Er zijn nu en dan boeken die je dwingen anders naar de wereld te kijken. 'Eindtijdfascisme' van Naomi Klein en Astra Taylor is er zo een. Het stelt niet alleen vragen over de politieke ontsporing van onze tijd, maar ook over de angsten, verlangens en illusies die daaronder liggen.
Waarom 'Eindtijdfascisme' een van de belangrijkste boeken van het moment is
Boekenmaand November
Van Boektopia in Kortrijk en Antwerpen tot de Voorleesweek: november is traditiegetrouw de boekenmaand. Daarom tippen VRT NWS-gezichten in november elke week een boek dat je volgens hen gelezen moet hebben.
Wat gebeurt er met een samenleving die het vertrouwen in de toekomst verliest? Wie profiteert van die wanhoop? En wat als politieke leiders niet langer beloven dat morgen beter wordt, maar hun achterban leren leven met het idee dat alles toch verloren is?
Precies die ongemakkelijke vragen stellen auteurs Naomi Klein en Astra Taylor in dit boek. Ik heb Klein zelf ooit ontmoet tijdens een zeer druk bijgewoonde lezing, toen ik nog in Brooklyn (New York) woonde en werkte voor VRT NWS.
'Eindtijdfascisme (en de strijd om het leven op aarde)' is uitermate lezenswaardig. Er zijn minstens 3 goede redenen om dit heftige en confronterende boek te verslinden.
''Eindtijdfascisme' laat zien hoe angst een politiek wapen wordt
De eerste verdienste van 'Eindtijdfascisme' is dat het ons leert kijken naar de angst achter de politiek. Niet alleen naar slogans, verkiezingsuitslagen of luidruchtige leiders die de voorpagina's domineren, maar ook naar het gevoel dat de wereld uit haar voegen barst.
Klimaatverandering, oorlogen, economische onzekerheid, migratie, sociale ongelijkheid en afnemend vertrouwen in democratische instellingen: het zijn geen losstaande problemen.
Samen voeden ze bij veel mensen het gevoel dat de toekomst niet langer van hen is. Meer zelfs: dat de toekomst hen ontglipt. Dat de wereld waarin ze zijn opgegroeid verdwijnt en dat niemand weet wat ervoor in de plaats komt. Een akelig gevoel.
Een democratie wordt ook kwetsbaar wanneer burgers hun vertrouwen verliezen in de mogelijkheid om samen iets aan de toekomst te veranderen
Björn Soenens
In dat vacuüm gedijen politieke bewegingen die niet noodzakelijk een geloofwaardig antwoord op die problemen aanbieden, maar wel geheid een schuldige aanwijzen. Een nuttige zondebok: de vreemdeling, de wetenschapper, de elite. Of de journalist die moeilijke vragen stelt. Complexe problemen worden versimpeld tot het aanwijzen van een zwart schaap.
Klein en Taylor helpen ons begrijpen hoe die mechanismen werken. Hun analyse is een mokerslag, omdat ze autoritaire politiek niet alleen zien als een ideologie die van bovenaf wordt opgelegd, maar ook als iets wat inspeelt op bestaande frustraties en onzekerheden bij gewone burgers.
Dat is een belangrijke les: een democratie komt niet alleen onder druk te staan wanneer iemand haar instellingen probeert uit te hollen. Ze wordt ook kwetsbaar wanneer burgers hun vertrouwen verliezen in de mogelijkheid om samen iets aan de toekomst te veranderen.
Wie dit boek leest, kijkt daarom met een scherper oog naar politieke retoriek. Achter de belofte om een land weer groot(s) te maken, kan ook de boodschap schuilgaan dat de wereld alleen nog met vijanddenken en afrekeningen te redden valt.
'Eindtijdfascisme' verbindt de klimaatcrisis met de crisis van de democratie
Misschien nog belangrijker: Klein en Taylor claimen dat de klimaatcrisis en de opkomst van autoritaire politiek elkaar versterken.
Een samenleving die haar toekomst bedreigd ziet, kan namelijk kiezen voor solidariteit, samenwerking en een rechtvaardige verdeling van de lasten, maar kan ook vluchten in nationalisme, uitsluiting en de overtuiging dat iedereen maar voor zichzelf moet zorgen. Dezelfde onzekerheid kan mensen dus in heel verschillende politieke richtingen duwen: exact wat er op dit ogenblik in onze wankele wereld aan de gang is.
