De angst bekroop me al toen ik het nieuws zag voorbijkomen over de vrouw die 3 dagen opgesloten zat in de kelder van het Deense hooggerechtshof. Ruud heeft al zolang ze het zich kan herinneren last van verlammende claustrofobie. Ze vermijdt openbare toiletten en liften en durft deuren niet op slot te doen. Uiteindelijk zocht ze hulp. "Hoe meer je gaat vermijden, hoe erger het wordt", reageert klinisch psycholoog en gedragstherapeut (UPC Duffel) Barbara Depreeuw.
"Ik moet hier nu uit, en dat kan niet": hoe claustrofobie het leven van Ruud beheerste
Een poetsvrouw zat 3 dagen opgesloten in een ondergrondse cel van een voormalig gerechtsgebouw in Kopenhagen. Ze had geen telefoon bij zich en niemand merkte dat ze vastzat.
Voor Ruud, die al haar hele leven claustrofobie heeft, was alleen al de krantenkop voldoende om angst te voelen. "Ik voelde dat fysiek. Ik heb daar dus niet op geklikt. Het enige wat ik dacht, was: ergste nachtmerrie ooit", getuigt ze in 'De wereld van Sofie' op Radio 1.
Ruud heeft al claustrofobie zolang ze zich kan herinneren. Lange tijd dacht ze dat het om een milde vorm ging. Ze nam gewoon de trap in plaats van de lift en deed openbare toiletten niet op slot. Maar geleidelijk begon de angst steeds meer aspecten van haar leven te bepalen.
Deuren blijven open
Op reis in Marokko in 2022 merkte Ruud hoe sterk haar angst haar leven beïnvloedde. Omdat de ramen vaak tralies hadden, sliep ze alleen met de deur open. "We waren soms op heel verlaten plekken, waar we met onze kinderen sliepen. Ik had liever het risico dat er iemand binnenkwam dan dat ik niet naar buiten zou kunnen."
Ook grote ruimtes met maar één uitgang kunnen haar angst uitlokken. En zelfs een uitstap naar de Efteling werd een confrontatie met haar claustrofobie. "Ik heb geen hoogtevrees en ik hou van achtbanen. Maar het idee dat ik vastgezet word in zo'n bakje en er niet meteen uit kan, maakte dat ik in geen enkele attractie ben geweest."
Als ik er niet uit kan, neemt paniek alles over
Ruud
Voor Ruud draait de angst vooral om het gevoel niet weg te kunnen. "Ik vergelijk het met een druk op de ketel, die van mijn voeten naar mijn hoofd stijgt. Dan denk ik: ik moet hier nu uit. En als dat niet kan, neemt die paniek alles over."
17 verdiepingen hoog > lift
Die angst beïnvloedt ook hoe Ruud haar reizen plant. Wanneer ze een hotel boekt, bekijkt ze vooraf hoe hoog het gebouw is. "Als ik op hotel ga, dan ga ik altijd even kijken op Google Maps Street View. Ik zal nooit zomaar een kamer boeken als het een hoog gebouw is. Ik zal altijd vragen of ik maximaal op de 5e verdieping kan zitten, om te vermijden dat ik de lift moet pakken."
De trap nemen is voor haar vanzelfsprekend, zelfs als dat heel wat verdiepingen betekent. "Ik ben ooit tot op de 17e verdieping te voet gegaan."
Ook bij de tandarts sloeg de paniek al toe toen haar tandvlees werd verdoofd. Het gevoel dat ze de situatie niet onmiddellijk kon stoppen, maakte haar angstig. Een volgende behandeling moest ze zelfs uitstellen, omdat er een hulpmiddel over haar mond geplaatst zou worden.
Beluister: Ruud in 'De wereld van Sofie'
Waarom reageert het lichaam zo heftig?
Volgens klinisch psycholoog en gedragstherapeut Barbara Depreeuw, verbonden aan het UPC Duffel en de Universiteit Antwerpen, is Ruuds ervaring herkenbaar. "Claustrofobie is een angststoornis waarbij mensen een intense angst hebben voor afgesloten ruimtes waar ze niet meteen weg kunnen." Die ruimtes hoeven niet klein te zijn. Ook een grote zaal met maar één uitgang kan angst uitlokken.
