Bijna 8 op de 10 kinderdagverblijven in Vlaanderen en Brussel voldoen nu al aan de strengere regels voor het aantal kinderen per begeleider - de zogenaamde kindratio. Vanaf 1 januari 2027 mag een begeleider nog maximaal 5 baby's jonger dan 1 jaar opvangen. Voor oudere kinderen wordt de norm verlaagd naar 8 kinderen per begeleider. In groepen waar baby's en peuters samen zitten, moet er 1 begeleider per 7 kinderen zijn. Goed nieuws dus, al zijn er nog bezorgdheden.
Deadline nieuwe kindratio nadert: hoe is het nu in de Vlaamse kinderopvang?
Na verschillende ernstige incidenten in kinderdagverblijven richtte het Vlaams Parlement een onderzoekscommissie kinderopvang op. Die bracht verschillende structurele problemen aan het licht, zoals een te hoge werkdruk, te weinig tijd voor individuele aandacht en te veel kinderen per begeleider. Kindbegeleiders kwamen meermaals op straat om aandacht te vragen voor de moeilijke omstandigheden waarin ze moesten werken.
In de nasleep van dat onderzoek liet toenmalig minister van Welzijn Hilde Crevits (CD&V) de Vlaamse kinderopvang vergelijken met die in 6 andere landen en Wallonië. Wat bleek: begeleiders hebben in België meer kinderen tegelijk onder hun hoede dan in de onderzochte regio's. Ook de leefgroepen zijn hier vaak groter.
De vorige Vlaamse regering besliste daarom in 2023 de kind-begeleiderratio stapsgewijs te verlagen. Vanaf 1 januari 2027 mag een begeleider nog maximaal 5 baby's jonger dan 1 jaar opvangen. Voor oudere kinderen wordt de norm verlaagd naar 8 kinderen per begeleider. In groepen waar baby's en peuters samen worden opgevangen, geldt voortaan een ratio van 1 begeleider voor 7 kinderen. De opvanginitiatieven kregen 3 jaar de tijd om zich aan die nieuwe regels aan te passen.
Meeste halen de norm
Recente cijfers tonen dat veel opvanginitiatieven daarin al geslaagd zijn. Zo voldeed eind 2025 al 78,5 procent van de Vlaamse kinderdagverblijven aan de toekomstige norm. Die opvanglocaties vangen samen 83,6 procent van alle kinderen in de groepsopvang op. Een jaar eerder lag dat aandeel nog op 67,4 procent.
Betrouwbare cijfers voor 2024 zijn niet beschikbaar, maar uit de MemoQ-studie (een grootschalig onderzoek naar de kwaliteit van de kinderopvang gepubliceerd in 2024) bleek dat veel opvanginitiatieven de strengere regels al toepasten voordat ze officieel werden ingevoerd. Gemiddeld waren er toen 5,16 kinderen per begeleider aanwezig. In de gezinsopvang lag dat gemiddelde op 4,66 kinderen per begeleider. In de groepsopvang bedroeg het 5,41.
Veel kinderdagverblijven werkten al met een lager aantal kinderen per begeleider, omdat het moeilijk haalbaar bleek
Jochen Devlieghere, professor gezinspedagogiek en expert kinderopvang
Jochen Devlieghere, professor gezinspedagogiek en expert kinderopvang (UGent) vraagt zich dus af in welke mate de positieve cijfers een effect zijn van het beleid.
"Veel steden en gemeenten werkten al met een lagere ratio, omdat 9 kinderen per begeleider moeilijk haalbaar bleek", zegt hij. "De vraag is dan ook in welke mate deze maatregel echt een gedragsverandering veroorzaakt, en in welke mate ze vooral vastlegt wat voor veel opvanglocaties al noodzakelijk was. Toch blijft het een goede beslissing om diegenen die nog te veel kinderen per begeleider hadden, te verbeteren."
36 miljoen euro
De huidige Vlaamse regering voorziet extra middelen om de laatste opvanginitiatieven te ondersteunen bij hun overstap naar de nieuwe normen. Organisaties die de lagere ratio al toepassen, kunnen daarvoor een subsidie krijgen. In 2025 werd zo 36 miljoen euro uitgetrokken, tegenover 31 miljoen euro een jaar eerder.
"Dit is een belangrijke stap vooruit", zegt Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit). "Wie elke dag voor jonge kinderen zorgt, draagt een enorme verantwoordelijkheid. Als een begeleider minder kinderen tegelijk onder zijn of haar hoede heeft, verlaagt dat de werkdruk. Tegelijk komt er meer ruimte voor aandacht, zorg en kwaliteit voor elk kind."
VVSG is bezorgd
Gennez wil deze legislatuur niet enkel de ratio naar beneden, maar wil ook 10.000 extra plaatsen voor kinderen. De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) ondersteunt lokale besturen daarin. Hoewel ze voorstander zijn van de lagere ratio, zijn ze ook bezorgd dat er op die manier vooral plaatsen zullen verdwijnen, niet bijkomen.
