Premier De Wever heeft vandaag een onderhoud van 3 uur met zijn Indiase ambtgenoot Narendra Modi, en vrijdag staat hij in Mumbai tussen diamantairs en havenbazen. Geen Belgische premier werd nog zo ontvangen in India sinds Guy Verhofstadt in 2006. Twintig jaar later is India een ander land. Het is uitgegroeid tot een van de grootste economieën ter wereld. Wat valt er voor ons land te rapen?
Premier De Wever zit in India 3 uur lang samen met premier Modi: wat valt er voor ons land te rapen?
In januari bereikten de Europese Unie en India na 20 jaar gepalaver een handelsakkoord. Vorig jaar trok prinses Astrid met Vlaams minister-president Diependaele en 330 ondernemers naar New Delhi en Mumbai, en daarna kwam de Indiase minister van Buitenlandse Zaken naar Brussel. De uitnodiging voor De Wever voor een bezoek aan India was de logische volgende stap.
De regering ziet India bovendien als een van de landen waarmee België zijn economische risico's beter wil spreiden. Minder afhankelijk worden van China, en minder kwetsbaar voor wat er in de Verenigde Staten gebeurt. Duitsland, Frankrijk en Italië hebben al jaren een strategisch partnerschap met India. België loopt achter, en dit bezoek moet dat deels goedmaken.
Politiek valt het tijdstip wel ongelukkig. De Wever vertrok vlak voor het begrotingsconclaaf, waar zijn regering ongeveer 10 miljard euro moet zoeken. Dat leverde hem al verwijten op. Toch is dat een wat makkelijke kritiek. Economische diplomatie hoort ook bij de job. De interessantere vraag is wat De Wever in India concreet kan bereiken.
De cijfers zijn indrukwekkend, de handel minder
Op papier is India moeilijk te negeren. Binnenkort vierde economie van de wereld, volgens de prognoses van het IMF, net voor Japan. Groei van 6,5 procent. Anderhalf miljard inwoners, van wie 140 miljoen tot de middenklasse behoren. Het zijn cijfers die bij elk bezoek aan India terugkomen, en ze kloppen. Ze zeggen alleen niet veel over de kansen van een Belgisch bedrijf dat er morgen iets wil verkopen.
Onze export naar India bedroeg vorig jaar 4,2 miljard euro, waarmee India pas onze achttiende klant is. Van die handel is de helft diamant. Chemie, machines en voeding blijven samen een stuk kleiner. Het gros van de Indiërs blijft nog altijd te arm om Europese producten te kopen.
Bedrijven die naar India trekken, moeten rekenen op 4 tot 6 jaar voor een investering iets oplevert. De administratie is traag, regels verschillen van deelstaat tot deelstaat en de regering-Modi wil liefst dat buitenlandse bedrijven er ook produceren. Dat maakt de markt niet minder interessant, maar één bezoek van een Belgische premier verandert er weinig aan.
Antwerpen reist mee
Vrijdag krijgt het bezoek een Antwerps tintje. De Wever bezoekt de diamantbeurs van Mumbai, de nieuwe kantoren van diamantkeurder HRD, een receptie van de Antwerpse haven. Voor de titelvoerend burgemeester is dat vertrouwd terrein, al ziet die wereld er heel anders uit dan 10 jaar geleden. In 2014 ging er voor 15 miljard euro aan diamant door Antwerpen, in 2023 nog 8,5 miljard. Het slijpwerk zit al lang in Surat, in de deelstaat Gujarat, waar 9 op de 10 diamanten ter wereld bewerkt worden.
Antwerpen behield vooral een sterke positie in de handel in ruwe stenen, en ook daar kwam de voorbije jaren druk op. Begin 2024 verbood het Westen de handel in Russische diamant. Voor Antwerpen betekende dat een verlies van ongeveer 30 procent van de invoer van ruwe diamant. Een deel van die handel verschoof naar India en Dubai.
De Antwerpse sector zou daarom graag zien dat India meedoet met de boycot. Maar dat gaat niet gebeuren. India heeft nooit een sanctie tegen Rusland gevolgd en gaat dat niet doen omdat een Belgische premier het vraagt.
Wat De Wever wel kan meebrengen, staat al in het handelsakkoord: het Indiase tarief op geslepen diamant uit Europa zakt van 5,5 naar 2,5 procent. Een pleister op de wonde. Kan Antwerpen nog iets aanbieden waarvoor diamantbedrijven blijven komen in plaats van naar Surat of Dubai te gaan? Keuringsbedrijf HRD zet in op zijn certificaten, het bewijs dat een steen is wat hij lijkt. De opening van nieuwe kantoren in Mumbai past precies in die strategie.
Het grote geld zit in wapens
Ook Theo Francken sluit zich vandaag aan bij de delegatie na een bezoek aan Japan. De minister van Defensie en Buitenlandse Handel kondigde vorige vrijdag in Terzake al aan dat er tijdens de reis 7 grote defensiecontracten worden ondertekend. Welke, wilde hij nog niet zeggen. Het is misschien wel het onderdeel van de reis waar economisch het meeste te rapen valt.
India heeft een gespannen grens met China, een eeuwige rivaliteit met Pakistan en investeert enorm in zijn leger. Belgische bedrijven zijn daar al aanwezig. John Cockerill uit Luik bouwt kanontorens voor de nieuwe Indiase lichte tank en heeft daarvoor een fabriek bij Pune. Machinegeweren van FN Herstal worden in India onder licentie geproduceerd.
Ook op zee liggen er kansen. België ontwikkelde de voorbije jaren nieuwe, technologisch geavanceerde mijnenjagers, en India bekijkt die met belangstelling. De schaal is alleen helemaal anders. Waar België over enkele schepen spreekt, denkt India meteen in tientallen. Dat kan een grote bestelling opleveren.
