Naar hoofdinhoud

Waarom China leidingen legt tot aan de maan (en terug) en Europa dat gaat voelen

Artikel luisteren
12min
Meer info

China wil de komende 5 jaar 770.000 kilometer leidingen aanleggen of vernieuwen. Achter elkaar zouden ze tot aan de maan en terug reiken. Ze zijn een onderdeel van een veel breder infrastructuurprogramma, waarmee Peking de economie wil stimuleren en de AI-race met de VS wil volhouden. Het kan Chinese bedrijven nog sterker maken tegenover hun Europese concurrenten, tot in het kastje aan de muur bij wie zonnepanelen heeft.

5 meter onder het eiland Hengqin, in het zuiden van China, loopt een fel verlichte betonnen tunnel. Hij maakt een lange bocht en verdwijnt in de verte uit het zicht. Tegen de wanden hangen waterleidingen, stroomkabels en glasvezel, netjes geordend als boeken op een plank.

Camera's en sensoren speuren naar lekken. Op twee kabels kleeft een etiket met "eilandbewaking", want ook de militaire politie stuurt hier haar data door. Het staatsbedrijf dat de tunnel uitbaat, noemt hem trots de "Ondergrondse Grote Muur".

Wat hier onder 1 dak zit, wil Peking op veel grotere schaal beter met elkaar verbinden. Het bundelt investeringen in 6 netwerken, van water en stroom tot data en goederenvervoer. Dit jaar zou er volgens de Chinese planningscommissie meer dan 7.000 miljard yuan naartoe gaan, ongeveer 850 miljard euro.

Dat is meer dan alles wat België in een jaar produceert. Maar het is geen volledig nieuwe pot geld. Ook projecten die al gepland waren, vallen nu onder de 6 netwerken. De ambitie is om al die investeringen samen meer te laten opleveren.

6 netten, 1 reuzensysteem

Het plan bestaat uit 6 onderdelen, van dijken tot datacenters, en elk onderdeel is op zich al een enorm bouwproject. Samen moeten ze China klaarmaken voor een economie waarin computers, robots en elektrische auto's veel meer stroom, water en data nodig hebben dan vandaag.

Het eerste net is water. China pompt water uit het natte zuiden over honderden kilometers naar de dorstige steden in het noorden, soms zelfs bergop. Tegelijk versterkt het dijken, want elke zomer dreigen dodelijke overstromingen.

Het tweede net is stroom. Zonnepanelen en windmolens staan vooral in het lege westen, de fabrieken en miljoenensteden in het oosten. Hoogspanningslijnen moeten die twee verbinden, en de nieuwste loopt over 2.681 kilometer van het oosten van Tibet tot bij Hongkong. 

Het derde net draait om rekenkracht, de capaciteit van computers om enorme hoeveelheden gegevens te verwerken. China bouwt daarvoor datacenters, onder meer in het westen, waar grond en stroom goedkoper zijn. 

Voor de kust van Guangdong ligt er zelfs een op de zeebodem, dat op windstroom draait. Die datacenters moeten ook de ontwikkeling van artificiële intelligentie ondersteunen.

China wedt erop dat het zijn achterstand bij de meest geavanceerde chips deels kan opvangen door de omgeving errond beter uit te bouwen.

Het 4e net verbindt mensen en machines via telecom, van 5G tot satellieten. Het 5e ligt onder de straten. China wil 770.000 kilometer leidingen voor water, gas, riolering en verwarming aanleggen of vernieuwen. Het 6e omvat havens, spoorverbindingen en andere infrastructuur voor goederenvervoer.

De samenhang is belangrijk. Datacenters hebben betrouwbare stroom en koelwater nodig. Snelle verbindingen moeten hun rekenkracht beschikbaar maken voor bedrijven elders in het land. AI kan op haar beurt helpen om vraag en aanbod op het stroomnet beter op elkaar af te stemmen.

