Museum M Leuven presenteert 'Scultori Fiamminghi': beeldhouwers uit de Lage Landen die in de 16e eeuw kind aan huis waren in Italië bij pausen en koningen. De werken komen uit grote internationale musea en zijn vaak voor het eerst in ons land te zien. In de tentoonstelling is een gastrolletje weggelegd voor … Manneken Pis.
Fonteinen, standbeelden en 'putti': hoe beeldhouwers uit Vlaanderen het mooie weer maakten in Italië
Samenvatting:
M Leuven toont tot 28 februari 2027 de tentoonstelling 'Scultori Fiamminghi' over beeldhouwers uit de Lage Landen die in de 16e eeuw in Italië werkten, onder wie Giambologna (Jean de Boulogne uit Douai).
De werken komen uit grote musea zoals het Uffizi, de Vaticaanse musea, het Louvre en het Victoria & Albert Museum, en zijn vaak voor het eerst in ons land te zien.
Bijzonder zijn de hereniging van de bronzen 'Sol' en 'Luna' van Jacques Jonghelinck, een gerestaureerd wandtapijt van Pieter Coecke van Aelst en een gastrol voor Manneken Pis.
Giambologna: op het eerste gezicht een Italiaanse naam. Vergis je niet: de man werd geboren als Jean de Boulogne in Douai, in Noord-Frankrijk. Egidio della Riviera? Dat was Gillis van den Vliete uit Mechelen.
‘I Fiamminghi’ werden ze genoemd, te begrijpen als ‘van de Lage Landen’. De hele 16e eeuw lang waren niet enkel schilders, maar ook beeldhouwers uit onze contreien aangetrokken tot de kunst van de oudheid. Ze trokken de Alpen over en gingen eerst en vooral naar Rome, "waar de antieke cultuur met kilo’s marmer tegelijk uit de grond werd gegraven", zegt Marjan Debaene.
Dankzij die archeologische vondsten werd de belangstelling voor alles wat Romeins was nog aangewakkerd. "Ze gingen eerst op studiereis, waarbij de renaissance als inspiratiebron diende, maar later gaven ze die renaissance zelf ook vorm", zegt Marjan Debaene. Sommigen keerden terug naar de Lage Landen, anderen bleven in het warme zuiden.
Giambologna - Jean de Boulogne - was de bekendste 'Fiammingo'. Na een studie in Rome vestigde hij zich in Firenze, waar hij dankzij een rijke zakenman en bankier in de gratie kwam van de beroemde familie De' Medici. "Vanaf dan rees zijn ster ten top." Giambologna had ook contact met Michelangelo.
In M Leuven zijn verschillende van zijn sculpturen te zien: een vissende 'putto', een typisch mollig jongetje, ooit onderdeel van een fontein. Of een prachtige schrijvende vrouw in terracotta. Kleinere sculpturen als reducties van grotere werken waren een verdienmodel voor de studio van Giambologna. De rijke De' Medici's kochten dergelijke beelden als relatiegeschenk.
Ook het atelier van Giambologna is vertegenwoordigd met werk van andere kunstenaars, die hij 'compagni' of kameraden noemde. 2 enorme bronzen ‘Geketende gevangenen’ zijn door hem ontworpen, maar door anderen in zijn studio afgewerkt. Ze stonden op de sokkel van een verdwenen ruiterstandbeeld aan de Pont-Neuf in Parijs.
Je kan nog altijd 'fiamminghi' zien in Italië. Zeker de moeite om eens een roadtrip te doen
Marjan Debaene, curator M Leuven
Veel van Giambologna’s werk is nu nog altijd te ontdekken in Italië. 'De roof van de Sabijnse maagd’ (3 verstrengelde lichamen uit 1 blok marmer!) kun je rondom bewonderen op de Piazza della Signoria in Firenze.
