"Als zo'n landschap afbrandt, ook al zit je op tientallen kilometers, dan brandt er ook iets in jezelf een beetje af." Dat zegt schrijver en cultuurhistoricus David Van Reybrouck na de brand in de Hoge Venen. Dat verdriet, ook wel 'landschapspijn' genoemd, herkennen steeds meer mensen. "Het is belangrijk dat we voor dat verdriet als samenleving ruimte maken", zegt hoogleraar Stef Craps.
"Er brandt ook iets in jezelf af": na de brand in de Hoge Venen groeit aandacht voor 'landschapspijn'
Van Reybrouck kent de Hoge Venen al sinds zijn tienerjaren. "Mijn eerste trektocht met rugzak en tent bracht me van Eupen naar Malmedy, dwars door het natuurgebied", vertelt hij in 'De wereld van Sofie' op Radio 1.
Toen de Hoge Venen in brand stonden, bevond hij zich in Noord-Frankrijk. "Een hele zomer lang waren er bosbranden. Op de kaart volgde ik waar ze woedden. Toen brak er ook brand uit in de Hoge Venen. Dat kwam hard aan, omdat ik een sterke band heb met dat landschap."
Er blijft altijd iets van je achter
"Landschapspijn voel je des te sterker wanneer je een persoonlijke band hebt met een plek", klinkt het. "Als je er herinneringen hebt, als je er foto's hebt gemaakt en/of er met vrienden bent geweest..."
Er blijft altijd iets van jezelf achter op een plek waar je bent geweest, en die plek blijft ook altijd in je lichaam bij je
David Van Reybrouck, schrijver en cultuurhistoricus
Hij spreekt van een wisselwerking. "Er blijft altijd iets van jezelf achter op een plek waar je bent geweest. En die plek blijft ook altijd in je lichaam bij je. Het is alsof er een soort uitwisseling heeft plaatsgevonden."
We vergissen ons van vijand
De landschapsverandering is volgens Van Reybrouck niet alleen emotioneel. Hij maakt zich ook zorgen over de snelheid van de veranderingen en de gevolgen van de klimaatcrisis. "Wetenschappers waarschuwen ons al 30 jaar. We hebben veel te weinig gedaan en er te weinig aandacht aan besteed."
Dit gaat niet over ideologie, maar over nationale veiligheid
David Van Reybrouck, schrijver en cultuurhistoricus
Volgens Van Reybrouck wordt bescherming tegen hitte en droogte te vaak als een ideologisch thema gezien. "We hebben dat te lang geframed als iets van klein links, terwijl het een nationaal veiligheids- en gezondheidsvraagstuk is."
Hij wijst op de grote investeringen in militaire veiligheid. "We hebben miljoenen gevonden voor F-35-straaljagers, maar niet één blushelikopter die ergens op trekt." Daarom stelt hij het scherp: "Wij zijn ons van vijand aan het vergissen."
Het besef moet blijven hangen
Tijdens de brand voelde Van Reybrouck de behoefte om te schrijven. "Ik weet niet waarom, maar er borrelde van alles in mij op." Zijn verdriet groeide uit tot een bredere reflectie over verantwoordelijkheid. "Die pijn is niet alleen omdat een geliefd landschap verloren gaat, maar ook omdat we het wisten. We hebben het mee veroorzaakt."
Van Reybrouck vreest dat de verontwaardiging snel wegebt. "Het is psychologisch begrijpelijk dat je niet kan blijven rouwen zoals in de eerste dagen. En dat is misschien zelfs niet ongezond." Maar dat betekent volgens hem niet dat het verlies vergeten mag worden. "Als de emotionele rouw afneemt, dan moet het rationeel besef wel blijven hangen."
Beluister: Schrijver en cultuurhistoricus David Van Reybrouck in 'De wereld van Sofie'
Van ecologisch verdriet naar ecologische rouw
Hoogleraar Engelse letterkunde Stef Craps onderzoekt hoe mensen omgaan met ecologisch verlies. Hij maakt een onderscheid tussen ecologisch verdriet en ecologische rouw. "Ecologisch verdriet is de persoonlijke emotie wanneer natuur verloren gaat, bijvoorbeeld door een verbrand landschap, een uitgestorven soort of een aftakelende leefomgeving."
"Ecologische rouw is wat er gebeurt wanneer we dat verdriet uiten en delen: samen stilstaan bij het verlies, er woorden aan geven en verhalen en rituelen ontwikkelen."
Volgens Craps is er voor ecologisch verlies veel minder maatschappelijke erkenning dan voor het overlijden van een mens. "Als iemand sterft, begrijpen en respecteren we dat je rouwt. Maar wie diep geraakt is door een verbrand bos of een uitgestorven soort, krijgt al snel het gevoel dat hij overdrijft."
We zijn niet alleen getuigen of slachtoffers van de ecologische crisis, we dragen er zelf aan bij
Stef Craps, Hoogleraar Engelse letterkunde
Dat komt volgens hem doordat het verlies vaak moeilijk af te bakenen is en langzaam gebeurt. "Bovendien ligt het niet veilig in het verleden. De processen die het verlies veroorzaken, zijn nog bezig. We weten dat er nog meer kan verdwijnen."
Daar komt nog een ongemakkelijk element bij: onze eigen verantwoordelijkheid. "We zijn niet alleen getuigen of slachtoffers van de ecologische crisis, we dragen er zelf aan bij. Dat maakt het extra ongemakkelijk", benadrukt hij.
Emoties zijn sociaal relevant
Craps pleit voor meer plaatsen waar mensen hun ecologische verdriet kunnen delen, zoals scholen, musea, buurten en natuurgebieden. "Ecologische rouw zou niet beperkt mogen blijven tot activisten, kunstenaars, therapeuten en academici."
Verdriet kan volgens Craps ook een motor voor verandering zijn. "Emoties zijn sociaal relevant. Mensen zijn sociale wezens. Wij kijken voortdurend naar anderen om te bepalen wat normaal is."
Natuurverlies is werkelijk een verlies, en verdriet daarover is een gepaste reactie
Stef Craps, Hoogleraar Engelse letterkunde
Als iedereen doet alsof er niets aan de hand is, blijven mensen volgens hem doorgaan zoals voorheen. Publieke ecologische rouw kan dat doorbreken. "Het maakt zichtbaar dat natuurverlies werkelijk een verlies is en dat verdriet daarover een gepaste reactie is."
Volgens Craps kan rouw zo een motor voor verandering worden. "Emoties bepalen mede waaraan een samenleving aandacht schenkt en wat ze waardevol vindt. Wat ze bereid is te beschermen."
"Als mensen publiekelijk uitdrukking geven aan ecologisch verdriet, kunnen ze bijdragen aan normverandering", besluit hij.
Beluister: Hoogerlaar Stef Craps in 'De wereld van Sofie'