Gent is niet toevallig de thuisbasis van het belangrijkste filmfestival van Vlaanderen. Het evenement teert op en voedt een rijke bioscooptraditie die 130 jaar teruggaat. Er zijn veel factoren die van Gent het epicentrum voor cinema maken in Vlaanderen: de filmzalen, het jonge publiek en de investeringen van ondernemers én overheden.
Rijke traditie, jong publiek en lokale investeringen: waarom Gent de onbetwiste Vlaamse filmhoofdstad is
Precies 130 jaar geleden kwamen de gebroeders Lumière naar Gent met hun cinematograaf en werd er voor het eerst een betalende 'film' vertoond. Het concept bouwde verder op de 'fenakistiscoop' van de Gentse wetenschapper Joseph Plateau. Hij creëerde al in 1831 voor het eerst bewegende beelden.
De broers commercialiseerden het proces en oogsten er eerst lof mee in Parijs. Later trokken ze heel Europa rond. In Gent schoten al kort na hun bezoek de eerste filmconcepten uit de grond. Eerst waren het nog kijkdozen op kermissen, later filmbarakken aan het Sint-Pietersplein.
Tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog boomde het aantal cinema's in Gent. Er kwamen grote filmpaleizen (voornamelijk rond het toenmalige Zuidstation), wijkcinema's en obscure bioscopen, waar pikante films werden vertoond. Er waren tientallen zalen in Gent.
Mensen gingen in hun pyjama naar de buurtcinema en op z'n zondags naar het filmpaleis in het centrum
Daniël Biltereyst, UGent
"Mensen konden bij wijze van spreken in hun pyjama naar hun buurtcinema stappen. De socialisten, katholieken en liberalen hadden eigen zalen. In de stad stonden de grote zalen gelijk aan een cultureel uitje. Mensen gingen vooraf uit eten en kleedden zich op hun zondags", zegt Daniël Biltereyst van het 'Centre for Cinema and Media Studies' van de UGent. "De beleving stond toen al centraal."
Enkele filmposters van vertoningen in de beruchte Cinema Leopold:
"Er waren zalen voor pikante films, zoals Cinema Leopold op het Sint-Pietersplein. In de jaren 60 en 70 zijn er arthousecinema's gekomen", zegt Biltereyst. Zij programmeerden alternatievere films. Gent telt nog altijd de Studio Skoop en de Sphinx . "De wijkcinema's bleven overigens tot de jaren 80 bestaan."
Filmondernemers en festival
In 1974 organiseerde de Studio Skoop het Filmgebeuren Gent, de voorloper van het Film Fest. Het concept groeide de jaren erop, met de steun van de commerciëlere spelers in de stad. Zo was er onder meer de familie Bert, de eigenaars van wat later de Decascoop zou worden. "Er was een goede samenwerking. Dat zie je elders veel minder."
De Decascoop aan Ter Platen kwam erbij in 1981. Het was de allereerste 'multiplex' van het Europese continent, waar een succesvolle film in verschillende zalen tegelijk vertoond kon worden. Ook dat zegt iets over Gent als filmstad. Het complex heet intussen Kinepolis . Het bedrijf erachter baat 135 cinemazalen uit in 9 verschillende landen.
Het filmondernemerschap in Gent was opvallend. Jean Daskalides, de man achter de gelijknamige pralines, investeerde in de jaren 70 en 80 in eigen producties. Hij lanceerde een filmjournaal met actuele reportages, de voorloper van de regionale televisie. Ook dat privégeld zorgde voor extra animo.
Filmopleidingen en (kunst)studenten
De grote én kleine Gentse cinema's teren op een divers en groeiend publiek. "Gent heeft altijd al een centrumfunctie gehad. Mensen komen naar de stad om naar films te kijken. Gent is een studentenstad, met 2 filmscholen (KASK en LUCA School of Arts), wat voor een instroom van nieuw publiek zorgt. De alternatieve films vonden ingang bij een hoogopgeleid publiek. Al die factoren spelen mee."
De filmopleidingen zorgen ook voor een lokale verankering. Het Film Fest focust de voorbije jaren ook meer op talent van eigen bodem. Het is geen toeval dat Gentenaar Lukas Dhont opnieuw het festival mocht openen. Er is bovendien ook ruimte voor kortfilms én een circuit voor jonge makers.
Initiatieven van onderuit en investeringen
Film Fest Gent heeft intussen ook een jaarwerking. De cinefiele aandacht beperkt zich niet tot de 10-daagse in oktober. "Er zijn ook kleine initiatieven van onderuit", zegt Biltereyst. Hij programmeert zelf voor de Universitaire Filmclub Plateau . Ook het KASK heeft een eigen cinemazaal.
Er zijn bovendien nieuwe buurtzalen, zoals Ciné Rio in de Brugse Poort (nota bene op dezelfde locatie als de gelijknamige oude socialistische cinema). Ook belevingsconcepten als Cine Mangiare , waarbij bezoekers ook een bijpassende maaltijd krijgen, hebben een voet aan de grond. "Het historische en het huidige filmondernemerschap in Gent is cruciaal als voedingsbodem."
Het filmondernemerschap in Gent is cruciaal en groter dan in andere Vlaamse steden
Daniël Biltereyst, UGent
Biltereyst benadrukt ook dat de aanhoudende investeringen van cinemaspelers en lokale overheden een belangrijke rol spelen. Sphinx werd enkele jaren geleden gered door een cinefiele geldschieter. De zaal wordt binnenkort volledig gerenoveerd.
Studio Skoop werd overgenomen door Lumière met steun van de stad. Gent kocht aan het Sint-Pietersstation ook het oude gebouw van Cinema Rex. Er zou een filmeducatief centrum komen.
In Gent vindt van 7 tot 18 oktober de 53e editie plaats van het Film Fest. Er zijn ruim 100 langspeelfilms, 40 kortfilms en 23 documentaires te zien. Het thema is 'Oorlog in tijden van kunst'. Het festival opende met 'Coward' van Lukas Dhont, de Belgische Oscarinzending.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen













