Het stille gevaar van snus, de verslavende zakjes die nog steeds door ons voetbal sluipen: "Een ploegmaat kan echt niet meer zonder"
Flashback naar 2023. Toby Alderweireld schiet Antwerp naar de landstitel. De Belgian Cats worden Europees kampioen. En Lotte Kopecky pakt haar eerste wereldtitel op de weg.
Tussen al die memorabele prestaties mengt zich een opvallend verhaal tussen de meestgelezen artikels op Sporza dat jaar: een inkijk in de stille opmars van snus in ons voetbal .
In de longread wordt een beeld geschetst over de wildgroei aan tabaks- en nicotinezakjes bij Belgische eersteklassers, nadat er eerder al enkele internationale toppers zoals Kylian Mbappé mee gespot werden. Spelers gebruiken het naar verluidt om te ontspannen voor een match óf als extra prikkel door de vrijgekomen adrenaline.
Onze anonieme rondvraag leerde toen dat er nagenoeg geen enkele club in ons land was waar geen snus in de kleedkamer te vinden was.
"Het eerste wat sommige ploegmaats doen bij rust is wat snus onder hun lip steken", getuigde een basisspeler bij een subtopper. Een andere stem: "Onze fitnessruimte en kleedkamer lagen op een bepaald moment vol met zakjes. Toen besliste men om boetes uit te delen voor het achterlaten van snus. (lacht) Maar dus niét voor het gebruik ervan."
Nicotinezakjes zijn kleine, witte zakjes in een kleurrijk rond doosje. Er zit een poeder in, doordrenkt met nicotine. Wanneer je het zakje onder je bovenlip plaatst komt de nicotine via het mondslijmvlies in het bloed terecht en zorgt het voor een nicotinerush.
Snus is eigenlijk iets anders. Dat zijn gelijkaardige zakjes maar met tabak in. In de volksmond worden nicotinezakjes gewoon snus genoemd. Dat doen we ook in dit artikel.
In België is de verkoop van nicotinezakjes verboden, het bezit en gebruik niet.
Geen gêne meer
Een reportage van onderzoeksprogramma Pano brengt het trending topic van toen weer onder de aandacht. Onze collega's stelden vast dat nicotinezakjes momenteel bijzonder populair zijn bij jongeren.
In de uitzending van gisteravond kwam ook ex-doelman Frank Boeckx aan het woord.
"Ik ben er op aanraden van een ploegmaat die bij Kopenhagen speelde mee begonnen. Het hielp om te focussen voor een match en ook om te ontspannen achteraf. In het begin was ik de enige speler die snus gebruikte in de kleedkamer, maar na een tijdje gebruikte iedereen het."
"Ik lieg niet als ik zeg dat één op de drie voetballers snus doet en bij sommige ploegen meer dan de helft."
Frank Boeckx heeft zijn handschoenen al een tijdje aan de haak gehangen, maar het deed ons nadenken: zou snus drie jaar na onze originele rondvraag echt nog altijd zo aanwezig zijn in het Belgische voetbal?
Een nieuwe belronde bevestigt alvast van wel.
Bij zowat elke club zijn er nog (fanatieke) gebruikers te vinden, maar bijna al onze gesprekspartners hebben de indruk dat het absolute aantal gedaald is.
"Vroeger deed meer dan de helft van onze kleedkamer het, nu nog maar een vijftal", getuigt een ervaren speler van een ploeg uit de rechterkolom. "Veel hangt af van hoe een spelersgroep is samengesteld."
Een collega die bij heel wat clubs passeerde, ziet een andere mogelijke reden: "Het voetbal wordt alsmaar professioneler en gedetailleerder. Kleine procentjes maken het verschil aan de top. Dus dan doe je het beter niet."
Een bepaalde ploegmaat zei me: 'Ik heb het echt nodig en kan niet meer zonder', zelfs nu zijn tandvlees begint weg te rotten.
In een beperkt aantal kleedkamers is er wel nog sprake van een echte snusplaag.
"Het leeft bij ons in de club", zegt een basisspeler bij een club onderin. "Er worden grote pakketten met tientallen snuspotjes online besteld en afgeleverd met de club als postadres. Een bepaalde ploegmaat zei me: 'Ik heb het echt nodig en kan niet meer zonder', zelfs nu zijn tandvlees begint weg te rotten."
Ondanks het ogenschijnlijk dalende gebruik zien onze bronnen wel een toenemende normalisering van snusgebruik bij voetbalclubs. "Er is minder gêne over dan vroeger", stelt iemand vast.
"Het wordt niet meer verstopt of stiekem gedaan. Tijdens een bespreking wordt aan elkaar gevraagd: 'Heb jij nog eentje over?' En dan liggen de verpakkingen achteraf op de grond."
Een collega knikt: "Het taboe is verdwenen."
Snus is trouwens lang niet alleen een Belgisch fenomeen/probleem in het voetbal. Tijdens het jongste WK ging een foto viraal van de Franse ster Michael Olise die een potje met nicotinezakjes open en bloot in zijn locker had liggen.
Volgens onderzoek van de Engelse spelersbond gebruikt één op de vijf profs snus. Wellicht is het aandeel in de realiteit nog een stuk groter. Opvallend: de percentages liggen hoger bij vrouwen dan bij mannen.
Ook in Nederland verscheen enkele weken geleden een artikel over zorgelijk snusgebruik.
Onze landgenoot Stijn Vandenbroucke, Head of Medical & Performance bij Feyenoord, erkent het probleem: "Nicotinezakjes zijn volledig ingeburgerd in het voetbal", stelt hij vast.
"Wat mij vooral zorgen baart, is dat we het steeds meer zien bij jeugdspelers. Daar gaat het soms echt over verontrustende aantallen – zowel bij jongens als bij meisjes. Het is belangrijk dat we zoiets als abnormaal bestempelen. Weet je, er zijn discussies over het verbieden van sociale media bij jongeren, maar niet over nicotinezakjes die soms de waarde hebben van 20 sigaretten."
Afkickverschijnselen
Zeker in een topsportklimaat blijft het toch bizar dat snus zo gedoogd wordt.
Bij zowat elke club die wij contacteerden, zijn er geen richtlijnen rond het gebruik van nicotinezakjes. Het wordt gezien als lesser of two evils, een toegift voor spelers die al veel moeten laten in het leven.
"En als we het zouden verbieden, doen ze het wel stiekem", zegt een clubleider nog.
Bij één topploeg is het wel verboden om snus te gebruiken tijdens een revalidatie, omdat studies aantonen dat het herstel vertraging oploopt.
Vanuit de Pro League zijn er nooit overkoepelende initiatieven genomen om gebruik te ontmoedigen. Sommige clubs deden wel voorzichtige pogingen om te waarschuwen voor de gevaren, via lezingen of affiches in de kleedkamer.
Onder meer bij OH Leuven namen ze zulke acties.
"Bij ons is het gebruik gelukkig gedaald", vertelt clubarts Pieter-Jan Loos.
"Sommige spelers denken dat snus prestatiebevorderend werkt, omdat ze een rush voelen of alerter zijn, maar op lange termijn zijn er alleen maar nadelen. De nicotine is slecht voor de bloedvaten en het zenuwsysteem, waardoor de zuurstofopname verlaagt. Zo ga je na een tijdje achteruit in plaats van vooruit. En het grootste gevaar is dat het extreem verslavend is."
Als een speler probeert te stoppen, is er een heel grote kans dat hij door de afkickverschijnselen een tijdje minder zal presteren.
Stijn Vandenbroucke, Head of Medical & Performance bij Feyenoord
Vandenbroucke deelt die mening: "Als iemand genetisch gevoelig is voor verslavingen, dan is stoppen bijna niet meer haalbaar. Zeker door de druk in het voetbal is het lastig om spelers te laten afkicken. Ze gebruiken snus als een soort stressmanagement, om de druk weg te nemen. Maar die rust is eigenlijk het wegnemen van de eigen ontwenning."
"Kijk, als een speler probeert te stoppen, is er een heel grote kans dat hij door de afkickverschijnselen een tijdje minder zal presteren. Het is moeilijk om dan door te zetten als je om de drie dagen een wedstrijd hebt. Sommige clubs gebruiken daarom vaak blessureperiodes als kans om iemand van snus te krijgen."
Volgens Vandenbroucke moet er dringend werk gemaakt worden van een maatschappelijke aanpak van het snusprobleem, die breder gaat dan alleen het voetbal.
"Er is een beleid rond menstruatie en hartfalen, maar waarom niet rond snus? Ik ben lid van de Medical & Performance van EFC, de belangenorganisatie van de Europese clubs. Toen ik het onderwerp op tafel gooide in onze WhatsApp-groep, stroomden de reacties van collega's binnen. We werken binnen de EFC nu aan een gezamenlijk beleid."
Maar wat is de juiste methode?
"Met een verbod mis je het juiste effect, we moeten opvoeden. Het is beter om in te zetten op sensibilisering en preventie. We zien dat het gebruik consequent daalt bij clubs die daarop inzetten."
Over drie jaar zullen we nog eens een belronde doen.