Nelissen Steenfabrieken in Lanaken wil tegen 2030 zijn CO2-uitstoot met 42 procent verminderen. Om dat te bereiken, investeert het familiebedrijf onder meer 10 miljoen euro in warmtepomptechnologie. Maar tijdens een werkbezoek van federaal minister van Energie Mathieu Bihet (MR) uitte de directie haar zorgen over de verzadiging van het elektriciteitsnet en de hoge kosten van de energietransitie.
Nelissen Steenfabrieken in Lanaken investeert 10 miljoen in warmtepompen, maar botst op grenzen elektriciteitsnet
In het kader van de Voka Zomerstages bracht federaal minister van Energie Mathieu Bihet vandaag een bezoek aan de fabriek van Nelissen Steenfabrieken in Lanaken. De minister draaide er mee in het productieproces en ging in gesprek met de bedrijfsleiding over de verduurzaming van de energie-intensieve sector.
Nelissen stoot jaarlijks ongeveer 35.000 ton CO2 uit. Om de Vlaamse en Europese klimaatdoelstellingen te behalen, moet die uitstoot tegen 2030 met minstens 42 procent omlaag ten opzichte van 2022.
Het bedrijf plant daarvoor forse investeringen: zo wordt er 10 miljoen euro uitgetrokken om via warmtepompen de drogerij vanaf 2028 los te koppelen van aardgas. Daarnaast liggen er plannen klaar voor een zonnepark (5,5 MW), een waterstofproject van 20 miljoen euro en een verzwaring van de netaansluiting.
Stroomnet als flessenhals
Ondanks die investeringsbereidheid, botst de steenbakkerij op de grenzen van de huidige infrastructuur. "Dat we investeren in warmtepomptechnologie, heeft puur te maken met de klimaatdoelstellingen", verduidelijkt co-CEO Burt Nelissen. "Europa en Vlaanderen leggen ons die reductie op. Om onze warmte te recupereren en processen te elektrificeren is dat noodzakelijk, maar het net staat daarvoor nog niet op punt. Die 2 botsen met elkaar."
Voor de geplande investering tot 2030 heeft het bedrijf een netverzwaring verkregen bij netbeheerder Fluvius, waardoor het project uitgevoerd kan worden. De grote onzekerheid zit echter in de periode na 2030 richting 2050. Om aardgas in het bakproces volledig te vervangen, zijn veel hogere vermogens nodig of het gebruik van waterstof. Waterstof is momenteel economisch niet rendabel, terwijl de nodige stroomcapaciteit simpelweg ontbreekt.
"Het is niet alleen onze fabriek, de hele sector en ook andere industrieën zitten in hetzelfde schuitje", stelt Nelissen. "We zijn energie-intensief, ook al stoten we op zich weinig CO2 uit. Het grote probleem zit in de gigantische vermogens aan elektriciteit die we nodig hebben."
Immense infrastructuurkosten
Het gesprek met minister Bihet noemt de bedrijfsleiding wel constructief. Nelissen begrijpt dat de overheid voor een lastige spreidstand staat: "De minister heeft heel duidelijk uitgelegd dat er werk van wordt gemaakt, maar dat het traag gaat en immens veel geld kost", zegt Burt Nelissen. "En in tijden van begrotingsgesprekken moet elke euro worden omgedraaid."
Het uitbouwen en versterken van het elektriciteitsnet en een eventueel waterstofnetwerk vraagt miljarden aan investeringen. Nelissen waarschuwt voor de financiële impact daarvan: "Iemand zal die infrastructuur moeten betalen. Dat geld wordt doorgerekend aan de bedrijven en uiteindelijk aan de gezinnen. We gaan het dus allemaal samen betalen."
Minister Bihet benadrukte tijdens het bezoek het belang van een stabiel en voorspelbaar kader voor de industrie: "De energietransitie kan alleen slagen als ze hand in hand gaat met de competitiviteit van onze bedrijven. We werken aan een structureel competitievere elektriciteitskost en zetten in op een sterker stroomnet en de aanpak van netcongestie."
Regionaal nieuws uit Limburg


