De Brusselse school La Cambre Mode(s) viert haar 40e verjaardag. Alumni drukken hun stempel op iconische modehuizen als Chanel, Courrèges en Saint Laurent. Niet voor niets prijkt La Cambre in de top 10 van meest invloedrijke modescholen, naast de Antwerpse Academie. Wat is het succesrecept? Een gesprek met afdelingshoofd Tony Delcampe.
Van Chanel tot Saint Laurent: Brusselse school La Cambre Mode(s) levert al 40 jaar topontwerpers af
In het kort:
De modeafdeling van de Brusselse school La Cambre viert haar 40ste verjaardag, terwijl de school haar eeuwfeest viert.
Een klein land met een gigantische mode-voetafdruk: zowel La Cambre als de Antwerpse Academie staan in de lijst met belangrijkste modescholen.
La Cambre heeft een ellenlange lijst met steralumni, zoals Matthieu Blazy (Chanel) en Anthony Vaccarello (Saint Laurent).
Afdelingshoofd Tony Delcampe staat al 3 decennia aan het roer en heeft de internationale reputatie van de school stevig op de kaart gezet.
We hebben afgesproken op Louizalaan 427. Van buitenaf moeten we twee keer kijken om zeker te zijn dat we voor de juiste deur staan.
De modeafdeling van La Cambre, in hartje Brussel, oogt op het eerste zicht niet meteen als de plek waar de toekomstige creatieve directeurs van Chanel of Saint Laurent worden klaargestoomd.
Het gebouw heeft meer weg van een appartementsgebouw dat dringend aan een opknapbeurt toe is. De inkomhal is wat groezelig, enige grandeur is ver te zoeken. Maar wanneer een groepje modieuze studenten met moodboard onder de arm richting de lift trekt, weten we dat we goed zitten.
Bekijk: Ontwerpen van de masterstudenten van La Cambre Mode(s).
De magische formule van Delcampe
Die liften zijn hier geen overbodige luxe. La Cambre Mode(s) is verspreid over maar liefst 13 verdiepingen. "Ik ben zo bij dat ze opnieuw werken", zegt de excentrieke Tony Delcampe bij ontmoeting. Hij draagt een felgekleurd poparthemd en een pet die zijn geverfde haren grotendeels aan het zicht onttrekt. Die lijken in zwart-wit schaakbordpatroon te zijn gekleurd.
"Deze zomer waren de liften een hele tijd buiten werking", zegt hij. "Geloof me: 13 verdiepingen met de trap is geen pretje (lacht)."
Wij moeten op verdieping 12 zijn. Eenmaal boven - met de lift uiteraard -, lijkt het alsof we in een ander gebouw zijn binnengestapt. Twee ruime, lichtrijke lokalen groeten ons, gevuld met paspoppen en ontwerpen die aan de start van het academiejaar nog maar net het levenslicht hebben gezien.
"Je hebt hier een prachtig zicht over Brussel", zegt het hoofd van de modeafdeling. "Ik hou van dit gebouw, ook al is het versleten."
Delcampe en dit gebouw delen al een lange geschiedenis. "De mode-afdeling hier is opgericht in 1986. Drie jaar later, in 1989, ben ik hier zelf beginnen te studeren. Daarna ben ik docent geworden, en even later kreeg ik de vraag om de afdeling te leiden."
In al die jaren heeft hij zijn stempel op de school gedrukt, al blijft hij daar zelf bescheiden over. "Wat is het magische recept van de school?", vroeg de Georgische moderecensent Beka Gvishiani zich ooit luidop af. "Tony Delcampe en zijn team wellicht? Zij hebben generaties van jonge ontwerpers geholpen om hun taal en hun vakmanschap te ontwikkelen."
Steralumni van La Cambre
Vandaag oogt Delcampe zichtbaar vermoeid, maar de ontvangst is zeer hartelijk. Hij is net terug uit Parijs, waar hij de shows van zijn oud-studenten bijwoonde. Die vaste afspraken in de modehoofdstad wil hij voor geen goud missen.
"Het zijn momenten waarop ik hen even kan zien, want ze hebben zo'n drukke levens. Ik kan een paar minuten met hen spreken en hen een dikke knuffel geven. Het is een vermoeiende week, maar het is een plezier."
Die 'hen' over wie hij het heeft, zijn bepaald geen kleine namen. Zijn oud-studenten staan of stonden aan het roer van enkele van de grootste modehuizen ter wereld.
Julian Klausner leidt Dries Van Noten, Nicolas Di Felice zat tot begin dit jaar bij Courrèges, Julien Dossena bij Rabanne, en Anthony Vaccarello stuurde het afgelopen decennium Saint Laurent aan, tot hij gisteren nog maar net afscheid nam van het huis.
Bekijk: Tony Delcampe (links) met zijn steralumni.
Anderen kozen ervoor om hun eigen label uit te bouwen en wisten hun vaste plek te veroveren op Paris Fashion Week. Denk aan Ester Manas, Marine Serre en Marie Adam-Leenaerdt.
En dan misschien de meest indrukwekkende recente toevoeging aan dat sterrenlijstje: Matthieu Blazy. Sinds eind 2024 is hij creatief directeur van Chanel, een van de grootste luxemodehuizen ter wereld.
Het telefoontje van Matthieu Blazy
"Blazy was erg jong toen hij startte aan La Cambre Mode(s), amper 17", herinnert Delcampe zich. Hij gaf de jonge student destijds zelf les.