Volgens Victor De Decker, onderzoeker in economische veiligheid bij het Egmont Instituut, is die infrastructuur een belangrijke troef in de AI-race. China wedt erop dat het zijn achterstand bij de meest geavanceerde chips deels kan opvangen door de omgeving errond beter uit te bouwen.

“Bij de chips zitten de Chinezen structureel nog achter op de Amerikanen”, zegt De Decker. “Maar als het over infrastructuur gaat, staan ze eigenlijk mijlenver voor.”

Bouwen lukt beter dan consumeren

Achter die technologische ambitie schuilt een economisch probleem. China kan steeds meer produceren, maar krijgt zijn eigen bevolking moeilijker aan het kopen. De aanslepende vastgoedcrisis heeft het vertrouwen van gezinnen aangetast. Wie zijn woning in waarde ziet dalen en onzeker is over zijn inkomen, stelt grote aankopen uit.

Geven gezinnen te weinig uit, dan kan de overheid zelf laten bouwen. Zo krijgen bedrijven toch bestellingen en mensen toch werk. China deed dat op grote schaal na de financiële crisis van 2008. De investeringen hielpen de economie overeind, maar lieten ook onrendabele projecten en hoge schulden achter.

Peking probeert nu gerichter te bouwen. Oude gasleidingen vervangen heeft een duidelijk nut. Een stroomnet versterken kan voorkomen dat nieuwe windmolens en zonnepanelen hun elektriciteit niet kwijt kunnen. En voldoende rekenkracht is nodig voor bedrijven die AI willen gebruiken.

Toch lost bouwen alleen het probleem van de Chinese gezinnen niet op. Dat toont een voorbeeld uit de Verenigde Staten. In de jaren 30 trok de Amerikaanse president Franklin Roosevelt zijn land uit de Grote Depressie met de New Deal.

Hij liet dammen, wegen en bruggen bouwen, en hij voerde pensioenen en werkloosheidsuitkeringen in, zodat Amerikanen minder bang werden voor de toekomst en weer durfden uit te geven.

Ook de Chinese president Xi Jinping laat bouwen, maar het sociale deel slaat hij over. Volgens De Decker heeft Peking bewust gekozen voor infrastructuur en technologie, boven een duur sociaal vangnet. Chinese gezinnen blijven dus sparen voor later, en dat spaargeld vloeit via de banken naar nog meer bouwprojecten. De koopkracht blijft laag.

De rekening van eerdere bouwwoede

Ook de financiering is lastiger geworden. Lokale overheden slepen nog massale schulden mee uit eerdere investeringsgolven. Ze leenden onder meer via eigen financieringsbedrijven, waardoor een deel van de rekening buiten de gewone begroting bleef. Tegelijk heeft de vastgoedcrisis hun inkomsten uit grondverkoop aangetast.

De centrale overheid moet daardoor meer opvangen. De Decker waarschuwt dat ook die financiële ruimte niet onbeperkt is. Hoe meer Peking nu leent, hoe belangrijker het wordt dat de investeringen later voldoende opleveren.

 "In de provincies is de situatie al dramatisch, maar dat kon altijd gecompenseerd worden door een relatief gedisciplineerde centrale overheid", zegt hij. "Als die zich nu ook in de schulden gaat werken, is er eigenlijk geen schokdemper meer wanneer het slechter gaat."

Er bestaat nog geen zekerheid of het nieuwe plan ook echt zal aanslaan. In de eerste 8 maanden van dit jaar daalden de totale Chinese investeringen in gebouwen, machines en infrastructuur met 7,2 procent. Dat cijfer omvat ook vastgoed, waar de investeringen het hardst dalen. Het toont hoe zwaar de economische tegenwind is, ook voor de 6 netwerken.

Bovendien is een aangekondigd budget nog geen afgewerkt project. En een nieuw datacenter is pas economisch zinvol als er voldoende vraag naar zijn rekenkracht is. Veel hangt af van hoeveel bedrijven AI daadwerkelijk gaan gebruiken, en wat ze ermee verdienen.

