"We zijn verleerd dat het leven niet altijd leuk hoeft te zijn." Dat zegt klinisch psychologe Marieke Impens, naar aanleiding van het onderzoek van Sciensano waaruit blijkt dat 1 op de 3 Vlaamse volwassenen een lage veerkracht heeft. De sleutel tot succes ligt volgens Impens voor een deel in onze opvoeding.
Worden we allemaal watjes? "Stress vermijden is geen zelfzorg"
1 op 3 Vlaamse volwassenen geeft aan niet veerkrachtig genoeg te zijn, en vooral jongvolwassenen worstelen met terug recht te krabbelen na een tegenslag. Dat blijkt uit onderzoek van Sciensano.
Klinisch psychologe Marieke Impens ziet hiervoor verschillende verklaringen. "Allereerst leggen we de lat qua mentaal welzijn enorm hoog. We gaan ervan uit dat we ons elke dag goed moeten voelen. Dat maakt dat we veel vaker dan vroeger tegen of onder die lat zitten. En als we ons minder goed voelen dan we ons willen voelen, zien we dat meteen als een probleem. We voelen ons gestresseerd of angstig, en precies dát gooit meer olie op het vuur en maakt dat we ons nog slechter gaan voelen. We zijn boos op onszelf en worden bang van stress."
Veerkracht in de gym
Nochtans is stress geen vijand van veerkracht, wel integendeel, weet Impens. "Vergelijk stress met stijf zijn na een sportprestatie. Als je een fysieke inspanning doet, ben je nadien misschien wat stijf. Daar is niks mis mee. Je wordt er niet ziek van, er zit geen gevaar in. Voor mentale inspanningen is dat precies hetzelfde: als je iets probeert te bereiken dat nét buiten je comfortzone ligt, zal je daarbij misschien wat stress ervaren. Maar net als een stramme spier na het sporten, is die stress niet per se slecht voor je." En net als bij sporten is het adagium: gebruik je gezond verstand.
We hoeven stress niet altijd te vermijden. We hoeven echt niet meteen plat te gaan liggen als we een paar nachten slecht geslapen hebben.
Marieke Impens, klinisch psycholoog
"Als je spieren nog stram zijn, is het ook niet verstandig om door te blijven gaan en je grenzen te blijven verleggen. Dan loop je het risico op een stressfractuur. Hetzelfde geldt voor de stress die we ervaren bij de mentale inspanningeen die het leven soms van ons vraagt. Als we onophoudelijk blootgesteld blijven aan die stress, kan er een punt komen waarop we het niet meer aan kunnen en zullen crashen. Dat punt moeten we zien te vermijden. Maar dat betekent niet dat we meteen plat moeten gaan liggen als we een paar nachten slecht geslapen hebben of dat we bang moeten worden van heel normale emoties."
Kinderen uit de wind, volwassenen in de storm
Volgens Impens ligt de sleutel voor een deel in onze opvoeding. "Jongeren groeien vandaag beschermder op, vaak in kleine gezinnen of als enig kind. Ouders zetten hun kind liefst zoveel mogelijk uit de wind en geven het alle keuzemogelijkheden die je maar kan bedenken. Dat maakt dat zo'n kind op latere leeftijd minder gewapend is tegen de momenten dat er niemand is om hen uit de wind te zetten. We bereiden kinderen niet goed genoeg voor op wat er komt na de jeugd."
We bereiden kinderen niet genoeg voor op wat er komt na de jeugd
Hoe je een kind opvoedt tot een weerbaar persoon, is een vraag met vele mogelijke antwoorden, volgens Impens. Maar van één advies is Impens erg overtuigd: "Laat kinderen al van jongs af aan zien dat je slecht voelen er nu eenmaal bij hoort. Toon het als ouder gerust wanneer je je niet goed voelt, laat zien dat dat normaal is, dat je niet per se naar de dokter hoeft te lopen of medicatie nodig hebt. Omgekeerd ook: probeer als je kind verdrietig, bang of boos is niet meteen met een oplossing te komen, maar omarm het."
Altijd aan, maar niet verbonden
Het is net de jonge generatie die nood heeft aan extra veerkracht want, beaamt ook Impens, de tijden worden er niet minder uitdagend op. "Het is vandaag moeilijker dan 40 jaar geleden om even af te schakelen. We moeten continu bereikbaar zijn, staan de hele dag 'aan'. Dat heeft een impact op onze veerkracht."
En net nu we continu bereikbaar zijn, valt een belangrijk deel sociale verbondenheid weg, zegt Impens. "Als er één medicijn is dat tegen veel psychisch onwelbevinden helpt, is het wel sociale steun. En net dat zien we minder. Contacten worden vluchtiger, er wordt meer van thuis gewerkt, mensen veranderen sneller van job... Daardoor voelen we ons minder substantieel verbonden met een geheel.
We moeten ons af en toe gewoon nestelen in ons gevoel van onwelbevinden
Marieke Impens, klinisch psycholoog
Moeten we massaal onze veerkracht gaan trainen om deze uitdagende tijden het hoofd te bieden? Nee, zegt Impens. "Dat idee is ook weer gevaarlijk, want het brengt extra druk met zich mee. Het impliceert dat het je eigen fout is als je je niet goed voelt, want je hebt niet hard genoeg aan je veerkracht gewerkt, je hebt niet het juiste boek gelezen, de juiste ademhalingsoefeningen gedaan of genoeg mandala's gekleurd. Het is net die druk die we van onze schouders moeten halen. We moeten ons af en toe gewoon nestelen in ons gevoel van onwelbevinden, het omarmen en erop vertrouwen dat ons lichaam er wel mee om kan."
- Marieke Impens in 'Zijn er nog vragen?'

