De provincie Limburg heeft bij de Unesco de kandidatuur van De Wijers ingediend, voor een erkenning als Mens- en Biosfeergebied. De beslissing wordt over een half jaar verwacht. Vandaag is ook de 'landschapsbiografie' van De Wijers voorgesteld. "Die biografie moet het levend geheugen van Limburg worden", aldus deputeerde van Natuur en Toerisme Laura Olaerts (N-VA).
Limburg publiceert landschapsbiografie De Wijers ter ondersteuning kandidatuur als Unesco Mens- en Biosfeergebied
De kandidatuur van De Wijers als UNESCO Mens- en Biosfeergebied is officieel ingediend bij de Vlaamse Unesco-commissie. Het gebied staat bekend als het 'Land van 1.001 vijvers' en wil met het label meer internationale erkenning krijgen.
Over De Wijers is nu ook een 'landschapsbiografie' geschreven. "Dat is een naslagwerk over hoe het gebied tot stand is gekomen en welke impact het heeft op wonen, werken en leven", vertelt gedeputeerde Laura Olaerts (N-VA).
Landschapsbiografie
In die landschapsbiografie is er specifiek gekeken naar de impact van de viskweek. In het landschap van De Wijers duiken immers 1.175 visvijvers op. Het natuurgebied dankt zijn naam, 'wijer', ook aan het woord 'visvijver'.
Ook ecologen en archeologen hebben een bijdrage geleverd aan het boek. "Genk is bijvoorbeeld ontstaan uit een klein dorp, dat telkens is uitgebreid", vertelt Kristof Reulens van het Emile van Dorenmuseum. Hij is tevens een van de auteurs van de landschapsbiografie.
We willen die kennis uit het verleden gebruiken om beslissingen te nemen voor de toekomst
Limburgs gedeputeerde Laura Olaers (N-VA)
De presentatie van de landschapsbiografie vond dan ook niet toevallig in het museum plaats. "In de 19e eeuw trokken honderden landschapsschilders naar de Kempen en dus ook De Wijers om het ongerepte landschap vast te leggen", vertelt Reulens. En enkele van die kunstwerken hangen ook op in het museum.
Erkenning als Mens- en Biosfeergebied
Door menselijk ingrijpen is het landschap de laatste 100 jaar drastisch veranderd en ontstond er een unieke biodiversiteit. Denk maar aan de steenkoolmijnen. "We willen die kennis uit het verleden gebruiken om beslissingen te nemen voor de toekomst," vult gedeputeerde Olaerts aan.
Ze denkt daarbij luidop aan de toeristische sector. "Die heeft baat bij de verhalen van de streek en zetten het gebied nog meer in de kijker", gaat Olaerts verder. Met de landschapsbiografie hoopt ze dat die ondernemers dat nog meer zullen doen.
Zo kan de landschapsbiografie een hefboom zijn om de Unesco-erkenning kracht bij te zetten. Olaerts blikt alvast positief vooruit op de verdere ontwikkeling van het gebied. "We horen positieve signalen en verwachten in het voorjaar van 2027 meer duidelijkheid te krijgen", klinkt het.
Regionaal nieuws uit Limburg