Toch hoort daar een kanttekening bij. India koopt nog altijd veel wapens in Rusland en Frankrijk, en Modi heeft van lokale productie een politieke prioriteit gemaakt. Wie een groot Indiaas defensiecontract binnenhaalt, krijgt er meestal meteen de vraag bij hoeveel ervan in India gebouwd zal worden. Belgische bedrijven leveren dan vaak technologie of onderdelen en produceren met een Indiase partner, eerder dan dat er complete wapensystemen vanuit België vertrekken.
Waterstof via de Schelde
Minder spectaculair, maar op langere termijn mogelijk minstens zo belangrijk, is waterstof. De Antwerpse chemie en de staalindustrie moeten de komende decennia af van aardgas. Groene waterstof kan een deel van de oplossing worden, maar België heeft veel te weinig goedkope groene stroom om zelf de hoeveelheden te maken die de industrie nodig heeft.
Dat werd deze zomer nog eens duidelijk toen het Amerikaanse Plug Power zijn plannen voor een grote groene waterstoffabriek op de NextGen-site in de Antwerpse haven liet vallen. Het project bleek te duur.
Een groot deel van die waterstof zal dus moeten worden ingevoerd, waarschijnlijk in de vorm van groene ammoniak die per schip kan worden aangevoerd. India wil daar een grote leverancier van worden en investeert fors in groene waterstof als exportproduct. Antwerpen ziet zichzelf graag als een van de Europese toegangspoorten voor die Indiase energie, waarna waterstof via pijpleidingen verder kan naar onder meer de Duitse industrie.
Havenbaas Tom Hautekiet reisde in januari al langs verschillende Indiase havens. Tijdens dit bezoek van De Wever wordt volgens onze bronnen opnieuw een memorandum over samenwerking ondertekend.
Antwerpen heeft wel concurrentie. Het grote Indiase waterstofproject in Kakinada sloot in januari zijn eerste belangrijke leveringscontract met het Duitse energiebedrijf Uniper, en die leveringen dreigen via Rotterdam te verlopen. Antwerpen heeft infrastructuur en ambities, maar vooralsnog geen grote Indiase klant. Mocht er vrijdag in Mumbai naast Hautekiet ook een Indiaas waterstofbedrijf verschijnen met een concrete leveringsafspraak, dan zou dat economisch een van de interessantste resultaten van de reis zijn.
Wat De Wever niet kan
Over handelsbeleid beslist België niet zelf. Invoerrechten, quota en handelsakkoorden worden voor de 27 lidstaten samen onderhandeld door de Europese Commissie. De Wever kan Modi dus geen Belgisch handelsakkoord aanbieden en hij kan evenmin op eigen houtje tarieven verlagen.
Wat hij wel kan doen, is deuren openen. In India maakt een ontmoeting op premiersniveau voor een bedrijf echt verschil. De Wever kan Belgische bedrijven introduceren, Antwerpen als haven promoten en steun geven aan projecten die anders moeilijk van de grond komen.
Op één terrein heeft België veel meer speelruimte, en dat is migratie. Belgische bedrijven zoeken technisch geschoold personeel, zelfs diamantslijpers staan op de lijst van knelpuntberoepen. India heeft ingenieurs en IT'ers in overvloed, en de 35.000 Indiërs die vandaag in België wonen, behoren tot de hoogst opgeleide migranten van buiten Europa.
Duitsland, Frankrijk en Italië hebben daarom afspraken met India gemaakt om arbeidsmigratie en werkvisa makkelijker te organiseren. België heeft dergelijk akkoord niet.
Daar zit voor De Wever een ongemakkelijke kwestie. Zijn eigen regering voert een streng migratiebeleid, terwijl Modi bij Europese leiders bijna systematisch aandringt op meer mogelijkheden voor Indiase werknemers en studenten. Het onderwerp komt vrijwel zeker op tafel, en het antwoord van De Wever wordt minstens zo interessant als de contracten die achteraf voor de camera worden getekend.
En dan is er Modi zelf
De premier plaatst het bezoek graag in een groter verhaal. Europa moet volgens hem een soort "poolster" worden voor landen die niet voortdurend willen kiezen tussen Washington en Peking. "We worden voortdurend vernederd", zei hij eerder dit jaar over de positie van Europa tussen de grootmachten. India lijkt in dat verhaal een logische partner.
New Delhi kijkt daar zelf anders naar. India probeert al decennia te vermijden dat het zich aan één kamp bindt. Toen Donald Trump vorig jaar een tarief van 50 procent oplegde aan Indiase producten, trok Modi naar China voor een top met Xi Jinping en Vladimir Poetin. Tegelijk werkt de Indiase leider militair samen met de Verenigde Staten, koopt hij Franse gevechtsvliegtuigen en haalt hij een derde van zijn olie uit Rusland.
India ziet daar geen tegenstrijdigheid in. Het land heeft geduld, werkt samen met wie het op dat moment iets oplevert, en heeft zich nog nooit aan één kamp gebonden. Voor Europa kan het een goede partner zijn, maar een bondgenoot in de klassieke zin zal India niet snel worden.
Wat deze reis uiteindelijk echt zal opleveren, weten we pas over enkele jaren, als blijkt of de diamanthandelaars naar Antwerpen blijven komen en of er ooit Indiase ammoniak via de Schelde Europa binnenvaart. Wat er zaterdag op De Wever wacht bij zijn terugkeer, dat weten we wel al. Een begroting waarin 10 miljard euro ontbreekt, en een coalitie die daar minder geduld voor heeft dan India.