Chinese bouwwoede, Europese kopzorgen

Ook als het plan de Chinese economie maar gedeeltelijk vooruithelpt, kan het gevolgen hebben voor Europa. Grote binnenlandse bestellingen geven Chinese producenten van netapparatuur de kans om hun productie uit te breiden, ervaring op te bouwen en meer in onderzoek te investeren. Dat kan hun positie op de wereldmarkt versterken.

"De Europese spelers die er nog zijn, zullen niet alleen economisch, maar ook technologisch naar huis gestuurd worden", vreest De Decker.

Bij omvormers is de Chinese positie nu al sterk. Zo’n toestel zet de elektriciteit van zonnepanelen om in stroom die thuis en op het net bruikbaar is. Volgens de Europese vereniging van zonnepanelenmakers is ongeveer 8 op de 10 nieuwe zonne-installaties in Europa uitgerust met een omvormer uit China.

Dat maakt de energietransitie betaalbaarder, maar roept ook veiligheidsvragen op. Veel omvormers zijn verbonden met het internet en kunnen op afstand worden bijgestuurd. Vallen er heel veel tegelijk uit, dan kan het stroomnet uit evenwicht raken. 

De Europese Commissie waarschuwt dat manipulatie van zulke toestellen de elektriciteitsvoorziening kan verstoren. Ze kondigde daarom beperkingen aan op Europese financiering van projecten met omvormers van risicovolle leveranciers.

Daarbij is een onderscheid nodig. Een Chinese kabel geeft Peking niet vanzelf toegang tot ons stroomnet. Afhankelijkheid van een buitenlandse fabrikant voor onderdelen is iets anders dan toegang op afstand tot de software die installaties aanstuurt. Beide kunnen kwetsbaarheden opleveren, maar ze vragen andere voorzorgen.

Toch begrijpt De Decker waarom Europa zenuwachtig wordt. Stel dat een Europees land kritiek uit op de Chinese houding tegenover Taiwan (het eiland dat China als zijn grondgebied beschouwt), terwijl het draait op Chinese netten, toestellen of software. Dan zal Peking zich volgens hem op zijn minst afvragen of het die afhankelijkheid kan gebruiken om druk te zetten.

Wie bouwt het Belgische stroomnet?

Voor België is dat geen ver-van-mijn-bedshow. Net als China moet ons land zijn stroomnet de komende jaren fors uitbreiden. Voor netbeheerders zoals Elia en Fluvius telt de prijs van materiaal mee, want investeringen moeten worden betaald. Goedkope Chinese apparatuur kan helpen om sneller en betaalbaarder te bouwen.

Maar de aankoopprijs vertelt niet alles. Kunnen onderdelen bij een handelsconflict nog worden geleverd? Is een andere leverancier beschikbaar? Wie onderhoudt de software en wie kan een installatie op afstand bedienen? 

Wie het Chinese plan naast de Belgische begrotingen legt, ziet nog een groot contrast. China investeert honderden miljarden, terwijl onze regeringen moeten besparen. China steekt de komende 5 jaar alleen in zijn stroomnet ongeveer evenveel geld als alle 27 EU-landen samen tot 2030 voor hun stroomnetten nodig hebben. En België investeert al jaren minder dan de meeste andere EU-landen.

De grootste vijand van schaal is versnippering. En in België hebben we er een handje van weg om alles te versnipperen.

Victor De Decker, specialist geo-economie en economische veiligheid, Egmont Instituut

"De grootste vijand van schaal is versnippering", zegt De Decker. "En in België hebben we er een handje van weg om alles te versnipperen."

Zo staat Europa voor een moeilijke keuze. Goedkoop materiaal helpt om de stroomnetten sneller uit te bouwen. Maar wie vandaag een leverancier kiest, legt ook vast bij wie hij morgen terechtkan voor onderdelen, onderhoud en software. Bij een conflict over Taiwan of een nieuwe handelsoorlog is het te laat om nog te vragen hoeveel vrijheid Europa overhoudt.

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"