Een blik die plots wegschiet, een nerveus lachje, handen die beginnen te friemelen. We denken graag dat we een leugenaar feilloos kunnen herkennen. Maar zo eenvoudig is het niet. Dat weet forensisch psycholoog Yann Van den Branden. "Wie een leugenaar wil ontmaskeren, zal heel goed moeten kijken en nog beter moeten luisteren."
Zo herken je een leugenaar: "Er bestaat geen Pinokkioneus"
"De meeste mensen zijn redelijk goed in liegen en redelijk slecht in het herkennen van een leugen", vertelt forensisch psycholoog en leugendetectie-expert Yann Van den Branden in 'De wereld van Sofie' op Radio 1.
Volgens onderzoek herkennen we gemiddeld in ongeveer 54 procent van de gevallen correct of iemand liegt. Hoe kan je dan wél inschatten of iemand de waarheid vertelt? "Er is niet één ding dat iedereen doet wanneer hij liegt", zegt Van den Branden. "Er bestaat niet zoiets als de Pinokkioneus."
Er is niet één ding dat iedereen doet wanneer hij liegt
Yann Van den Branden, forensisch psycholoog en leugendetectie-expert
Wie tijdens een gesprek plots aan zijn neus krabt, wegkijkt of met zijn been begint te wiebelen, hoeft dus helemaal niet te liegen. "Misschien moet die persoon naar het toilet. Misschien heeft hij het koud. Of misschien heeft hij gewoon iets verkeerds gegeten."
Leugen-expert Yann Van den Branden: "We zijn heel slecht in het herkennen van leugens"
Combinatie van signalen
Vroeger werd in politiescholen weleens geleerd: als iemand aan zijn neus komt of naar links kijkt, dan is dat een leugen. Maar zo werkt het niet. De forensisch psycholoog kijkt daarom naar verschillende communicatiekanalen tegelijk. "Gezichtsuitdrukking, lichaamstaal, stem, woordgebruik, de inhoud van wat iemand vertelt en lichamelijke reacties zoals zweten of een versnelde hartslag kunnen allemaal informatie geven."
"Als iemand bijvoorbeeld aan zijn neus krabt, is dat op zich niets. Maar als die persoon tegelijkertijd begint te stotteren, een droge keel krijgt, op zijn stoel begint te schommelen en wegkijkt terwijl hij daarvoor altijd oogcontact maakte, dan zie je op verschillende kanalen tegelijk verstoringen."
Daarbij is het belangrijk om eerst te weten hoe iemand zich normaal gedraagt, wat zijn 'basisgedrag' is. "Pas wanneer iemand daar plots sterk van afwijkt, wordt het interessant."
Let op verkleinwoorden
Ook onze taal kan verraden hoe we ergens tegenover staan. Een opvallend signaal zijn verkleinwoorden, zegt Van den Branden. "Als we de waarheid wat willen verzachten, gebruiken we bijvoorbeeld flink wat verkleinwoorden. 'Heb je een minuutje?' Dat is nooit een minuutje."
Hij geeft nog een voorbeeld uit zijn eigen ervaring. Toen hij ooit naar een elektrische auto ging kijken, zag hij hoe een verkoper plots anders begon te praten toen een andere vrouw binnenkwam. "Hij zei: 'Mevrouwtje, u moet misschien eventjes al in het salonnetje gaan zitten. Pak een koffietje en bekijk gerust al een paar modelletjes.' Plots waren er heel veel verkleinwoorden. Dat gaf heel duidelijk aan hoe hij over die mevrouw dacht."
Woorden maken dus deel uit van de puzzel. Niet alleen wat iemand zegt, maar ook hoe iemand iets formuleert.
De vraag beantwoorden zonder ze te beantwoorden
Een ander opvallend patroon is ontwijkend antwoorden. De forensisch psycholoog noemt dat de 'Crembo-techniek', naar voormalig politicus Pieter De Crem (CD&V).
Hij verwijst naar een interview waarin De Crem vragen kreeg over problemen met de NH90-helikopters. Op de vraag of de helikopters veilig waren, zou De Crem volgens Van den Branden vooral hebben gewezen op investeringen in oordoppen en helmen voor de piloten. "Dat is een fantastisch antwoord, maar het heeft niets te maken met de vraag of die helikopters veilig zijn."
Een antwoord naast de kwestie is op zich geen bewijs dat iemand liegt. Maar het kan wel een reden zijn om verder te vragen. "Waarom antwoord je niet op die vraag? Je geeft een antwoord, maar niet op de vraag die gesteld werd." De beste strategie is volgens hem dan ook eenvoudig: stel de vraag opnieuw. En luister deze keer écht naar het antwoord.
Luister echt
Wie een leugenaar wil ontmaskeren, moet dus vooral goed luisteren. Daar loopt het volgens Van den Branden vaak mis. We luisteren niet altijd om te begrijpen wat iemand zegt, maar vooral om zo snel mogelijk te reageren. "Tijdens opleidingen over leugendetectie stel ik steeds vast dat mensen heel snel conclusies trekken in hun hoofd en niet echt tot het einde luisteren naar wat iemand gezegd heeft."
In het dagelijkse leven laten we zulke signalen meestal passeren. Omdat we ze niet opmerken, maar ook omdat we sociale gesprekken niet voortdurend willen veranderen in verhoren. "Als iemand 's morgens op kantoor vraagt hoe het gaat, verwachten we nu eenmaal zelden een uitgebreid eerlijk antwoord. 'Alles goed', zeggen we. En daarmee is de kous af. Dat is voor een groot deel sociale smeerolie", zegt Van den Branden.
Iedereen liegt
Van den Branden schreef er een boek over: 'Iedereen liegt. Hoe leugens werken en hoe je ze kan achterhalen'. Want niet elke leugen is hetzelfde. Een leugen om iemand niet onnodig te kwetsen, een smoesje om een verjaardagscadeau geheim te houden of tegen een kind zeggen dat Sinterklaas niet komt als de kamer niet wordt opgeruimd: dat zijn volgens Van den Branden voorbeelden van 'witte leugens' of leugentjes om bestwil.
Daarnaast bestaat er een grijze zone. Je zegt tegen je partner dat die broek "nog wel kan", terwijl je daar misschien anders over denkt. Maar er is ook een veel donkerdere categorie: bewust iemand misleiden om er zelf beter van te worden. Dat onderscheid is belangrijk, zeker wanneer mensen slachtoffer worden van leugens of oplichting.
Wie bedrogen is, blijft vaak achter met dezelfde vraag: hoe heb ik dit niet gezien? Het antwoord is minder geruststellend dan we zouden willen. "Soms is er simpelweg niets geweest dat het slachtoffer betrouwbaar had kunnen herkennen."

