Het Duitslandmuseum in Berlijn heeft een bijzonder stuk geschiedenis aan zijn collectie toegevoegd: een brood uit de DDR dat al 36 jaar in de diepvries ligt. Een Oost-Duitse informaticastudent kocht het in 1990, omdat hij vreesde dat er na de invoering van de Duitse mark mogelijk een tekort aan eten zou ontstaan. Ontdek het verhaal van 'het laatste brood uit de DDR'.
36 jaar in de diepvries, nu in het museum: het bijzondere verhaal van 'het laatste brood uit de DDR'
Duitsland viert vandaag de Dag van de Duitse eenheid, de hereniging van het land in 1990. Toen ging de voormalige Duitse Democratische Republiek (DDR) op in de Bondsrepubliek Duitsland. Het 36 jaar oude brood heeft daar alles mee te maken en wordt daarom nu tentoongesteld in het Berlijnse museum.
Michael Hagedorn, vandaag 59 jaar, kocht het brood op 26 juni 1990. De Berlijnse Muur was ruim een half jaar eerder gevallen en de Duitse hereniging was in volle gang. Enkele dagen later zou de West-Duitse mark worden ingevoerd als betaalmiddel in Oost-Duitsland.
Tekort aan eten op komst?
Hagedorn en zijn vrouw wisten niet goed wat ze daarvan moesten verwachten. Zouden ze wel aan West-Duits geld raken? En zou er na de invoering van de nieuwe munt nog voldoende eten in de winkels liggen?
"Ik was er niet zeker van hoe het zou gaan", vertelt Hagedorn aan de Duitse krant 'Berliner Kurier'. Om aan West-Duitse marken te komen, zouden mensen eerst bij de bank moeten aanschuiven. Hij vroeg zich af of er daarna nog wel brood te koop zou zijn.
Het koppel besloot daarom om een extra brood te kopen, enkele dagen voordat de Oost-Duitsers zouden veranderen van munt. Ze stopten het in de diepvries.
Uiteindelijk bleek de extra voorraad overbodig. Op 2 juli 1990 was er nog meer dan voldoende brood in Oost-Duitsland. Bovendien konden klanten nog een tijdje met Oost-Duits geld betalen.
Het was duidelijk dat niemand er nog van zou eten, maar weggooien was uitgesloten
Michael Hagedorn, eigenaar van het laatste brood van de DDR
Toch was het brood opeten nog steeds geen optie voor Hagedorn. Het brood bleef in het vriesvak liggen en ging ook bij elke verhuizing van het gezin mee. "Het hoorde op een of andere manier bij ons gezin. Het was duidelijk dat niemand er nog van zou eten, maar weggooien was uitgesloten."
Hoe het bijzondere brood nu in het Duitslandmuseum is terechtgekomen? Tijdens een zakelijke bijeenkomst ontmoette Hagedorn eerder dit jaar de directeur van het museum. Hij vertelde over het brood dat al decennialang in de diepvries lag. De museumdirecteur was meteen geïnteresseerd.
Speciale vitrine met alarm
Intussen ligt het brood in een speciale vitrine in het museum in Berlijn, waar het zorgvuldig bewaard wordt. De temperatuur wordt er constant op -22 graden gehouden om het stuk intact te houden.
Bovendien kunnen medewerkers van het museum via een speciale app op elk moment de temperatuur van de vitrine controleren. Valt de stroom uit, dan stuurt het beveiligingssysteem automatisch een sms-waarschuwing, ook midden in de nacht. Ook staat een koelbox klaar die het brood op de juiste temperatuur kan houden wanneer een storing langer zou duren.


