In het Jakob Smitsmuseum in Mol en het Emile Van Dorenmuseum in Genk start een nieuwe duotentoonstelling over de vroegere kunstenaarskolonies in de Kempen. In de 19e en 20e eeuw verbleven veel kunstenaars uit binnen- en buitenland in Kalmthout, Wechelderzande, Mol en Genk. Ze reisden daar naartoe om te schilderen in het landschap.
Nieuwe expo over Kempense kunstenaarskolonies: "Ze wilden het oeroude landschap op doek vastleggen"
Samenvatting:
Het Jakob Smitsmuseum in Mol en het Emile Van Dorenmuseum in Genk openen dit weekend de tentoonstelling 'Gemaakt om geschilderd te worden' over de kunstenaarskolonies in de Kempen.
Tussen 1840 en 1920 trokken binnen- en buitenlandse kunstenaars naar Kalmthout, Wechelderzande, Mol en Genk om er buiten te schilderen, geïnspireerd door de Franse School van Barbizon.
De tentoonstelling toont 97 werken in Mol en 55 in Genk en loopt tot 17 januari, met bijhorend boek 'De schilders van de Kempen'.
In het Jakob Smitsmuseum in Mol en in het Emile Van Dorenmuseum in Genk start dit weekend de duotentoonstelling 'Gemaakt om geschilderd te worden'. De expo gaat over de kunstenaarskolonies die tussen 1840 en 1920 ontstonden in Kalmthout, Wechelderzande (Lille), Genk en Mol.
De tentoonstelling toont hoe kunstenaars vanaf ongeveer 1840 naar de Kempen trokken om buiten te schilderen. "Ze wilden dat oeroude Kempense landschap op doek vastleggen: de heide, vennen, moerassen", zegt Peter Konings, een van de curatoren.
4 kolonies in de Kempen
Waarom trokken kunstenaars vanaf 1840 naar de Kempen? "De beweging ontstond onder invloed van de Franse School van Barbizon", legt Konings uit. Dat was een Franse groep landschapsschilders die tussen 1830 en 1870 buiten schilderden bij het bos van Fontainebleau.
Na een tijdje werd het in Kalmthout te druk en trokken ze verder richting Wechelderzande
Peter Konings, curator
Dat inspireerde ook Vlaamse artiesten: meer en meer kunstenaars wilden hun schilderezels opzetten in de open lucht. "Het had een grote invloed op kunstenaars in de academies van Antwerpen en Brussel. Ze trokken steeds meer naar Kalmthout. Na een tijdje werd het daar te druk en trokken ze verder richting Wechelderzande."
In Mol trok schilder Jakob Smits, die van 1888 tot 1921 in Achterbos woonde, veel andere kunstenaars aan. De 'kunstenaarsdorpen' waren bovendien vlot bereikbaar met de trein, wat de toeloop van kunstenaars vergemakkelijkte. "Bovendien had je er herbergen waar die jongens konden verblijven", vult Konings aan.
Internationale artiesten
De purperen heide trok ook buitenlandse kunstenaars aan. "Die kwamen uit Nederland en Duitsland, Frankrijk, maar ook van over het water. Dus ook vanuit de Verenigde Staten en Canada. In Kalmthout bijvoorbeeld zaten ook Spanjaarden en Brazilianen."
Daar had de Antwerpse academie ook wel wat mee te maken. "Dat was een bekende school die veel buitenlandse studenten aantrok. Veel professoren zakten af met jonge studenten om hier te schilderen."
Emile Van Doren kwam uit Brussel, maar is in Genk verliefd geworden op het landschap én op een dame
Peter Konings, curator
Maar verschillende kunstenaars besloten ook om voor langere tijd te blijven. "Emile van Doren kwam bijvoorbeeld eigenlijk uit Brussel, maar is in Genk verliefd geworden op het landschap én op een dame die daar een hotel had. Hij is daar dan ook gebleven."
Expo en boek
Voor de tentoonstelling brachten het Jakob Smitsmuseum en het Emile Van Dorenmuseum hun collecties samen: 97 werken zijn te zien in Mol, 55 in Genk. De musea kregen hierbij ook medewerking van erfgoedkringen uit Kalmthout en Lille en van privéverzamelaars, waardoor ook werken uit gesloten privécollecties nu publiek te zien zijn. Wie beide tentoonstellingen bezoekt, krijgt een prent cadeau.
Bij de tentoonstelling verschijnt ook het boek 'De schilders van de Kempen'. Het is de eerste publicatie die de vier kunstenaarskolonies gezamenlijk behandelt. De tentoonstelling in Mol opent zaterdag, de opening in Genk volgt zondag. Beide tentoonstellingen lopen tot en met 17 januari volgend jaar.
Regionaal nieuws uit Antwerpen


