Is oorlog tussen China en de VS op termijn onvermijdelijk? Het is een vraag die op vele lippen brandt. Vorige week waarschuwde de Chinese leider Xi Jinping de Amerikaanse president Trump in het Witte Huis voor 'de Val van Thucydides', het historische patroon waarin een gevestigde wereldmacht (VS) zich bedreigd voelt door een opkomende macht (China). Dat leidt historisch gezien vaak tot oorlog. Björn Soenens richt zijn blik dit keer op de waarschuwing van Xi.
De val van Thucydides: de gevaarlijke rivaliteit tussen de VS en China
Een oude Griekse historicus maakt 2.500 jaar na datum nog altijd de wereldpolitiek nerveus. De Griekse geschiedschrijver Thucydides probeerde te begrijpen waarom Athene en Sparta elkaar uiteindelijk naar de keel vlogen.
Thucydides beschreef in 'De geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog' hoe de opkomst van Athene Sparta in de 5e eeuw voor Christus angst aanjoeg en hoe die vrees uiteindelijk uitmondde in een verwoestende oorlog. Amerikaans politicoloog Graham Allison gaf dat mechanisme een moderne naam: de 'Thucydides Trap', De Val van Thucydides.
De grootste dreiging ontstaat niet noodzakelijk uit kwade wil, maar uit wederzijdse angst
Björn Soenens
In zijn boek 'Destined for War' (2017) onderzoekt Allison wat er gebeurt wanneer een bestaande grootmacht zich bedreigd voelt door een uitdager die steeds sterker wordt. Allison vertaalt dat mechanisme uit de Griekse tijd naar nu, naar de 21e eeuw.
De grootste dreiging ontstaat niet noodzakelijk uit kwade wil, maar uit wederzijdse angst. Zijn centrale waarschuwing is ongemakkelijk en simpel: wanneer een rijzende macht de gevestigde macht begint te benaderen, wordt oorlog waarschijnlijker.
Vandaag heet Athene China. Sparta heet de Verenigde Staten. Maar geschiedenis is geen spoorboekje waar alles volgens plan verloopt. De vraag is dus niet alleen of Washington en Peking in dezelfde val kunnen lopen, maar ook of ze haar kunnen ontwijken.
De verschuiving
De cijfers vertellen het verhaal van de verschuiving. China groeide in enkele decennia uit van een relatief arme staat tot een economische en technologische grootmacht. Van ontwikkelingsland tot industriële supermacht in nauwelijks één generatie.
Shanghai werd een woud van wolkenkrabbers. Chinese bedrijven bouwden de modernste spoorwegen, havens en bruggen over de hele wereld. De Chinese marine groeide uit tot een machtige vloot.
China produceert het meeste schepen, staal, aluminium, kledij, telefoons en zonnepanelen ter wereld. In de ooit lege straten van Peking rijden nu bijna 6 miljoen auto’s.
Tegelijk bleven de dominante Verenigde Staten beschikken over een enorm militair apparaat, een wereldwijd netwerk van (weliswaar verkruimelende) bondgenootschappen en de dollar als dominante internationale reservemunt.
Het probleem is niet dat één land eenvoudigweg sterk is en het andere zwak. Het probleem is dat beide landen hun eigen kracht door een verschillende bril bekijken.
Een broze machtsorde
Voor Washington is de Chinese opmars niet alleen een economisch succesverhaal. Ze raakt aan de bestaande machtsorde in Azië. Voor Peking is de Amerikaanse aanwezigheid in de regio evenmin louter een kwestie van stabiliteit.
Amerikaanse oorlogsschepen, bondgenootschappen en militaire bases bevinden zich in een gebied dat China steeds meer als zijn eigen strategische achtertuin beschouwt.
En dan is er Taiwan: een eiland, nauwelijks groter dan België, maar geopolitiek zwaarder dan zijn oppervlakte doet vermoeden. In de aardrijkskundeles leerde ik dat westerlingen het eiland tot de Tweede Wereldoorlog Formosa noemden.
In de eerste plaats is Taiwan voor het Westen van vitaal belang voor de aanvoer en levering van hoogwaardige computerchips uit de fabrieken van TSMC (Taiwan Semiconductor Manufacturing Company).