Ook de lichamelijke reactie die Ruud beschrijft, is typisch. "Mensen voelen hun lichaam in actie schieten. Hun hart begint heel snel te bonzen en hun ademhaling begint te stokken, waardoor ze het nog meer benauwd krijgen."
Controle hebben speelt hierbij een grote rol
Barbara Depreeuw, klinisch psycholoog en gedragstherapeut
"Het lichaam beslist dat voor hen. Dat is een soort vecht-vluchtreactie. Het lichaam zegt: ik moet eruit." Volgens Depreeuw speelt daarbij vooral de behoefte aan controle een grote rol. "Mensen hebben echt het idee: ik moet controle hebben, ik moet kunnen beslissen wanneer ik eruit ga."
Vermijden maakt de angst alleen maar groter
Ruud vermijdt liften, doet toiletdeuren niet op slot en stapte zelfs niet in de attracties van de Efteling. Volgens Depreeuw is net dat vermijdingsgedrag een belangrijke reden waarom claustrofobie kan blijven bestaan.
Ze verwijst daarbij expliciet naar Ruuds ervaring in het pretpark. "Door de achtbanen te vermijden, stuurde ze eigenlijk de boodschap naar haar hersenen: dit is gevaarlijk."
Er zijn veel mensen die heel goed met claustrofobie kunnen leven
Barbara Depreeuw, klinisch psycholoog en gedragstherapeut
Op zich hoeft claustrofobie niet altijd een groot probleem te zijn. "Er zijn veel mensen die heel goed met claustrofobie kunnen leven. Maar het wordt een probleem wanneer het echt je dagelijkse leven begint te beïnvloeden."
"Bij Ruud zie je dat bijvoorbeeld bij de tandarts, wanneer er van alles in haar mond gebeurt en ze niet meteen weg kan." Ook noodzakelijke onderzoeken, zoals een MRI-scan, kunnen daardoor worden vermeden. "Dan wordt het soms echt gevaarlijk voor de gezondheid."
Therapie kan helpen
Om claustrofobie aan te pakken, wordt exposuretherapie of blootstellingstherapie gebruikt. Daarbij leren mensen onder begeleiding angstige situaties aan te gaan. "Bijvoorbeeld door te oefenen op een afgesloten wc en de angst te laten komen. Zo leert je lichaam: ik word hier angstig, maar dit gaat voorbij en er gebeurt geen ramp."
Zelfs Ruuds beslissing om het krantenartikel niet te lezen, is volgens Depreeuw een vorm van vermijding. "Als therapeut zou ik zeggen: klik er maar op en voel het maar. Het lezen van een artikel is niet gevaarlijk. Het is onaangenaam, maar niet gevaarlijk."
Voor Ruud heeft therapie alvast een groot verschil gemaakt. Hoewel ze nog altijd liever de trap neemt en voorzichtig blijft met afgesloten ruimtes, heeft ze opnieuw meer vrijheid gekregen.
Laat die angst maar komen. Ze is onaangenaam, maar gaat ook weer voorbij
Barbara Depreeuw, klinisch psycholoog en gedragstherapeut
"De therapie was niet evident, maar ze heeft geholpen. Vroeger werd mijn wereld steeds kleiner. Nu is die angst weer teruggebracht tot een aantal specifieke situaties, zoals liften en toiletten."
Ze schaamt zich niet voor haar claustrofobie. "Ik weet dat het irrationeel is. Ik weet dat het in mijn hoofd zit. Maar soms neemt die angst het gewoon over." Het belangrijkste is voor haar dat de angst niet langer al haar keuzes bepaalt.
Voor wie zelf met claustrofobie worstelt, heeft Depreeuw een duidelijke boodschap: probeer niet voortdurend tegen de angst te vechten. "Laat die angst maar komen. Ze is onaangenaam, maar gaat ook weer voorbij. Door dat te ervaren, kan je leren dat je niet voor elke angstige situatie hoeft te vluchten."
Beluister: klinisch psycholoog en gedragstherapeut Barbara Depreeuw in 'De wereld van Sofie'