We vrezen dat sommige organisatoren het aantal opgevangen kinderen zullen beperken tot 14 om met 2 kinderbegeleiders te kunnen blijven werken
Nathalie Debast, VVSG
"Vooral kleinere voorzieningen hebben weinig speelruimte. Neem een locatie van bijvoorbeeld samenwerkende onthaalouders met een leefgroep van 18 kinderen die vandaag met 2 kinderbegeleiders werkt. Als die door de nieuwe ratio in de praktijk nog maximaal 14 kinderen tegelijk kan opvangen (1 kinderbegeleider op 7 kinderen), is een 3de medewerker aannemen voor enkele extra kinderen niet altijd financieel of organisatorisch haalbaar."
"We vrezen dat sommige organisatoren daarom het aantal opgevangen kinderen zullen beperken tot 14 om met 2 kinderbegeleiders te kunnen blijven werken", aldus Nathalie Debast van de VVSG.
Er zijn ook zorgen over welke impact de aangepaste ratio zal hebben op de organisatie van de kinderopvang.
"Om aan de ratio te voldoen met hetzelfde aantal medewerkers kunnen organisatoren genoodzaakt zijn hun openingsuren te beperken, minder flexibele opvangplannen aan te bieden of ouders te vragen hun kind op vaste tijdstippen te brengen en op te halen. Dat kan de toegankelijkheid van de kinderopvang onder druk zetten, vooral voor ouders met wisselende werkuren, vroege of late shiften of andere onregelmatige opvangnoden."
Is dit voldoende?
Hoewel Devlieghere de verlaging van de kindratio toejuicht, stelt hij zich de vraag of ze ver genoeg gaat. Internationale studies tonen aan dat de kwaliteit van kinderopvang afneemt wanneer 1 begeleider verantwoordelijk is voor meer dan 5 kinderen. Ook de Vlaamse MemoQ-studie wees op een verband tussen een hogere kindratio en een lagere pedagogische kwaliteit, vooral bij baby's.
Internationale studies tonen aan dat de kwaliteit van kinderopvang afneemt wanneer 1 begeleider verantwoordelijk is voor meer dan 5 kinderen
Jochen Devlieghere, professor gezinspedagogiek en expert kinderopvang
"Als we binnen het huidige systeem blijven werken, moeten we op termijn misschien nog lagere ratio's overwegen", zegt Devlieghere.
Hij pleit op langere termijn zelfs voor een brede hervorming van de opvang voor jonge kinderen. "Door opvang en onderwijs sterker met elkaar te verbinden, kunnen we ook de beroepen van kindbegeleider en kleuterleerkracht verder versterken. Wij hadden in Vlaanderen enkele projecten lopen (doorgaande lijn), maar die zijn intussen zo goed als allemaal moeten stoppen omdat er geen subsidies meer zijn."
Vliegende begeleiders
Hoe gaat het vandaag eigenlijk in de praktijk? "We werken met vaste begeleiders in elke groep, maar daarnaast hebben we ook een grotere groep vliegende begeleiders. Zij kunnen flexibel worden ingezet waar de nood het hoogst is, bijvoorbeeld in de babygroep", zegt Heleen Dumont, verantwoordelijke bij KDW De Sterrekes in Heverlee.
"Van de begeleiders wordt verwacht dat ze zelf inschatten wanneer er extra hulp nodig is. Via een app kunnen ze op elk moment van de dag zien hoeveel kinderen er in elke groep aanwezig zijn. Het is belangrijk dat begeleiders zo niet alleen hun eigen groep in het oog houden", voegt ze eraan toe.
Na jaren van personeelstekorten zijn er voorzichtig positieve signalen. Het aantal openstaande vacatures voor zowel kindbegeleiders als teamverantwoordelijken daalt al 2 jaar op rij. Er zijn bijna 2.000 kindbegeleiders meer aan de slag dan 2 jaar geleden. Die toename hangt samen met de lagere ratio, waardoor meer personeel nodig is, en de uitbreiding van de groepsopvang, waar sinds begin 2025 2.873 nieuwe opvangplaatsen bijkwamen.
Toch staat kindbegeleider nog steeds op de lijst van knelpuntberoepen. De Vlaamse overheid stimuleert daarom zij-instromers door opleiding en werk te combineren. Daarvoor trekt ze 30 miljoen euro uit.
Vanaf januari 2027 komt er nog een verandering. Wanneer de nieuwe kind-begeleiderratio van kracht wordt, zullen ook logistieke medewerkers onder bepaalde voorwaarden mogen meetellen in de personeelsbezetting. Dat moet opvanginitiaven wat extra ademruimte geven.