Voor China is Taiwan verbonden met nationale eenheid en historische legitimiteit. Voor de Verenigde Staten is de kwestie verbonden met regionale veiligheid, democratisch zelfbestuur en de geloofwaardigheid van Amerikaanse bondgenootschappen. Daardoor kan een lokale crisis snel veranderen in een confrontatie tussen 2 kernmachten.
Daar ligt misschien de belangrijkste les van Thucydides. Niet dat machten altijd met elkaar botsen, maar dat perceptie minstens even belangrijk is als macht zelf. Staten reageren niet alleen op feiten, maar op de manier waarop zij die feiten interpreteren. Angst vergroot schaduwen. Wantrouwen maakt elke beweging verdacht.
Waar zit de valstrik?
Daar zit de val: een vliegtuig dat te dicht langs een ander toestel scheert. Een oorlogsschip dat een manoeuvre verkeerd interpreteert. Een militaire oefening die door de tegenpartij als voorbereiding op een echte aanval wordt gelezen.
De geschiedenis kent genoeg voorbeelden waarin niet de oorspronkelijke bedoeling, maar de interpretatie van een handeling de crisis deed ontsporen
Björn Soenens
De geschiedenis kent genoeg voorbeelden waarin niet de oorspronkelijke bedoeling, maar de interpretatie van een handeling de crisis deed ontsporen. Dat is exact waar Xi Jinping Trump voor waarschuwde toen hij zijn Amerikaanse ambtsgenoot Trump vorige week zag in het Witte Huis.
Toch is er een belangrijk verschil met de klassieke tragedie van Thucydides: de leiders van Washington en Peking weten dat ze in een gevaarlijke wereld van kernwapens leven. Dat klinkt bijna banaal, maar het is cruciaal.
De Verenigde Staten en China kunnen elkaar enorme schade toebrengen zonder dat een 'klassieke' overwinning gegarandeerd is. De herinnering aan de Cubacrisis van 1962 toont wat dat betekent.
Cubacrisis
In oktober 1962 kwamen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie gevaarlijk dicht bij een nucleaire confrontatie. Uiteindelijk kozen beide partijen voor een vreedzame uitweg. Niet omdat hun belangen plots verdwenen, maar omdat de prijs van escalatie ondraaglijk werd.
Daar ligt misschien een van de sleutels om aan de Thucydides-val te ontsnappen: niet vertrouwen op goede bedoelingen, maar instellingen bouwen en afspraken maken die potentieel destructieve incidenten kunnen overleven. Een bijkomende factor die oorlog afwendt, is wederzijdse economische afhankelijkheid: Amerika heeft kritische grondstoffen uit China nodig, en China wil heus zijn Amerikaanse afzetmarkt niet kwijt.
De telefoonlijn tussen Washington en Moskou ontstond na de Cubacrisis. Niet omdat Amerikaanse en Sovjetleiders elkaar plots aardig vonden, maar omdat ze begrepen dat misverstanden in een nucleaire wereld noodlottig konden zijn.
Op zoek naar strategische terughoudendheid
Iets vergelijkbaars is denkbaar tussen Washington en Peking: directe communicatie tussen militaire bevelhebbers, duidelijke afspraken over incidenten op zee en in de lucht, mechanismen voor crisisbeheersing en diplomatieke kanalen die blijven functioneren wanneer de politieke temperatuur stijgt.
Maar communicatie alleen volstaat niet. Er moet ook een zekere vorm van strategische terughoudendheid bestaan. Washington hoeft niet iedere Chinese economische of technologische doorbraak als een existentiële bedreiging te behandelen.
Peking hoeft niet iedere Amerikaanse aanwezigheid in Azië te interpreteren als bewijs van een samenzwering om China permanent klein te houden.
De Verenigde Staten en China zijn concurrenten, maar ook elkaars economische partners. Hun universiteiten werken samen. Hun bedrijven investeren over en weer. Hun burgers reizen, studeren en ondernemen over de grenzen heen.
Anders dan Athene en Sparta leven zij niet in gescheiden werelden. Juist die verwevenheid maakt een conflict tegelijk minder waarschijnlijk én potentieel veel ontwrichtender.
Geschiedenis vol angsten
Grootmachten zijn niet alleen bang voor elkaars wapens. Ze zijn bang voor elkaars bedoelingen. De geschiedenis zit vol met zulke angsten.
Het was de opkomst van een overmoedig Athene en de vrees en paranoia van Sparta die oorlog tussen beide onvermijdelijk maakte en de Griekse beschaving na 30 jaar oorlog een fatale slag toebracht.
