De gemiddelde hoeveelheid restafval is vorig jaar gedaald tot 123,4 kilogram per persoon. Dat blijkt uit nieuwe afvalcijfers van afvalstoffenmaatschappij OVAM, meldt Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V). Het is het laagste cijfer sinds het begin van de metingen.
Hoeveelheid restafval in Vlaanderen daalt tot 123 kilogram per persoon, laagste cijfer sinds begin metingen
Het gaat om 2,2 kilo minder dan een jaar eerder en het laagste cijfer sinds de start van de metingen in 1991. Begin jaren negentig belandde nog bijna al het huishoudelijk afval bij het restafval. Vandaag wordt bijna 71 procent selectief ingezameld en komt nog 29 procent bij het restafval. Aan het einde van de verwerkingsketen krijgt 63,8 procent van het huishoudelijk afval een tweede leven.
Vlaanderen wil de hoeveelheid restafval tegen 2030 verder terugbrengen tot maximaal 100 kilogram per inwoner. De verplichte gft-inzameling in heel Vlaanderen moet daar de komende jaren verder toe bijdragen. Ook afvalpreventie, beter sorteren, duidelijke communicatie en ondersteuning van lokale besturen moeten helpen om de hoeveelheid verder te laten dalen.
"Opnieuw een stap vooruit"
"Met het laagste restafvalcijfer sinds de start van de metingen zetten we opnieuw een stap vooruit", zegt Brouns. "Tegelijk zijn we er nog niet: minder afval produceren en goed sorteren blijft de eenvoudigste manier om grondstoffen zo veel mogelijk opnieuw te gebruiken."
"Deze cijfers zijn een pluim voor de Vlaming, die beter sorteert dan ooit. Maar we mogen ons niet rijk rekenen", zegt Sanne Van Looy van N-VA in een reactie. "De doelstelling van 100 kilogram restafval per inwoner blijft nog veraf en het laaghangend fruit is intussen geplukt."
"De resterende winst zal steeds meer moeten komen van afvalpreventie, bijvoorbeeld door voedselverlies terug te dringen. Tegelijk moeten we voorzichtig zijn met conclusies over bijvoorbeeld de nodige verbrandingscapaciteit. Vlaanderen groeit, en minder restafval per inwoner betekent niet automatisch minder afval in totaal."

