Wat gebeurt er met de vele duizenden migranten die de Middellandse Zee zijn overgestoken en in Italië zijn terechtgekomen? Velen van hen komen terecht in de landbouw, waar ze tegen een hongerloon onze tomaten en sinaasappels plukken. Willem Van Mullem trekt voor VRT NWS naar Borgo Mezzanone in het zuiden van Italië, het grootste getto van Europa.
Wie plukt onze tomaten? VRT NWS trekt naar het grootste getto van Europa
In Marcinelle, voorstad van Charleroi, is vorige maand de mijnramp herdacht die in 1956 het leven eiste van 262 arbeiders. De meeste van hen - 136- waren Italianen die als gastarbeider naar ons land waren gehaald, dromend van een beter leven.
Zelfs na 70 jaar is de herinnering aan Marcinelle in veel Italiaanse dorpen nog altijd springlevend. Maar Italië is al lang niet meer louter een land van emigranten. Integendeel, de voorbije decennia is het juist een aankomstland geworden voor duizenden migranten die elk jaar de Middellandse Zee oversteken.
Velen van hen zien Italië als de poort naar Europa, maar voorbij die 'poort' raken ze zeker niet allemaal. Duizenden, vooral Afrikaanse migranten, zijn gestrand op Italiaanse landbouwvelden, waar ze tegen een hongerloon tomaten, courgettes of sinaasappels plukken.
Grootste getto van Europa
Wonen doen ze in geïmproviseerde barakken in de buurt van de akkers. Sommige van die barakkenkampen zijn uitgegroeid tot echte sloppenwijken. 'Baraccopoli', zoals ze in het Italiaans worden genoemd.
Willem Van Mullem reisde voor VRT NWS naar zo'n 'baraccopoli' in Apulië (Puglia), in het zuiden van Italië. Naar Borgo Mezzanone, het grootste getto van Europa.
Hier wonen - of eerder: bivakkeren - 5.000 tot 6.000 arbeidsmigranten in huizen zonder elektriciteit of stromend water. De sloppenwijk Borgo Mezzanone telt meer inwoners dan het naburige dorp. Alleen zijn hier nauwelijks voorzieningen: geen winkels, geen dokters.
Niemand wil hier blijven, niemand. Het brandt hier voortdurend, mensen sterven hier
Arbeidsmigranten in Borgo Mezzanone
"Niemand wil hier blijven. Niemand", zegt een van de arbeidsmigranten in de reportage. "Alles hier is opgetrokken uit plastic. Het brandt hier voortdurend, mensen sterven hier. Elke dag sterven mensen, het is niet normaal."
"Mijn leven in Gambia was beter dan hier", zegt Amadou, een man die al 9 jaar in Borgo Mezzanone verblijft. "Daar had ik mijn familie: een vrouw en 3 kinderen. Als ik 's avonds in bed lig en het donker wordt, denk ik aan hen. Ik droom dat ik morgen een beter leven kan beginnen voor mijn kinderen."
Natuurlijk worden we uitgebuit, dit is moderne slavernij
Amadou, arbeidsmigrant uit Gambia
"De kinderen van de Italianen willen dit werk niet meer doen, het is veel te zwaar. Maar dat kan hen niet schelen. Wij zijn stront voor hen. Natuurlijk worden we uitgebuit. Dit is moderne slavernij. Vroeger werd je gedwongen, nu betalen ze je 5 of 6 euro per uur. Ze weten nochtans dat het werk op het veld meer dan 15 euro per uur betaald moet worden. Maar soms krijg je aan het einde van de maand zelfs gewoon je geld niet."
Student wordt tomatenplukker
De uitbuiting van de arbeidsmigranten in de Italiaanse landbouwsector is overtuigend aan de kaak gesteld door iemand uit hun eigen midden.
Yvan Sagnet is in 2008 vanuit Kameroen met een studiebeurs naar Italië gekomen. Wanneer hij die beurs dreigt te verliezen, moet hij noodgedwongen op zoek naar werk. In Apulië gaat hij 's zomers aan de slag als tomatenplukker. Op die manier maakt hij kennis met het systeem waarbinnen de arbeidsmigranten worden uitgebuit.
Dat systeem heeft een naam: 'caporalato' wordt het genoemd, naar het woord 'caporale', dat koppelbaas betekent. Een koppelbaas ronselt de arbeiders en buit ze uit tegen een hongerloon. Een deel van het geld dat zij horen te verdienen, verdwijnt in zijn zakken.
Deze illegale manier van werken is nog altijd schering en inslag in een groot deel van de Italiaanse landbouwsector, zeker in het zuiden. Het is een parallelle wereld, die de student Sagnet woest maakt.
De Italianen zijn hun eigen geschiedenis vergeten
Yvan Sagnet, oprichter van No Cap
Om het lot van de vele arbeidsmigranten te verbeteren, richt hij de organisatie No Cap (No Caporalato) op. No Cap brengt arbeiders rechtstreeks - zonder de koppelbaas als tussenschakel - in contact met boeren die wel volgens de regels willen werken. Zoals Michele, de eigenaar van een meloenenveld met wie Willem Van Mullem praat.
Al blijkt ook deze Michele niet een man te zijn die de levensomstandigheden van de arbeidsmigranten daadwerkelijk wil verbeteren. "Het zwartwerk is een systeem dat ook door de migranten in stand wordt gehouden", meent Michele. "Niet omdat er geen andere uitweg is, want er is werk voor iedereen."
Van uitspraken als die van Michele krijgt Yvan Sagnet hartzeer. "Velen denken zoals Michele", zegt hij. "De Italianen zijn hun eigen geschiedenis vergeten."
Papieren voor bijna 1 miljoen arbeidsmigranten
De Italiaanse regering van de uiterst rechtse premier Giorgia Meloni is de voorbije jaren gestart met het optrekken van de quota voor legale arbeidsmigratie.
Tussen dit jaar en 2028 zullen bijna 500.000 arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie papieren krijgen om in Italië te werken. De voorbije 3 jaar gaf de regering-Meloni ook al zo'n 450.000 arbeidsvergunningen af.
De regering doet dat vooral onder druk van de landbouwsector en de hotelsector, die allebei kampen met grote personeelstekorten. Meloni geeft liever niet te veel ruchtbaarheid aan die maatregelen, die in contrast staan met de felle anti-migratieretoriek waarvoor ze bekend is.


