Na het basisonderwijs worden ook in het secundair onderwijs nieuwe minimumdoelen ingevoerd. De Vlaamse regering heeft het voorstel van Onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) goedgekeurd. De nieuwe minimumdoelen zullen ingaan in september 2029: dan stroomt de eerste generatie leerlingen die het basisonderwijs met de nieuwe minimumdoelen heeft afgewerkt door naar het middelbaar.
Ook middelbaar krijgt nieuwe minimumdoelen: lat extra hoog voor Nederlands en wiskunde
Samenvatting:
De Vlaamse regering voert vanaf september 2029 nieuwe minimumdoelen in voor het secundair onderwijs, te beginnen in de 1e graad.
De doelen worden voortaan per vak opgesteld en niet meer rond 16 bredere sleutelcompetenties. Er komt meer nadruk op kennis, net als in de vernieuwde minimumdoelen voor het basisonderwijs.
Op het einde van de eerste graad moet elke leerling de hogere doelen voor Nederlands en wiskunde bereiken.
De onderwijsdoelen van het 6e leerjaar moeten beter aansluiten op die van het 1e jaar secundair.
De vernieuwde minimumdoelen in het middelbaar onderwijs, de overheidsnormen die vastleggen wat leerlingen minimaal moeten kennen en kunnen, zullen per vak worden opgesteld en niet meer rond 16 brede, vakoverschrijdende sleutelcompetenties. De zogenoemde 'overlappende doelenkaders' verdwijnen.
Eerder werden al nieuwe minimumdoelen ingevoerd in het basisonderwijs. De nadruk ligt daar meer op kennis en duidelijke verwachtingen voor leerlingen. Er is bijzondere aandacht voor Nederlands en wiskunde.
Diezelfde accenten worden ook gelegd in de vernieuwde minimumdoelen voor het secundair onderwijs. Het doel is om de onderwijskwaliteit weer op te krikken. "We willen tot een kennisrijk curriculum komen voor alle leerlingen en tegelijk de onderwijsdoelen fors vereenvoudigen", klinkt het.
Het zou absurd zijn dat we de lat in het lager onderwijs hoger leggen, om ze daarna weer te laten zakken in het middelbaar
Zuhal Demir, minister van Onderwijs (N-VA)
De bedoeling is ook om de leerplannen in het 6e leerjaar beter te laten aansluiten op die van het 1e middelbaar. "Het zou toch absurd zijn dat we de lat in het lager onderwijs hoger leggen, om ze vervolgens weer te laten zakken in het middelbaar? Of dat leerlingen plots dingen moeten kennen die ze nooit hebben geleerd?", zegt Onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) in een schriftelijke reactie.
"Onderwijs moet 1 logisch geheel vormen. Wat je in het ene jaar leert, moet de basis zijn voor het volgende. Als de eerste leerlingen in september 2029 met hun nieuwe kennis het middelbaar binnenstappen, moet dat onderwijs dus klaar zijn om daarop verder te bouwen."
De nieuwe minimumdoelen voor het middelbaar onderwijs moeten niet toevallig in september 2029 ingaan. Dan heeft de eerste groep leerlingen het basisonderwijs met de nieuwe minimumdoelen doorlopen. De nieuwe minimumdoelen worden eerst ingevoerd in de 1e graad van het middelbaar onderwijs. De 2e en 3e graad volgen later.
Lat hoger leggen voor Nederlands en wiskunde
Net als bij de vernieuwde minimumdoelen voor het basisonderwijs zal in het secundair onderwijs meer de nadruk worden gelegd op kennis. Hierin komen de verschillende vakken opnieuw centraal te staan.
De onderwijsdoelen rond 16 brede sleutelcompetenties verdwijnen, in ruil voor concrete doelen per vakdiscipline, zoals Nederlands, wiskunde, geschiedenis en wetenschappen.
