Op het assisenproces in Antwerpen over de dood van de 14-jarige Jairon hebben de advocaten van de beschuldigden gepleit dat er geen sprake is van moord. Ook de aanklager ziet geen bewijzen dat de beschuldigden de jongen dood wilden. Ze vraagt om hen schuldig te verklaren voor het niet geven van voeding en verzorging, met de dood tot gevolg. De moeder en andere familieleden van Jairon vragen wél een veroordeling voor moord. Morgen gaat de jury in beraad.
Proces over dood Jairon (14) nadert conclusie: aanklager en verdediging zien geen bewijs voor moord, familie wel
Jairon werd op 25 februari 2022 dood aangetroffen in een villa aan de Kampheidelaan in Turnhout. Het lichaam van de jongen lag toen al bijna 2 maanden in bed. Hij woonde er samen met zijn vader, zijn broers en 2 andere gezinnen uit dezelfde kerkgemeenschap.
Volgens de maakten de 6 beschuldigden zich schuldig aan moord door Jairon doelbewust medische hulp te onthouden. Het openbaar ministerie ziet geen bewijs voor moord, maar houdt hen wel verantwoordelijk voor de dood van de jongen.
Wat gebeurde er?
In de nacht van 3 op 4 januari 2022 overleed Jairon (14) in het huis van zijn vader in Turnhout, nadat hij al wekenlang doodziek was.
Pas 8 weken later vond de politie hem in bed. Zijn moeder en broers wisten al die tijd niet wat er met de jongen gebeurd was. In zijn lichaam werd later gevonden.
De vader van Jairon en 5 andere beschuldigden staan terecht voor moord. Ze woonden allemaal in de villa in Turnhout in de periode dat hij overleed.
Argumentatie van de advocaten
De advocaten van de beschuldigden houden vol dat hun cliënten nooit de dood hebben gewild van Jairon.
Vader Rennlhij M. was de enige die schuldig pleitte, maar dan alleen aan onopzettelijke doding door gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid.
"Jairon werd wel degelijk gevoed en verzorgd, dat blijkt uit de aangetroffen berichten. Hij kreeg gezonde voeding, af en toe een paracetamol en moest veel rusten. Was dat voldoende? Nee. Zijn medische toestand werd fout ingeschat. Mijn cliënt is daar onvoorzichtig en ernstig nalatig in geweest, met verschrikkelijke gevolgen", aldus de advocaat van de vader.
De 5 huisgenoten van Rennlhij vroegen de vrijspraak, al dan niet omdat hun vrije wil zou zijn aangetast. Rennlhij was namelijk de leider van hun geloofsgemeenschap, die alles besliste en geen tegenspraak duldde.
"Ik zie geen kwaad opzet"
Aanklager Sofie Adé erkende dat de beschuldigden ernstig tekortgeschoten zijn in de zorg voor Jairon, maar ze gelooft niet dat ze de bedoeling hadden om hem te doden.
"Ik geloof niet dat ze Jairon dood wilden. Ik zie geen kwaad opzet", zei ze.
Volgens het openbaar ministerie staat vast dat de jongen medische hulp werd onthouden en dat hij mogelijk gered had kunnen worden indien tijdig een arts was geraadpleegd. Daarom vraagt de aanklager de veroordeling voor het onthouden van voeding en verzorging aan een kwetsbaar persoon met de dood tot gevolg.
De jury zal moeten oordelen of de feiten juridisch als moord kunnen worden beschouwd of niet. Morgen volgen de laatste replieken en vervolgens gaan ze in beraad over de schuldvragen.
Anne Marie De Clerck, advocaat van de broers van Jairon, stelde dat er eind december 2021 een duidelijk kantelmoment kwam. Volgens haar bleek uit berichtenverkeer tussen de beschuldigden dat de jongen vanaf 30 december ernstige symptomen vertoonde, waaronder stuiptrekkingen.
"Vanaf dan kon er geen twijfel meer bestaan over de ernst van zijn toestand", zei De Clerck voor het hof. Toch werd geen dokter geraadpleegd, hoewel zowel een ziekenhuis als een huisarts vlakbij waren.
Volgens de advocate kozen de beschuldigden ervoor om te vertrouwen op hun geloof in plaats van medische hulp te zoeken. "Ook toen de alarmsignalen zich opstapelden, bleven ze telkens opnieuw beslissen om niet in te grijpen."
De Clerck ziet daarin een vorm van moord door nalatigheid. Volgens haar hadden de beschuldigden ruim de tijd om op hun beslissing terug te komen en blijkt daaruit voorbedachtheid.
Ook de advocaat van Jairons moeder pleitte gisteren voor een veroordeling voor moord. Walter Van Steenbrugge stelde dat de jongen niet alleen aan zijn lot werd overgelaten, maar mogelijk ook werd vergiftigd. In een haarstaal van Jairon werd ketamine aangetroffen.
Het openbaar ministerie volgt die redenering niet. Volgens Adé werden slechts kleine hoeveelheden gevonden en is het niet duidelijk wanneer die werden toegediend. Deskundigen kwamen bovendien tot de conclusie dat Jairon niet overleden is door een toxische dosis ketamine.
Van Steenbrugge wees daarnaast op de vele signalen die volgens hem aantoonden dat de toestand van de jongen levensbedreigend was. Jairon kon niet meer praten, at en dronk nauwelijks nog en moest een pamper dragen, omdat hij niet langer uit bed kon komen.
Uit onderzoek van gsm's bleek volgens de advocaat ook dat er gezocht was naar informatie over eerste hulp bij shock. "Maar ondanks alles wat ze zagen, deden de beschuldigden niets", zei hij.
"Ik heb geen vader meer"
Eerder getuigden ook de broers van Jairon voor het hof. Zij vertelden hoe de volwassenen hen afschermden van hun zieke broer naarmate diens toestand verslechterde.
Na de nacht waarin hij volgens de beschuldigden overleed, kregen de jongens niet te horen dat hun broer gestorven was. Ze verkeerden wekenlang in de overtuiging dat hij nog leefde en in coma lag.
Pas nadat de politie het lichaam ontdekte, drong de werkelijkheid geleidelijk door. Beide broers verklaarden dat ze zich verraden voelen door hun vader.
"Ik heb geen vader meer", zei de oudste broer. Zijn jongere broer riep de beschuldigde op om eindelijk de waarheid te vertellen. "Dat is het minste wat je me kunt geven."
Regionaal nieuws uit Antwerpen


