.
De meeste aanbieders beginnen pas die extra prijs aan te rekenen na een bepaalde tijd: 4 uur voor tragere laadpalen bijvoorbeeld, of een halfuur voor snelladers. Dat moet elke bestuurder voldoende ruimte geven om zijn batterij voor minstens 80 procent op te laden.
Dat is redelijk. Maar sommige aanbieders van laadpalen drijven het wel heel ver. Ze beginnen van de eerste minuut al extra 'tijdstarieven' aan te rekenen. Die komen bovenop de normale prijs voor je elektriciteit en kunnen sommige op het eerste gezicht goedkope laadpalen soms peperduur maken.
Laden op een ongunstig tijdstip
Ook een belangrijk kostenelement dat meer en meer begint mee te spelen: het moment waarop je laadt. Elektriciteitsprijzen zijn namelijk enorm wispelturig: op een zonnige middag kunnen ze tientallen procenten lager staan dan een paar uur later wanneer het begint te schemeren. Diep in de nacht, wanneer we weinig stroom verbruiken, staan ze meestal ook erg laag.
Laadpaalaanbieders beginnen daarop in te spelen: ze zetten de prijs lager op momenten dat er weinig stroomverbruik is. En wanneer de stroomprijzen pieken, verhogen ze die. Ze helpen daarmee eigenlijk het elektriciteitsnet in evenwicht te houden. Wanneer er stroom te weinig is, maken ze die duur. Ze proberen zo klanten af te raden om te laden. Zijn er overschotten, dan maken ze de prijs laag, zodat zoveel mogelijk bestuurders stroom zullen afnemen.
Daarmee helpen ze het net dus in evenwicht te houden en de wispelturige hernieuwbare energie efficiënter te verbruiken, waarbij ze gevaarlijke stroompieken en -dalen en zelfs black-outs van het stroomnet helpen voorkomen. Een nobele zaak.
Maar ook hier is het uitkijken: want de verhoging van de prijzen tijdens de ochtend- en avondspits kan aanzienlijk zijn: een verdubbeling van de prijs, 100 procent extra dus, is geen uitzondering. Klanten moeten dus oppassen dat ze tijdens hun laadbeurt niet plots in peperdure prijzen vallen, want sommige aanbieders veranderen hun prijzen tot 4 keer per dag.
Je kan gouden zaken doen door je auto 's nachts te laten opladen. Maar niet iedereen kan natuurlijk zomaar om middernacht met zijn auto naar een laadpaal rijden, te voet terug naar huis wandelen en de auto na 4 uur opnieuw oppikken.
Beloftes van Europa
Europa wordt zich meer en meer bewust van de ontwikkelingen in de laadpalensector en legde in zijn Verordening AFIR (EU) 2023/1804 een specifieke taak op voor onze overheden.
"De lidstaten zorgen ervoor dat hun autoriteiten regelmatig toezicht houden op de markt voor laadinfrastructuur, en met name ervoor zorgen dat exploitanten van laadpunten en aanbieders van mobiliteitsdiensten (de afspraken) naleven. De lidstaten streven er tevens naar dat hun autoriteiten regelmatig toezicht houden op mogelijk oneerlijke handelspraktijken die gevolgen hebben voor consumenten."
Het wordt kijken hoe België dat concreet gaat invullen.