Het 'Superwahljahr 2026' in Duitsland zit erop. Een jaar met 5 deelstaatverkiezingen, waarbij vooral de laatste drie in het oosten in het oog sprongen. Daar kunnen we een paar grote conclusies uit trekken: besturen leidt tot een afstraffing, radicale ideeën scoren, nuchtere ratio haalt het niet van emoties. Dat in het land van 'keine Experimente', waar Angela Merkel jarenlang kanselier bleef door haar voorspelbare - noem het ietwat saaie - rationaliteit. Het blijft wennen, ook voor veel Duitsers zelf.
Emotie boven rede: hoe de boze kiezer in Duitsland vooral troost wil
Een rijtje: Baden-Württemberg 18,8 procent (+9 procent), Rijnland-Palts 20 procent (+11 procent), Saksen-Anhalt 43,8 procent (+23 procent), Mecklenburg-Voor-Pommeren 38,2 procent (+21,5 procent), Berlijn 16,3 procent (+7,2 procent). Het zijn de resultaten van de uiterst rechtse AfD bij de voorbije 5 deelstaatverkiezingen. In elke deelstaat lukt het de partij het resultaat in 5 jaar tijd minstens te verdubbelen.
Tegelijk zien we regeringspartijen als de CDU en de SPD verkiezing na verkiezing verliezen. Met soms dramatische dieptepunten, zoals de SPD in Baden-Württemberg (5,5 procent) of de CDU in Mecklenburg-Voor-Pommeren (4,9 procent). Dat laatste resultaat is onder de kiesdrempel, wat betekent dat de CDU voor het eerst in het bestaan van de partij niet in een deelstaatparlement zit.
De CDU en SPD zijn de partijen die al jaren - eigenlijk de hele naoorlogse periode - Duitsland besturen. Vooral de CDU was er zo goed als altijd bij, soms met de liberalen als juniorpartner, soms met de SPD, zoals nu. Die 2 partijen hebben Duitsland gemaakt tot wat het nu is: de economische motor in het hart van Europa. Het land dat 2 keer afrekende met een anti-democratische erfenis, in 1945 en nog eens in 1989.
'Minder holocaust'
Dik 80 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog en 37 jaar na de val van de muur, zijn de Duitsers er klaar mee. Dat is niets minder dan een radicale breuk. Een niet te onderschatten deel van de Duitsers voelt zich niet langer geremd door de geschiedenis, maar kijkt met kwaadheid naar het heden en een donkere bril naar de toekomst.
Met enerzijds een partij als de AfD die pleit voor 'minder holocaust' en meer Bismarck (de historische stichter van Duitsland) die zowat overal de grote winnaar is. En met anderzijds een partij als Die Linke die als erfgenaam van de bouwers van de Berlijnse Muur als grootste in Berlijn zelf is. Een decennium geleden net nog te ver gezocht voor politieke fantasy.
Daar zal klassiek politiek Duitsland een antwoord op moeten vinden. Anders dreigen nog meer rijtjes zoals hierboven.
Hoe radicaler, hoe liever
Zeker de laatste 3 verkiezingen, in 2,5 deelstaten in het oosten- als we Berlijn historisch recht aandoen - gooien hoge ogen. De resultaten van de AfD in Saksen-Anhalt, waar ze net de absolute meerderheid niet haalden en Mecklenburg-Voor-Pommeren zijn de beste ooit.
Twee jaar geleden kwamen ze ook al als de grootste uit de stembus in een andere Oost-Duitse deelstaat, Thüringen. Toen vonden we het groot nieuws dat ze de grootste werden, nu gaat het al over 'de absolute meerderheid of niet'. De opmars lijkt niet te stoppen.
Opmerkelijk daarbij is de weg die de AfD net in Oost-Duitsland ingeslagen is: ook op de radicalisering staat geen grens. De lokale afdelingen in onder meer Thüringen en Saksen-Anhalt worden door staatveiligheid gevolgd als 'extreemrechts'.
Er zitten verschillende figuren met een neo-naziverleden in, Poetin-fans van het eerste uur. Van begrippen als het fel omstreden 'remigratie' trekt niemand nog een wenkbrauw op, aparte klassen voor vluchtelingenkinderen om te vermijden dat ze zouden inburgeren is een alledaags AfD-idee, meer Russisch op school of het uitbannen van niet zuivere Duitse cultuur een bijna vanzelfsprekendheid. Net in de regio's waar het programma extremer is dan ooit, scoort de AfD.
7 oktober 2023
Eenzelfde verhaal zien we trouwens in Berlijn, waar Die Linke de verkiezingen wint en meer dan een kwart van de kiezers kan aanspreken. Met een programma dat onder meer onteigeningen van privébezit bepleit, om op die manier de wooncrisis in de stad aan te pakken.
Binnen de Berlijnse afdeling zit ook een fanatiek anti-semitische vleugel, waar onder meer de aanslag van 7 oktober 2023 in Israël door Hamas niet als terrorisme wordt aanzien. Het leidde eerder al tot spanningen binnen de partij.
Ook dat deerde in een stad waar de verdediging van het Joodse leven staatraison is de kiezer niet om voor die partij te gaan. Net in die stad waar de voorgangers van Die Linke ooit een muur bouwden.
Cordon sanitaire
Dus krijg je 3 verkiezingen op rij die gewonnen zijn door uitersten, 2 keer op rechts, 1 keer op links. Toch is de kans klein dat de overwinnaars effectief in het bestuur terechtkomen. Rond de AfD heerst een cordon sanitaire, dus niemand wil in principe met hen samenwerken.
Die Linke heeft in Berlijn meer kans, omdat vanuit de SPD en de Groenen geen cordon rond die partij staat. Ze regeerden al vaker samen in Oost-Duitse deelstaten, maar met de Berlijnse versie van Die Linke, ligt dat een stuk moeilijker.