Voor een park ontwierp hij een monsterlijke reus. In Leuven te zien op videobeelden, in het echt in Italië. "Dat is zeker een aanrader. Je kunt nog altijd 'fiamminghi' zien in Genua, Bologna, Rome of Firenze. Zeker de moeite om eens een roadtrip te ondernemen", zegt Marjan Debaene.
Sixpacks en spierbundels
Terug naar het museum. De meeste sculpturen tonen naakte lichamen en ook dat was typisch voor die tijd. "Het was een emancipatie van het lichaam", verklaart Marjan Debaene. De anatomische kennis vergrootte, mede dankzij het onderzoek van Andreas Vesalius.
En als gevolg van de reformatie wilden beeldhouwers hun vingers liever niet branden aan religieuze afbeeldingen. Vandaar de vele mythologische figuren of Romeinse goden, dynamisch afgebeeld met alle spierbundels erop en eraan.
Zon en maan herenigd in Leuven
De expo in Leuven heeft een bijzondere hereniging in petto. De bronzen ‘Sol’ en ‘Luna’ zijn geheimzinnige figuren met een zonne- en een maanmasker. Ze komen uit het Kunsthistorisches Museum in Wenen en het Rijksmuseum in Amsterdam en zijn nu weer samen te zien. De figuren zijn gemaakt door de Antwerpenaar Jacques Jonghelinck, die zijn opleiding ook in Milaan kreeg. Het duo hemellichamen was eerst aan een andere kunstenaar toegeschreven.
'Sol' en 'Luna' blijken bronzen voorontwerpen van grote beelden die eerst bestemd waren voor Antwerpen, maar uiteindelijk in Spanje terecht zijn gekomen, verduidelijkt Marjan Debaene. "Klassiek kunsthistorisch onderzoek ging hier hand in hand met hoogtechnologische research, waarbij de legering van het brons in kaart werd gebracht."
Internationaal onderzoek
M Leuven is erin geslaagd om bruiklenen te krijgen uit zeer gerenommeerde musea als het Uffizi in Firenze, de Vaticaanse musea, het Louvre in Parijs of het Victoria & Albert Museum in Londen. "Ik prijs me gelukkig met een goed internationaal wetenschappelijk comité", is de verklaring van Marjan Debaene. "Het onderzoek verbond academici en musea. En die musea waren echt bereid om belangrijke stukken in bruikleen te geven."
Uit de Galleria Borghese komen bijvoorbeeld de '3 slapende putti' van Egidio della Riviera (Gilles van den Vliete): 3 mollige baby’s met krullen en vleugels. Kindjes die je zo in de billetjes wil knijpen. Over putti gesproken: een gastrol in de tentoonstelling is weggelegd voor … Manneken Pis. Ook een putto. In Brussel staat een replica, in Leuven de eerste kopie van het bekende beeldje van Jérôme Duquesnoy. Wiens zoon François later een beeld zou sculpteren voor de Sint-Pietersbasiliek in Rome.
De vele sculpturen in brons, marmer, albast of terracotta worden aangevuld met architecturale ontwerptekeningen of voor kerken of grafmonumenten. De expo begint en eindigt met werk van Pieter Coecke van Aelst, de schoonvader van Pieter Bruegel.
Ook Coecke heeft wellicht tijd doorgebracht in Rome. Er is een gigantisch wandtapijt naar zijn ontwerp te zien. De apostel Paulus staat in het midden, maar het zijn toch vooral de drukbevolkte randen met planten en dieren waar je naar kunt blijven kijken. Het wandkleed (4,30 bij 8,24 meter!) is pas gerestaureerd in de vermaarde Koninklijke Manufactuur De Wit in Mechelen.
Voor de Italiaans aandoende loggia van het verdwenen stadspaleis ‘Den grooten Sot’ in Antwerpen tekende Pieter Coecke in 1549 de decoraties voor de houten panelen en stutten. Ook die zijn in primeur samengebracht in Leuven.
Praktische info: de tentoonstelling 'Scultori Fiamminghi' is te bezoeken in M Leuven tot 28 februari 2027.
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant



