Het oudste systematische druggebruik bij de mens dateert minstens van 25.000 jaar geleden. Dat hebben Australische en Indonesische archeologen ontdekt aan de hand van sporen op de tanden van mensen in Indonesië. “Straf, al ben ik niet verbaasd”, reageert archeoloog Marc De Bie van de VUB.
Archeologen vinden oudste bewijs van regelmatig drugsgebruik op 25.000 jaar oude tanden in Indonesië
De drug in kwestie was de noot van de betelpalm, een palmboom die oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië komt. “Die pit wordt vandaag in Azië nog steeds gebruikt om op te kauwen en heeft een stimulerende werking, vergelijkbaar met cafeïne”, legt professor De Bie uit.
Vandaag wordt betelnoot doorgaans gecombineerd met gebluste kalk en andere ingrediënten. Volgens een studie uit 2015 kauwt naar schatting 10 procent van de wereldbevolking op betelproducten.
Adam Brumm, archeoloog aan de Griffith University en hoofdauteur van de studie, zegt dat de mensen de betelnoot toen ook als een soort kauwgom gebruikten.
Brumm probeerde de methode ook zelf uit en merkte dat zijn mond ervan verdoofd raakte. “Ik vermoed dat dit het effect was dat ze wilden bereiken”, zegt hij aan ABC News. De stoffen in de betelnoot hebben daarnaast ook een stimulerend effect op de hersenen.
De Bie maakt wel de nuance dat het zowel om een pijnstiller als om een psychoactieve drug kan gaan. “Maar beide kunnen natuurlijk ook samengaan.”
Diepe afdrukken op de tanden
De archeologen onderzochten menselijke resten die op 2 verschillende locaties in Zuid-Sulawesi, in Indonesië, zijn gevonden. De oudste resten dateren vermoedelijk van 16.000 tot 25.000 jaar geleden.
Beide jager-verzamelaars hadden raadselachtige, diepe afdrukken op hun tanden. Uit een analyse van de afdrukken bleek dat ze waren ontstaan door herhaaldelijk te kauwen en te zuigen op een rond voorwerp van 1 tot 2 centimeter groot.
Volgens Brumm wijzen de beschadigingen erop dat de mensen de betelnoot langdurig in hun mond hielden. Hij beschrijft tegenover ABC News een mogelijke vicieuze cirkel: “Hoe meer ze op de noot zogen om de pijn te verlichten, hoe meer schade het aan hun tanden toebracht en hoe verslaafder ze raakten aan het zuigen op de noot om die pijn te verzachten.”
Ook oudere aanwijzingen
De Bie is niet verbaasd door de ontdekking. “Het is natuurlijk een enorme uitdaging om concrete bewijzen terug te vinden. In die zin is het straf.”
“25.000 jaar geleden was een zeer boeiende periode, ook die van de Venusbeeldjes en rijke graven in Europa bijvoorbeeld, als uitingen van een groeiend zelfbesef. Experimenteren met andere vormen van bewustzijn past wel in die periode", duidt De Bie.
"We hadden ook al indirect bewijs van hallucinerend gedrag in grotten", gaat de professor in de Archeologie verder. Daarnaast bestaan er al oudere claims voor het gebruik van medicinale planten, aspirine bij neanderthalers bijvoorbeeld, tot zo’n 50.000 jaar geleden.”
Ook de vindplaats, Sulawesi, verrast De Bie niet. “Dat is een regio waarvan we recent weten dat er zeer vroeg beeldende kunst is gemaakt.”
“Vermoedelijk werd dus zelfs nog vroeger dan 25.000 jaar geleden al geëxperimenteerd met drugs. Maar tastbare bewijzen terugvinden, dat blijft natuurlijk een zeer interessante vondst”, besluit De Bie.
De ontdekking werd gepubliceerd in het tijdschrift Science Advances .