Voor de SPD liggen de onteigeningen van privébezit moeilijk, de Groenen hebben het zeer lastig met de houding van Die Linke over Gaza en Israël. Er zal nog veel water door de Spree moeten stromen, voor het zover is.
Hoe rationeler, hoe minder
Net dat ze waarschijnlijk - zeker de AfD - oppositie kunnen blijven voeren, maakt die partijen potentieel nog sterker. Want de Duitser is boos en ontevreden. Zeer boos en ontevreden, in grote delen van het land zelfs. Daar zijn de klassieke partijen - zeker die 2 die Duitsland gemaakt hebben tot wat het is - dus slachtoffer van.
Als je op verkiezingsmeetings bij Duitsers op straat gaat peilen wat volgens hen verkeerd loopt, krijg je een brede waaier: van migratie, over de economie - vaak de economie - tot de brandstofprijzen, van persoonlijke verhalen tot een groot identitair onbehagen. Voor de een zijn het de jobs die verdwijnen, voor de andere dat het verdacht zou zijn met een Duitse vlag te zwaaien in plaats van een regenboogvlag.
Wat ze wel gemeen hebben: het is de schuld van de klassieke politici. Want die willen 'niet luisteren naar het volk en niet doen wat het volk wil'. Daar zijn ze het doorgaans over eens.
Friedrich Merz
De absolute verpersoonlijking daarvan, is kanselier Friedrich Merz geworden. De rijke ondernemer met een eigen vliegtuig, die vooral vindt dat de Duitsers harder moeten werken, om zo de economie er weer bovenop te krijgen. Merz kreeg bij de laatste Bondsdagverkiezingen nog het vertrouwen, net omdat hij de man leek die de economie weer op de goede rails zou krijgen, na jaren van stagnatie of achteruitgang.
Het enige probleem: de Duitsers lusten zijn recepten niet. En nog veel minder de manier - soms nogal bot - waarop Merz zijn recepten opdient. Daarnaast heeft hij ook de pech dat economische hervormingen - ook als je beslissingen neemt die wel degelijk positieve impact hebben - zich vaak pas veel later laten voelen, terwijl de vervelende gevolgen zich vaak onmiddellijk laten voelen.
De kanselier beseft het ook. Beseft ook hoe dramatisch de situatie voor zijn partij is. 2 weken geleden, na Saksen-Anhalt, sloeg hij een soort mea culpa: "Mijn partij slaagt er niet in de Duitsers met emoties te bereiken", zei hij de dag na de verkiezingen. Het was niet de meest opgepikte, maar wel meest rake quote van Merz in zijn periode als kanselier.
Troost
Het is inderdaad het grote probleem van de CDU en bij uitbreiding ook de andere regeringspartij, de SPD. Ze proberen Duitsland te besturen met pure ratio, nuchterheid, een mix van boekhouden en landzorg, zoals ze altijd - en met succes - gedaan hebben.
Alleen is de periode van vanzelfsprekende vooruitgang, van het 'wonderland dat elke opdoffer overwon', voorbij. Op verschillende vlakken kreeg Duitsland de voorbije jaren klappen te verwerken.
En die klappen vragen een andere zorg: net als een kind dat op zijn knie gevallen is, eerder troost nodig heeft - ook al helpt dat niet tegen een schaafwonde - dan een pleister.
Wat nu?
Hoe de klassieke partijen het tij kunnen keren, is een vraag die momenteel niet zo gemakkelijk te beantwoorden is. Nu wordt daarbij vooral hard gefocust op de figuur van Merz zelf. De voorbije weken werd uitvoerig gespeculeerd over een vroegtijdig vertrek: opstappen, ontslag, een vervanging.
Maar Merz gaat niet wijken. In een ongebruikelijke mededeling gisteren - 10 minuten na de eerste exitpoll - zei de kanselier dat hij blijft en dat hij verder wil werken aan zijn hervormingen.
Voor vele Duitsers het zoveelste ultieme bewijs dat 'hij niet luistert naar wat het volk wil': zijn partij wordt ongekend afgestraft, waarop hij reageert met 'we gaan hetzelfde voortdoen'.
Interne twisten
Toch is die keuze minder tegendraads en koppig bedoeld, als ze zou kunnen overkomen: een kanselier vervangen is niet eenvoudig. Het kan enkel - zonder verkiezingen - als de kanselier zelf opstapt.
Daarna moet eerst de partij het eens worden over een mogelijke opvolger en die moet dan door een meerderheid verkozen worden in de Bondsdag. Met andere woorden, je zou de SPD ook moeten overtuigen van een nieuwe kandidaat.
De eerste hindernis is potentieel nog de moeilijkste: wie oh wie is momenteel de meest logische opvolger van Merz binnen de CDU/CSU. Velen voelen zich geroepen, maar 1 iemand kan het zijn. De kans dat de partij in interne twisten belandt, is zeer groot.
Met als gevolg een versterking van het beeld van de politiek die zich vooral met zichzelf bezighoudt, in plaats van met de woede van het volk. Het spreekwoordelijk kind dat vooral troost wil, zou dan zelfs geen pleister krijgen, omdat de ouders er niet uit zijn wie die taak op zich mag nemen.
En dus is blijven zitten inderdaad de beste keuze voor Merz. En hopen dat de stemming keert tegen de verkiezingen in 2029: dat al het negatieve rond zijn persoon de volgende 3 jaar wat gaat liggen en dat zijn hervormingen ook echt aanslaan.
Al zal dat ijdele hoop zijn, als die hervormingen misschien wel op de bankrekening aankomen, maar niet in het hart van de Duitsers. Zelfs met een pleister, zal iemand moeten troosten.



