In de extreme hoogvlaktes van de Peruaanse Andes hebben wetenschappers een nieuwe hagedissensoort ontdekt. Het diertje bleef lange tijd onopgemerkt, omdat veel berghagedissen in de regio sterk op elkaar lijken. Dankzij DNA-onderzoek, lichaamsmetingen en een schubbentelling is de nieuwe soort gevonden.
Nieuwe hagedissensoort ontdekt op extreme hoogte in de Peruaanse Andes
Voor biologen was het lang moeilijk om te bepalen welke hagedissen in de regio precies tot welke soort behoorden, omdat veel populaties op het eerste gezicht gelijkaardig uitzien. Daarom combineerden ze genetisch onderzoek met gedetailleerde metingen en tellingen van de schubben.
Hoewel veel soorten uiterlijk nauwelijks van elkaar verschillen, blijkt er volgens de onderzoekers een grote genetische diversiteit schuil te gaan achter die gelijkenissen. Zo ontdekten ze onder meer een soort die nog niet bekend was voor de wetenschap: Liolaemus arequipensis.
Mannetjes en vrouwtjes van de nieuwe soort verschillen duidelijk van uiterlijk. Mannetjes hebben een donkere tot zwarte kop en een bruin-grijs lichaam met schuine zwarte vlekken. Die vlekken zijn bezaaid met opvallende witte tot gele schubben.
Vrouwtjes hebben een lichtere bruine kop en donkere, bijna vierkante vlekken op de rug met een lichter centrum. Opvallend is dat vrouwtjes van deze soort geen precloacale poriën hebben, kleine poriën op de onderbuik die geurstoffen afscheiden. Bij verwante soorten hebben vrouwtjes daarvan doorgaans 2 tot 6.
Daarnaast onderscheidt de nieuwe soort zich doordat de schubben op de voetzolen strak naast elkaar liggen, in plaats van elkaar te overlappen als dakpannen. Ook missen de rugschubben de scherpe stekelpuntjes die bij verwante soorten voorkomen.
Hoog in de Andes
De hagedis is voorlopig alleen aangetroffen in de provincies Castilla en Condesuyos, in de Peruaanse regio Arequipa, op hoogtes tussen 3.774 en 4.818 meter. De dieren zijn daardoor aangepast aan extreme koude omstandigheden.
Onderzoek van de maaginhoud toont bovendien aan dat de soort een gevarieerd omnivoor dieet heeft. Ze voedt zich zowel met alpiene bergplanten als met geleedpotigen, zoals spinnen, kevers en wantsen.
De ontdekking van de nieuwe soort is gepubliceerd in het Zwitserse wetenschappelijke tijdschrift Diversity .

