De Wetstraat is rijk aan politieke anekdotes die de geschiedenisboeken zelden halen, maar wel hun sporen nalaten. Ivan De Vadder, politiek journalist bij VRT NWS, brengt zulke vergeten verhalen opnieuw voor het voetlicht in zijn nieuwe boek. Zoals dat van de toen jonge en zeer militante Waalse landbouwer José Happart, die een stier, biggetjes, kippen en duiven door de gangen van het parlement jaagt. Jaren later zou hij uitgroeien tot een van de bekendste politici en schopt hij het zelfs tot minister van Landbouw voor de PS.
Dit artikel is een publicatie uit het boek 'De coulissen van de Wetstraat. Een blik achter de schermen van de politieke macht' van VRT NWS-journalist Ivan De Vadder (464 pagina's, uitgegeven bij Ertsberg). Het is vanaf vandaag te koop in de boekhandel en online.
Op 25 januari 1972 jaagt een jonge Waalse landbouwer, José Happart, een jonge stier, een vijftal biggetjes, kippen en duiven door de gangen van het parlementsgebouw, "bijna een klein neerhof", aldus Gaston Eyskens. Die leest op dat moment als eerste minister zijn regeerverklaring voor in de Senaat. Senaatsvoorzitter Paul Struye is net begonnen aan een 'in memoriam' voor koning Frederik XI van Denemarken wanneer plotseling geroep en getier weerklinkt in de wandelgangen.
In zijn 'Memoires' herinnert Eyskens zich het incident. Hij beschrijft de gebeurtenissen enigszins onderkoeld: "Een zaalwachter, die even de grote deur van de Senaat opendeed om te zien wat er aan de hand was, kon nog net de deur weer dichtdoen en zo verhinderen dat de zwart-wit gevlekte stier de zaal binnenkwam. De Senaat bleef aldus van incidenten gespaard en de voorlezing van de regeringsverklaring kon rustig worden voortgezet. Vanzelfsprekend liep de perstribune onmiddellijk leeg."
De versie van Emile Toebosch in het boek 'Het parlement anders bekeken' is iets bloemrijker: "Een bode opende nieuwsgierig de deur. Een jonge witgevlekte stier keek hem snuivend aan. Onmiddellijk gooide de onthutste deurwachter de deur dicht."
Toebosch vertelt hoe er even na drie uur in de namiddag een vrachtwagen voor veetransport stopt voor de hoofdingang van het parlement aan de Wetstraat. "Een twintigtal jonge mensen – later bleek dat het landbouwers waren – schaarden zich vliegensvlug rond de vrachtwagen alvorens de rijkswachters, die toen nog de bewaking van het Parlement verzekerden, beseften wat er gebeurde. Een jonge stier rende, omringd door de jeugdige bende, naar de hoofdingang van het Paleis der Natie."
De veiligheidsmaatregelen aan de ingangen van het parlementsgebouw zijn op dat moment nog minimaal: er zijn geen draaideuren of veiligheidssassen en veiligheidspasjes bestaan nog niet.
De stier opgejaagd door zijn begeleiders staat dus binnen de kortste keren in het peristilium, de inkomhal van het parlement. En daar heeft het dier de keuze tussen de groene trappen van de Kamer of de rode trappen van de Senaat. Het wordt dus de Senaat. "Ge hebt er gewoon geen idee van", vertelt achteraf een getuige, "hoe gezwind zo'n rund de bijna vijftig treden besteeg."
De journalist van de Gazet van Antwerpen die het hele gebeuren heeft gevolgd, beschrijft de scene de volgende dag: "Zonder aarzelen wipt de stier de met tapijten beklede trap op, links en rechts iets deponerend dat niet tot de parlementaire geplogenheden behoort…" Een dubbele haag bodes en militaire politieagenten kan het dier niet tegenhouden, en pas in de smalle gangen van de Senaat kan het personeel het dier overmeesteren, dat vervolgens prompt gaat liggen.
In 't Pallieterke van 3 februari 1972 lezen we:
"Hijgend lag hij op het rode tapijt in de gang rond het halfrond op de eerste verdieping. Dr. De Paep van Beveren en Willy Persijn van Wingene, respektievelijk de here-boer en de boer van de VolksUnie-Senaatsfraktie, evenals Prof. [Leo] Elaut, die óók wat van runderen scheen te kennen, gingen de stier kritisch bekijken. De indringer bleek in een toestand van verdoving geraakt. Hij was ongevoelig en nam zelfs geen nota van de onhandige soldaten en zaalwachters – dezen laatsten in hun ceremoniekostuum met kniebroek en zilveren ketting – van wie geen enkele ooit voordien zo dicht bij zulk een beest geweest was."
De vrachtwagen die de stier heeft afgezet, is intussen naar de achterzijde van het parlement gereden, naar de ingang aan de Leuvenseweg. Een tiental biggetjes en een aantal kippen en haantjes wordt daar het gebouw binnengeduwd. Die worden snel door het personeel gevangen.
Intussen is de Brusselse politie gearriveerd, wat tot nog een incident leidt. Volgens kamerlid De Facq is de politie van de hoofdstad namelijk niet bevoegd om op te treden in de neutrale zone van het parlement, noch in de gebouwen van het Paleis der Natie. Dat is op dat moment de taak van de rijkswacht, vandaag is dat de Militaire Politie. De politie druipt af na de woordenwisseling met het parlementslid. Volgens ’t Pallieterke stuit de politie zelfs niet op één maar op drie parlementsleden:
"drie V.U.-volksvertegenwoordigers, Mick Babylon, Hugo Schiltz, en [Eugeen] De Facq, die zich opwierpen als een levende borstwering, om het parlement te verdedigen tegen indringers die er inderdaad volgens de wet geen toegang hebben."
Volgens Rolf Falter in 'Het verdeelde land' is José Happart, een fruitboer uit Sint-Pieters-Voeren, afkomstig van het Luikse Herstal, trouwens niet aan zijn proefstuk toe.
Hij verwierf, samen met enkele Waalse medestanders, al eerder faam met het binnensmokkelen en loslaten van twee koeien en een stier in de Europese ministerraad voor Landbouw in de Ravensteingebouwen in Brussel op 15 februari 1971. De jonge boeren zaaien met hun beesten behoorlijk wat paniek door ze vier verdiepingen hoog te jagen, tot in de zaal waar de Europese landbouwministers vergaderden.
"De ministers waren net aan hun vergadering begonnen, toen een bode kwam melden dat er een koe in de gang stond. Het bleken er drie te zijn. De betogers deelden pamfletten uit en riepen slogans. Na een kwartier was de actie voorbij en maakte het gezelschap rechtsomkeert", zegt professor en Europakenner Hendrik Vos, die de anekdote beschrijft in zijn boek 'Dit is Europa'.
"De vergaderzaal zelf zag er intussen uit als een slagveld, niet alleen omdat de koeien er in alle hoeken op zoek waren gegaan naar gras, maar ook omdat de ministers van Landbouw en hun medewerkers zich in veiligheid hadden willen brengen op, achter en onder het meubilair. Tafels waren verplaatst en stoelen omvergetrokken om dekking te zoeken. De meeste landbouwministers hadden nog nooit in hun leven een koe van zo nabij gezien."
De 'parlementaire' stier wordt uiteindelijk naar Veeweyde gebracht, een vereniging voor dierenbescherming. De vrachtwagen wordt door de politie tegengehouden in de hoofdstad, "die zodoende toch ook nog een aandeel had in het oplossen van deze zaak".
Uiteindelijk worden er twaalf betogers aangehouden. Ze behoorden tot de Jeunes Alliances Paysannes, volgens Toebosch "Waalse jongens vergezeld van boerendochters".
In een persmededeling de dag na het incident maakt de Fédération Nationale des Jeunes Alliances Paysannes de Belgique zich druk over de afloop van de hele zaak: "Na het bezoek van een stier aan het parlement werd het dagelijks leven van veel boerengezinnen verstoord door huiszoekingen en verhoren, die altijd een intimiderend karakter hadden."
De anekdote van de stier in het parlement vertelt veel over de evolutie van veiligheidsmaatregelen in de politiek
Ivan De Vadder
De anekdote van de stier in het parlement is wereldberoemd geworden in ons land. En ze vertelt ook veel over de evolutie van de veiligheidsmaatregelen in de politiek.
In 2021, na de bestorming van het parlementsgebouw in de Verenigde Staten, wordt in de Vlaamse pers brigadegeneraal Axel Desfossés ondervraagd, de man die verantwoordelijk is voor de beveiliging van en de ordehandhaving in de gebouwen van Kamer en Senaat. Hij staat aan het hoofd van vijftig agenten van de Militaire Politie.
In 1920 werd het Paleis der Natie, zoals het parlementsgebouw in de Wetstraat officieel heet, trouwens ook bestormd, door Belgische oud-strijders van de Eerste Wereldoorlog. Vandaag is de opdracht vooral om in te grijpen wanneer iemand op de bezoekerstribune een spandoek uitrolt, pamfletten gooit of luidkeels zijn ongenoegen laat blijken.
Niet te vergelijken met de stier die Happart door het parlement jaagt. "Maar het beest is nooit de trappen opgeraakt", beweert Desfossés in 2021. De beelden en de foto's geven hem helaas ongelijk, de stier raakt wel degelijk de trappen op en stormt, opgejaagd door de jonge boeren, net niet het halfrond van de Senaat binnen.
Ik beken: ik word mateloos geboeid door wat je de 'vergeten verhalen' uit de politieke geschiedenis zou kunnen noemen, dat is mijn guilty pleasure.
Het zijn weetjes die zeker en vast wel het nieuws halen, maar nooit écht opduiken in de 'politieke geschiedenissen' zoals die achteraf worden geschreven. Toch maken ze wel integraal deel uit van het dagelijkse leven van de politici, en van de mensen die ook in dat universum ronddwalen. En politieke journalisten zoals ik maken daar nu eenmaal deel van uit. Bovendien geven de anekdotes een beeld van een bepaalde tijdsgeest, en getuigen ze ook van een evolutie in die tijdsgeest.



