Waarom willen sommige mannen als spermadonor honderden kinderen verwekken? Grootschalig onderzoek naar de motieven van zogenaamde massadonoren bestaat nauwelijks. "We moeten terugvallen op wat donoren zelf aangeven in interviews", zegt onderzoeker Astrid Indekeu (KU Leuven).
Wat bezielt massadonoren? "Mannen doneren vaak sperma omdat ze eigen genen willen doorgeven"
Vorige week raakte bekend dat een Nederlandse spermadonor van 43 jaar, Simon, minstens 121 kinderen zou hebben verwekt, onder wie 11 in België. Ook de Nederlandse donor Jonathan Meijer verwekte honderden kinderen. Naar eigen zeggen zijn het er 199, maar volgens sommige betrokkenen minstens 550 en mogelijk zelfs meer dan 1.000.
Wat drijft zulke mannen? "Een motief dat bij sommige massadonoren naar voren komt, is de wens om hun eigen genen door te geven", vertelt Astrid Indekeu, onderzoeker aan de KU Leuven, klinisch psychologe en oprichter van expertisecentrum DONAE in 'De wereld van Sofie' op Radio 1.
In een eerdere zaak gaf een donor uit Zuid-Limburg aan dat het doneren hem een goed gevoel gaf en zijn zelfbeeld verbeterde. Of dat ook geldt voor mannen die honderden kinderen verwekken, is niet onderzocht.
"Mannen doneren vaak sperma omdat ze hun eigen genen willen doorgeven"
Waarom doneren mannen?
Grootheidswaanzin of narcisme zijn termen die bij zulke extreme gevallen snel opduiken. Maar daar kunnen volgens Indekeu geen conclusies over worden getrokken. "Ik denk dat we dat vooral aan hen zelf zouden moeten vragen."
"Wel geldt een algemene psychologische regel: gedrag wordt herhaald wanneer het voor iemand een positief effect heeft. De vraag is dus in hoeverre zij zelf zicht hebben op het effect op lange termijn van het verwekken van zoveel kinderen. Staan zij daar ook bij stil?"
Over de motieven van gewone spermadonoren is wel onderzoek gedaan. Daaruit komen volgens Indekeu enkele grote groepen naar voren. "Een belangrijke motivatie is altruïsme: mannen willen anderen helpen om hun kinderwens te vervullen. Daarnaast speelt bij sommige mannen de eigen vruchtbaarheid en voortplanting een rol", vertelt Indekeu. "Ze willen bijvoorbeeld hun genen doorgeven. De mannen denken: 'ik heb goede kenmerken, een goede aanleg of bepaalde vaardigheden die ik wil doorgeven'."
Controle schiet tekort
Hoe kan het zo vaak mislopen? Adriejan van Veen doet historisch onderzoek naar misstanden rond kunstmatige inseminatie en is zelf donorkind. Hij ontdekte enkele jaren geleden via een DNA-test dat hij een van de kinderen is van een Nederlandse fertiliteitsarts die zijn eigen sperma gebruikte bij kunstmatige inseminaties. Inmiddels zijn 65 andere donorkinderen van dezelfde arts bekend.
Bij een slechte controle bestaat het risico op erfelijke ziektes
Adriejan van Veen, onderzoeker misstanden rond kunstmatige inseminatie
"Een van de factoren die misstanden in de hand hebben gewerkt, is de geheimhouding en anonimiteit die lange tijd rond donorconceptie bestonden", zegt Van Veen. "In Nederland is donoranonimiteit al sinds 2004 afgeschaft en zijn er intussen meer registratie- en controlemechanismen. Toch bleven er problemen bestaan. Zo werden de donoradministraties van verschillende Nederlandse klinieken pas in april vorig jaar aan elkaar gekoppeld."
"Tot dan konden donoren verschillende klinieken afgaan en zo de limieten omzeilen. Dat heeft veel problemen als gevolg. De kans op verspreiding van erfelijke ziektes is er 1 van. Daarnaast is er het risico op consanguïniteit: relaties tussen bloedverwanten. Ik ken daar ook voorbeelden van uit de praktijk, waarbij halfbroers en -zussen bijvoorbeeld samen in de klas hebben gezeten zonder van hun verwantschap te weten."
Wat kan er zoal misgaan bij massadonatie, en hoe kunnen we die mistoestanden vermijden?
Europees register nodig
De recente donorschandalen tonen volgens Indekeu aan dat nationale regels niet volstaan.
In België mag een donor voor maximaal 6 families doneren, maar via commerciële spermabanken kan hetzelfde zaad ook in andere landen worden gebruikt.
"82 procent van de klinieken doet geheel of gedeeltelijk beroep op commerciële banken", zegt Indekeu. "Een donor kan daardoor in België aan 6 families worden gekoppeld en daarnaast bijvoorbeeld aan 12 gezinnen in Nederland, 10 in Engeland en nog eens 12 in Denemarken. Als je dat allemaal optelt, kom je al snel aan een groot aantal genetische halfbroers en halfzussen."
Indekeu pleit daarom voor een Europees register en een Europese limiet. De European Society of Human Reproduction and Embryology stelde in juli een Europees systeem voor. Zo moet kunnen worden bijgehouden hoeveel kinderen uiteindelijk met het zaad van één donor worden verwekt, ook wanneer dat over verschillende landen heen gebeurt.