Daarnaast blijven enkele algemene doelen, zoals burgerschap en financiële geletterdheid, wel behouden. Maar de basis van die doelen is de kennis die leerlingen in verschillende vakken moeten opbouwen.
"We hebben van onderwijs soms iets te ingewikkelds gemaakt. We spreken over 16 sleutelcompetenties, terwijl het uiteindelijk gaat over iets heel eenvoudigs: wat moeten onze kinderen kennen en kunnen in verschillende vakken zoals geschiedenis, wiskunde of Nederlands? We vereenvoudigen de regels, zonder de lat lager te leggen", zegt minister Demir daarover.
Wie veel weet, kan dingen beter begrijpen, kritischer nadenken en zelfstandig keuzes maken. Dat willen we jongeren meegeven
Zuhal Demir, minister van Onderwijs (N-VA)
"Kennis is geen ouderwets begrip. Wie veel weet, kan dingen beter begrijpen, kritischer nadenken en zelfstandig keuzes maken. Dat is precies wat we onze jongeren willen meegeven."
Specifiek voor Nederlands en wiskunde wordt de lat extra hoog gelegd. Op het einde van de 1e graad moet elke leerling de vastgelegde minimumdoelen voor deze 2 vakken bereiken, al behoudt de klassenraad hierin nog het laatste woord.
Voor de andere vakken moeten scholen de minimumdoelen met hun leerlingen als groep voldoende bereiken. Wat dat concreet betekent, is (nog) niet duidelijk.
Deze hervorming moet het secundair onderwijs eenvoudiger maken, met minder verschillende doelenkaders naast elkaar. Zo krijgen leerlingen in de A-stroom en leerlingen in de B-stroom een apart doelenkader, aangepast aan hun onderwijscontext.
Wat is de B-stroom? De meeste leerlingen starten het middelbaar onderwijs in het eerste jaar van de A-stroom. Leerlingen die geen getuigschrift behaald hebben in basisonderwijs starten in de B-stroom. Het gaat bijvoorbeeld om leerlingen die het 6e leerjaar niet hebben doorlopen of uit het buitengewoon basisonderwijs komen.
De B-stroom geeft leerlingen de kans om hun leerachterstand in te halen en vanaf het 3e jaar secundair te kiezen voor het leren van een beroep of aan te sluiten bij de A-stroom.
Binnen dat algemene kader hebben scholen de ruimte om verder te gaan dan het minimum en sterke leerlingen extra uit te dagen. Daarnaast is het de bedoeling dat scholen leerlingen ondersteunen die het moeilijk hebben, zodat zij ook de minimumdoelen zo veel mogelijk halen.
Ook voor het buitengewoon secundair onderwijs komt er een duidelijk doelenkader. Voor leerlingen in opleidingsvorm 1 en 2 worden doelen uitgewerkt die aansluiten bij het dagelijkse leven, met aandacht voor zelfstandigheid wat betreft wonen, werken en deelnemen aan de samenleving.
Uitwerking van minimumdoelen moet nog gebeuren
De ontwikkeling van de nieuwe minimumdoelen zal nu gebeuren per vakdiscipline door wetenschappers en onderwijsexperten, onder leiding van een onafhankelijke expertencommissie. De doelen moeten voldoende concreet zijn, zodat het duidelijk is of de leerlingen de leerstof effectief beheersen.
Demir belooft het onderwijsveld wat meer ruimte te bieden dan bij de minimumdoelen voor het basisonderwijs. "We hebben de tijd vanaf nu tot 2029, dat is veel meer dan in het basisonderwijs."
"Ik wil dat onze jongeren met een stevig gevulde rugzak aan kennis uit het middelbaar komen. Dat ze onze taal beheersen, de wereld begrijpen en klaar zijn voor hogere studies of de arbeidsmarkt. Daar beginnen we in de kleuterklas aan en daar moeten we tot de laatste schooldag op voortbouwen", besluit Demir.