Een opkomende macht verlangt erkenning. Een gevestigde macht vreest verlies
Graham Allison in zijn boek 'Destined for War'
Voor de Britten was de Duitse vloot vóór de Eerste Wereldoorlog een bedreiging. Voor Duitsland was de Britse dominantie een verstikkende beperking. De angst voor statusverlies, en onzekerheid, leidden tot een roekeloze respons.
Beide staten beschouwden hun eigen gedrag als defensief en dat van de ander als offensief. Uiteindelijk werden wantrouwen en misverstanden een verwoestende politieke kracht.
Een opkomende macht verlangt erkenning. Een gevestigde macht vreest verlies. Beide gevoelens zijn begrijpelijk. Beide kunnen tegelijk waar zijn. De kunst van staatsmanschap bestaat erin die emoties niet de richting van de geschiedenis te laten bepalen.
De Amerikaanse en Chinese leiders kunnen gevaarlijke escalatie proberen te doorbreken door concurrentie en samenwerking naast elkaar te laten bestaan. Ze kunnen elkaar economisch beconcurreren en tegelijk samenwerken rond klimaatverandering of AI.
Ze kunnen rivaliseren op het gebied van halfgeleiders en kunstmatige intelligentie en toch afspraken maken over de veiligheid van die technologieën. Ze kunnen elkaar militair afschrikken en tegelijkertijd militaire incidenten beheersbaar maken. Door ieder zijn plaats onder de zon te gunnen en de kalmte te bewaren.
China zal zijn trots niet meer laten schieten zoals aan het begin van de 20ste eeuw, toen het land door westerse mogendheden en Japan gereduceerd werd tot een halve kolonie, tijdens de zogenaamde 'eeuw van nationale vernedering'.
Xi Jinping lijkt ook veel en veel minder dan Trump behoefte te hebben aan applaus, bloemen en gejuich: geen triomfantelijke vlaggen, geen historische redevoeringen, geen moment waarop zijn grootmacht aankondigt de andere definitief te verslaan.
Xi kijkt voorbij de oppervlakkigheden van de macht. China heeft veel meer interesse in het verspreiden van zijn goederen en zijn internationale standing, dan dat het belangstelling toont in het verspreiden van zijn waarden.
De val van Thucydides is niet onvermijdelijk
Allison beschrijft in 'Destined for War' een patroon dat door de geschiedenis loopt. Hij zegt niet dat oorlog onvermijdelijk is. Zijn voorbeelden tonen juist dat sommige machtswisselingen of geopolitieke verschuivingen vreedzaam verliepen, terwijl andere eindigden in catastrofe.
De VS en China kunnen aan de val ontsnappen. Niet door de rivaliteit te ontkennen, maar door haar te erkennen en te beheersen
Björn Soenens
De val is dus geen natuurwet. Ze ontstaat wanneer angst, ambitie, misrekening en binnenlandse druk elkaar versterken en eindigen in drama.
De Verenigde Staten en China kunnen aan die val ontsnappen. Niet door de rivaliteit te ontkennen, maar door haar te erkennen en te beheersen. Niet door te doen alsof ze vrolijke vrienden zijn, maar door ervoor te zorgen dat oorlog nooit de enige denkbare uitkomst wordt.
Thucydides schreef over een wereld van soldaten met lansen, over galeien en stadstaten. Allison kijkt naar vliegdekschepen, raketten, chips en kunstmatige intelligentie. De technologie is veranderd. Het menselijke probleem nauwelijks.
Wat is de diepste les?
Ook voor Europa bevat de discussie een ongemakkelijke boodschap. Te lang leefde het continent met de overtuiging dat economische verwevenheid vanzelf politieke stabiliteit zou opleveren.
De oorlog in Oekraïne heeft die vanzelfsprekendheid doorbroken. Handel alleen voorkomt geen conflicten. Afhankelijkheid kan ook een geopolitiek wapen worden. Veiligheid, economie en diplomatie laten zich niet langer netjes van elkaar scheiden.
Misschien is dat wel de diepste les die Graham Allison, bewust of onbewust, opnieuw onder de aandacht brengt: niet dat geschiedenis ons vertelt wat er zàl gebeuren, maar dat zij ons dwingt beter na te denken over wat er kán gebeuren. De keuze ligt bij de leiders die aan de knoppen van de wereld zitten.


