De Belgische industrie verzwakt steeds verder. Bijna 3 op de 10 machines in de fabrieken staan momenteel stil, schrijven De Tijd en L'Echo. Metaal- en technologiefederatie Agoria noemt de industriële malaise "ongezien". Sectorfederaties vragen daarom maatregelen tegen de hoge kosten en waarschuwen voor verder banenverlies.
"Ongezien": bijna 3 op de 10 machines in Belgische fabrieken staan stil
In de Belgische industrie stond de voorbije maanden gemiddeld 27 procent van de machines stil. Dat blijkt uit een update die de Nationale Bank van België gisteren publiceerde en die De Tijd analyseerde.
De bezettingsgraad van de productiecapaciteit, een graadmeter voor de gezondheid van de industrie, is gezakt naar 73 procent in het derde kwartaal van 2026, het laagste peil sinds april 2020.
Sinds het begin van de metingen, eind jaren 80, stond de bezettingsgraad van de verwerkende nijverheid in ons land maar 4 kwartalen lager dan nu. Dat was zo tijdens de coronacrisis en de financiële crisis in 2009.
Vooral grote daling in Wallonië
In vergelijking met het gemiddelde van 2021 tot en met 2025 ligt de bezettingsgraad in de verwerkende nijverheid nu bijna 4 procentpunt lager.
Er is wel een uitgesproken verschil tussen Vlaanderen en Wallonië. Terwijl aan Vlaamse kant 75,3 procent van de beschikbare capaciteit wordt gebruikt, gaat het in het Waals Gewest om 67,1 procent.
Kanttekening: Vlaanderen zit maar net onder het langjarige gemiddelde (-1,3 procentpunt). In het zuiden van het land is het verschil een stuk groter: de jongste meting ligt daar meer dan 10 procentpunt onder het gemiddelde van de afgelopen 10 jaar.
Energie-intensieve industrie krijgt klappen
Op sectoraal niveau springen vooral de metaalindustrie, de verwerking van ijzer en staal, maar ook de productie van bouwmaterialen en de machinebouw in het oog. De bezettingsgraad ligt daar in het hele land gevoelig lager dan de voorbije jaren.
3 op de 10 machines staan stil: "We kunnen van een systeemcrisis spreken"
"In onze sector kampen we al 4 jaar met een bezettingsgraad onder 80 procent. Dat is ongezien", zegt Patrick Slaets, hoofdeconoom bij de metaal- en technologiefederatie Agoria, aan VRT NWS.
"De oorzaak zit in een gebrek aan vraag. Er zijn te weinig investeringen, door de hoge intrestvoeten die de inflatie met zich meebrengt en te hoge energiekosten door de geopolitieke situatie." Daarom lijden vooral energie-intensieve bedrijven.
Een daling van de bezettingsgraad betekent ook een groter risico op banenverlies, waarschuwt Slaets. "Als de machines niet draaien, hoeven daar geen mensen aan de slag. In de technologische industrie zijn de voorbije 3 jaar al 20.000 banen verloren gegaan. Dat is 6 à 7 procent minder capaciteit dan voor de crisis."
Ook chemiesector kreunt onder dure energie
Ook de chemiesector verkeert in zwaar weer. De Europese capaciteit is volgens een studie van consultant Roland Berger tussen 2022 en 2025 met 9 procent gezakt. Daarbovenop wordt die (lagere) capaciteit maar voor 69 à 70 procent benut.
Gisteren raakte nog bekend dat chemiebedrijf Vynova in Tessenderlo-Ham de productie tijdelijk stillegt door de hoge energieprijzen. 600 werknemers dreigen tijdelijk werkloos te worden.
"Het is stilaan duidelijk dat deze crisis dieper snijdt dan de vorige", zegt Gert Verreth, woordvoerder van chemiefederatie Essenscia.
Op onder meer de hoge energiekosten en de bureaucratie moet dringend een antwoord komen, klinkt het. Dat geldt niet alleen voor België, want ook de rest van Europa kampt met gelijkaardige problemen.
Europa moet sneller handelen en dringend haar tanden laten zien
Gert Verreth, woordvoerder chemiefederatie Essenscia
"Het politiek besef is er, maar op Europees politiek vlak gaat het te traag", aldus Verreth. Enerzijds moeten de hoge kosten worden aangepakt, maar anderzijds moet Europa ook een krachtig signaal geven op het geopolitieke toneel.
Daar speelt een steeds agressievere industriepolitiek, met de tarievenoorlog van Trump en de massaproductie die de Chinese overheid stimuleert. "Europa moet sneller handelen en dringend haar tanden laten zien."
In België moet in het bijzonder de loonkost onder controle worden gehouden. Die ligt nu al hoger dan in de buurlanden en dreigt nog verder te stijgen. "Als die niet in lijn wordt gehouden met onze buren, kunnen we volgend jaar in een belanden", vreest ook Slaets.