Het begrip 'eindtijdfascisme' verwijst naar een gevaarlijke mentaliteit: de overtuiging dat de wereld zoals we die kennen toch ten onder gaat, waardoor het niet langer nodig lijkt haar voor iedereen leefbaar te houden. Als de toekomst verloren is, waarom zouden we de macht dan nog begrenzen, de zwaksten beschermen of rekening houden met de generaties die na ons komen?
Het boek herinnert ons eraan dat klimaatbeleid nooit uitsluitend over CO₂-uitstoot gaat
Björn Soenens
In die houding schuilt een bijzonder cynisme. Wie gelooft dat de ondergang onvermijdelijk is, kan zich wentelen in de chaos en ondertussen de eigen belangen veiligstellen. De crisis wordt dan geen reden om gezamenlijk in te grijpen, maar een vrijbrief om verantwoordelijkheid af te schuiven.
Dat maakt de analyse van Klein en Taylor relevant, ver voorbij de Amerikaanse politiek. Ook Europa worstelt met de vraag hoe democratische samenlevingen klimaatbeleid kunnen voeren in een tijd van economische druk, geopolitieke onzekerheid en groeiend wantrouwen.
Het boek herinnert ons eraan dat klimaatbeleid nooit uitsluitend over CO₂-uitstoot gaat. Het gaat ook over macht, rechtvaardigheid, solidariteit en de vraag wie de prijs betaalt voor een veranderende wereld.
'Eindtijdfascisme' weigert de wanhoop het laatste woord te geven
Toch confronteren deze 500 heftige bladzijden ons niet alleen met de gevaren van deze tijd, maar ook met onze eigen verantwoordelijkheid.
Het zou gemakkelijk zijn om na de analyse van autoritarisme, klimaatontkenning en maatschappelijke ontwrichting de schouders op te halen. U kent de uitspraken: "De wereld is nu eenmaal hard. De politiek is nu eenmaal verrot. De geschiedenis herhaalt zich. En gewone mensen kunnen daar toch niets aan veranderen."
Dat fatalisme maakt van burgers toeschouwers, van politieke keuzes natuurwetten en van de toekomst een trein die onherroepelijk vertrokken is
Björn Soenens
Maar precies dat fatalisme is een van de gevaarlijkste denkbeelden die een democratie kan koesteren. Het maakt van burgers toeschouwers. Van politieke keuzes natuurwetten. Van de toekomst een trein die onherroepelijk naar verre oorden vertrokken is.
Klein en Taylor nodigen uit om die gedachtegang te doorbreken. Hun analyse maakt duidelijk dat politieke ontwikkelingen geen natuurverschijnselen zijn. Ze komen voort uit keuzes, machtsverhoudingen, ideeën en georganiseerde belangen. Wat mensen hebben opgebouwd, kunnen mensen ook weer afbreken of veranderen. Niet eenvoudig, niet zonder conflict en zeker niet van de ene dag op de andere. Maar de toekomst ligt niet vast en is niet onvermijdelijk.
Dat is geen goedkoop optimisme. Wie de ernst van de klimaatcrisis of de erosie van democratische instellingen begrijpt, weet dat goede bedoelingen alleen niet volstaan. Verandering vraagt organisatie, engagement en politieke moed. Hoop wordt pas geloofwaardig wanneer ze zich vertaalt in actie.
Daarom is 'Eindtijdfascisme' meer dan een waarschuwing voor gevaarlijke politieke stromingen. Het is ook een uitnodiging om na te denken over wat een democratische samenleving nodig heeft om overeind te blijven: burgers die zich niet laten verdelen door angst, instellingen die de macht controleren en een politiek die mensen opnieuw het gevoel geeft dat collectieve actie zin heeft.
Dit is een boek voor wie de toekomst niet wil afschrijven
Naomi Klein en Astra Taylor vragen ons in 'Eindtijdfascisme' om niet weg te kijken wanneer politici angst aanwakkeren, de toekomst als verloren voorstellen en solidariteit afdoen als naïef of woke geneuzel. Ze herinneren ons eraan dat een democratie niet alleen leeft van verkiezingen en wetten, maar ook van het geloof dat een gezamenlijke toekomst mogelijk blijft.
En misschien is dat wel de belangrijkste reden om dit boek te lezen, omdat het weigert ons gemakzuchtig met rust te laten. In een tijd waarin zoveel mensen ons willen wijsmaken dat de ondergang onvermijdelijk is, kan dat inzicht een begin van verzet zijn.
Ik citeer de auteurs zelf: "Natuurlijk zijn er geen garanties dat gerechtigheid zal geschieden. Maar dat zal sowieso niet gebeuren als we er niet voor vechten. Elke mens verdient een kans op een goed leven en een toekomst." Welaan dan!