"Hij was enorm nieuwsgierig en leergierig, een harde werker. Dat is de belangrijkste voorwaarde voor succes. Talent is niet iets wat je zomaar bij je geboorte meekrijgt."
Toen Blazy eind 2024 zijn contract bij Chanel ondertekende, rinkelde de telefoon bij Delcampe. "Matthieu belde me op omdat hij me wilde bedanken." Het nieuws en het gebaar raakten hem diep. "Ik ben beginnen te huilen."
Het kleine moment zegt veel over de band die La Cambre Mode(s) met zijn studenten opbouwt. "We zijn een familie, en dat blijven we ook nadat een student afstudeert."
5 studiejaren, 55 studenten
De kleinschaligheid van het modedepartement draagt ongetwijfeld bij aan dat familiale karakter.
"Over 5 studiejaren heen hebben we zo'n 55 studenten. In het eerste jaar starten er ongeveer 15. Tegen de tweede master blijven daar nog maar een handvol van over: tussen 1 en 8 studenten." Al betekent dat volgens Delcampe niet dat studenten die de opleiding vroegtijdig verlaten, gefaald hebben. Integendeel.
"Velen vinden al na hun bachelor werk in de sector. Dan raden we hen soms zelfs aan om niet terug te komen. Je moet zulke kansen grijpen: connecties zijn belangrijk in de modewereld. Het draait niet alleen om een diploma."
Alle studenten van La Cambre spreken Frans. Een must, want alle lessen worden in het Frans gedoceerd. "Onze studenten komen daardoor voornamelijk uit België of Frankrijk."
Niet 1 maar 2 Belgische topscholen
Daarin schuilt meteen het grootste verschil met die andere gerenommeerde Belgische modeschool: de modeafdeling van de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten. Beide scholen halen dit jaar de top 10 modescholen volgens Vogue Business .
In Antwerpen wordt een groot deel van de lessen in het Engels gegeven. Daardoor lokt de opleiding studenten uit alle hoeken van de wereld.
"Die diversiteit is mooi", zegt Delcampe, "maar hier bij La Cambre houden we graag vast aan onze Belgische identiteit. Het Frans is daarbij belangrijk voor ons. Het is de taal waarin we onze creativiteit het best kunnen uitdrukken. Ik vind dat het Engels ons steeds meer richting globalisering en vervlakking duwt."
Bij La Cambre Mode(s) fantaseren we niet
Tony Delcampe, hoofd La Cambre Modes
Ook inhoudelijk varen beide scholen een andere koers. In Antwerpen ligt de nadruk op schetsen en tekenen. La Cambre leert haar studenten eerst tot in detail hoe een kledingstuk wordt gemaakt.
"Hier fantaseren we niet", zegt Delcampe beslist. "Zo proberen we een valkuil te vermijden: want tekenen is altijd verbonden met beelden die al bestaan. Onze studenten tekenen daarom bijna nooit. Ze werken rechtstreeks op de paspop en moeten met een naaimachine kunnen werken."
Headhunters op de eindejaarsdefilé's
De eerste 3 studiejaren draaien volledig rond techniek en constructie. "Hoe maak je een zak, een naad? Hoe geef je een kledingstuk volume? We bestuderen de volledige garderobe: van broeken en jassen tot meer maximalistische stukken."
Pas in de 2 masterjaren moeten de studenten een eigen collectie ontwerpen. Die wordt traditiegetrouw getoond tijdens het eindejaarsdefilé in juni. Een evenement dat de modewereld met haviksogen in de gaten houdt. Headhunters van de luxe-industrie reserveren steevast een stoeltje op de eerste rij.
99 procent van onze studenten gaat na de studies aan de slag bij modehuizen
Tony Delcampe, hoofd La Cambre Mode(s)
"De modehuizen zijn natuurlijk in ons geïnteresseerd, omdat ze denken dat onze recepten werken." De studenten plukken de vruchten van de reputatie van de school. "99 procent van onze studenten gaan na de studies aan de slag bij modehuizen."
40 jaar La Cambre Mode(s), 100 jaar La Cambre
Nog een troef die de modestudenten volgens Delcampe meekrijgen, is de brede, interdisciplinaire kunstopleiding waarvan hun afdeling deel uitmaakt.
Want La Cambre is veel meer dan een modeschool. ENSAV La Cambre, de gerenommeerde École nationale supérieure des arts visuels, biedt ook opleidingen in onder meer grafisch ontwerp, dans, fotografie, animatie en interieurarchitectuur.
Ook ENSAV La Cambre viert dit jaar een belangrijk jubileum. De school zag precies 100 jaar geleden, in 1926, het levenslicht. Architect en ontwerper Henry Van de Velde wilde met de hogeschool verschillende disciplines samenbrengen en daarmee een wisselwerking tussen kunst, ambacht en design stimuleren.
Die brede, multidisciplinaire aanpak geeft studenten de kans om over de grenzen van hun eigen vakgebied heen te kijken. "Onze modestudenten volgen al hun theoretische vakken samen met studenten uit de andere kunstdisciplines. Er is dus onvermijdelijk uitwisseling. ENSAV La Cambre is daardoor de perfecte omgeving voor onze modestudenten", aldus Delcampe.
Om het 100-jarige bestaan te vieren, organiseert de school gedurende 14 maanden een uitgebreid feestprogramma met tentoonstellingen, evenementen en publicaties. Meer info op de website van de school .







