Vertel het vooral niet verder, en al zeker niet aan auteur Judith Vanistendael: toen ik hoorde dat ze een beeldverhaal maakte waarin een witte vrouw uit Brussel klimaatvluchteling wordt, had ik mijn twijfels. Maar wat heb ik me vergist. 'De waterlanders' blijkt perfect aannemelijk, en is een zeldzaam rijke vertelling. Een pareltje.
Wat als wij Belgen de asielzoekers worden? Na deze strip klinkt het niet meer zo gek
Judith Vanistendael (52) tekende al een indrukwekkend oeuvre bijeen. Van het spraakmakende debuut 'De maagd en de neger' tot 'Toen David zijn stem verloor' en het indringende, subversieve 'Penelope'.
Haar werk is eigenzinnig, zwierig en lichtvoetig. Het is doorspekt van intensief studie- en inleefwerk. Maar dat merk je niet tijdens het lezen.
Zo bezocht ze in 2017 samen met collega-stripauteur Aimée de Jongh het vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos. Vanistendael verwerkte die ervaring eerder al in een kortverhaal 'Moria, de vergeetput van Europa'. Voor haar nieuwe strip 'De Waterlanders' trok ze vervolgens op residentie naar Noorwegen en verdiepte ze zich in de klimaatverandering.
Daardoor voelt de wereld die ze tekent niet als een verre cacotopie. Vanistendael schetst een toekomst die extreem lijkt, maar nooit ongeloofwaardig wordt.
Je zult ervan genieten terwijl het je ondersteboven keert en wel om deze 3 redenen.
Wat een verhaal
Spring mee naar het jaar 2071. Na een paar vlekkerige pagina's van regen en wateroverlast stapt Beth, een vijftiger, het podium op. De rode doeken schuiven open en voor je het weet, stroom je mee, op de vlucht.
Het zuiden is jarenlang geteisterd door aanhoudende droogte en bosbranden. Onze streken zijn langzaamaan onleefbaar geworden door overstromingen en stormen.
Het rijke land Noorwegen lijkt een veilige plek. Daar staat Beth dan tot haar eigen verbazing, als klimaatvluchteling. Aan haar zijde: haar kleinzoon Tommie en haar oude, koppige moeder Rosa. Waar haar dochter is, de moeder van Tommie, dat weet ze niet.
Ik sta met mijn mond vol tanden wanneer Beth zich registreert bij een ambtenaar. Het antwoord is kil en duidelijk
Marjan Temmerman
Ook ik sta met mijn mond vol tanden wanneer Beth zich registreert bij een ambtenaar: "Mag ik u iets vragen?" Het antwoord is kil en duidelijk: "Nee, dat mag u niet."
De scène is kort, de auteur gaat er niet dieper op in en slaagt net op die manier om de verbijstering te vatten. Want dat is niet wat we in de vrije Westerse wereld gewend zijn. Het verhaal gaat intussen onverstoorbaar voort.
De 3 krijgen een plek in een gemeenschapshuis bij andere klimaatvluchtelingen. Enkel wie uit de EU komt, mag werken en krijgt bonnen voor vis en vlees op rantsoen. Beth is bij de 'gelukkigen'. Ze kan aan de slag als schoenmaker, ook al heeft ze geen idee hoe dat moet.
Bedrieglijk eenvoudig, en dat is net de kunst
Er staat geen woord te veel in dit boek. Vanistendael begrijpt als geen ander dat een beeldverhaal pas echt werkt wanneer tekst en tekening op hetzelfde niveau staan en samen het verhaal vertellen.
Als migratiejournalist raakt het me dat ze niet in de val trapt om Beth, Tommie, Rosa en de andere vluchtelingen louter als slachtoffers neer te zetten.
Geen pathetiek of gezwollen emoties, wel mensen die willen leven. Die zich noodgedwongen schikken naar strenge, kille regels, maar tegelijk op zoek gaan naar achterpoortjes. Die kleine kantjes hebben en niet altijd voorbeeldig sympathiek zijn.
Precies dat maakt hen herkenbaar, en bij momenten zelfs hilarisch.
Met een knipoog toont Vanistendael dat ze zich bewust is van het delicate evenwicht waarop dit verhaal balanceert
Marjan Temmerman
Met een knipoog toont Vanistendael ook dat ze zich bewust is van het delicate evenwicht waarop dit verhaal balanceert.
Midden in het boek laat een niet-Europese vluchteling plots een klaagzang van zelfmedelijden horen. Vanistendael dikt die scène theatraal aan. Opnieuw verschijnt het podium met de rode doeken, én een Grieks koor om de emotie nog extra te doen aanzwellen.
Na een paar beelden stapt een andere vluchteling zichtbaar geïrriteerd het podium op: "Was dit nu echt nodig?"
"Het deed alleszins deugd", is het antwoord.
Het is zo heerlijk getekend
Judith Vanistendael is lange tijd in Noorwegen geweest, en dat merk je. Als lezer raak je mee geïrriteerd door de eindeloze regen en voel je de bijna dreigende kracht van de natuurlandschappen.
De tekeningen zijn niet omlijnd met zwarte pen. Regen, plassen en bergen buiten bestaan uit woeste vlekken waterverf.
Binnenshuis is de sfeer helemaal anders: daar hebben de tekeningen vrolijke kleuren en zijn ze afgelijnd met zacht potlood.
Soms word je meegesleurd door de vaart van het verhaal, dan weer blijf je even dobberen bij een grap of ontroerend moment
Marjan Temmerman
Ook over het vertelritme is goed nagedacht. Elke pagina heeft een andere indeling. Kleine en grote stripvakken wisselen af met paginagrote illustraties.
Daardoor laat 'De waterlanders' zich lezen als een stroom. Soms word je meegesleurd door de vaart van het verhaal, dan weer blijf je even dobberen bij een grap of ontroerend moment.
En dat maakt dit beeldverhaal gewoonweg goed en leuk. Het is gedurfd om je als gevestigd tekenaar aan zo'n gepolariseerd onderwerp te wagen, en het toch koppig uit te werken.
Het resultaat is een klein verhaal met een groots zinderend effect. Een pareltje. Dat zei ik al.
'De waterlanders' van stripauteur Judith Vanistendael verscheen op 9 september bij uitgeverij Oogachtend.

