In Spanje is Marcos Rodríguez Pantoja (80) overleden, de man die als kind 12 jaar met en tussen een roedel wolven leefde. Later keerde hij terug naar een bestaan onder de mensen, al bleef hij met heimwee terugkijken op wat hij de gelukkigste periode van zijn leven noemde. Zijn verhaal is ook verfilmd.
Marcos Rodríguez Pantoja (80) overleden, 'wolvenjongen' die als kind 12 jaar in een roedel leefde
Rodríguez Pantoja werd op 7 juni 1946 geboren in Añora, in de provincie Córdoba. Zijn familie kwam moeilijk rond in het naoorlogse Spanje. Het gezin trok naar Madrid, waar zijn moeder in het kraambed stierf toen hij 3 was. Zijn vader hertrouwde en verhuisde met het gezin naar Fuencaliente, in de Sierra Morena, waar het de kost verdiende met houtskool branden. Zijn stiefmoeder mishandelde hem.
Het werk bleek niet genoeg op te leveren om het gezin te onderhouden, waarop zijn vader hem verkocht aan een landeigenaar in de regio. Die bracht hem onder bij een geitenherder, die hem moest leren voor de kudde te zorgen. Volgens Rodríguez Pantoja kreeg zijn vader er een paard en een hut voor.
De geitenherder leerde hem vuur maken, water en voedsel vinden, gereedschap maken en konijnen en patrijzen vangen met vallen van takjes en bladeren. Lang duurde die opleiding niet: niet veel later stierf de oude man. De landeigenaar kwam daarna nog geregeld langs, maar de jongen verstopte zich telkens; hij was doodsbang dat hij naar zijn vader zou worden teruggebracht.
Op eigen houtje overleven
Vanaf dan moest de 7-jarige het alleen zien te doen. Hij leerde overleven door te kijken naar de dieren om hem heen: van hen zag hij welke bessen en wortels eetbaar waren. Wilde zwijnen roken begraven knollen; net voor ze begonnen te graven, joeg hij ze weg door stenen te gooien en pakte hij de knollen voor zichzelf.
Uiteindelijk won hij het vertrouwen van een roedel wolven. Volgens zijn eigen relaas kroop hij op een dag een wolvenhol binnen om met de welpen te spelen en viel er in slaap. Toen hij wakker werd, was de moederwolf hertenvlees aan het verdelen onder haar jongen. Hij probeerde een stuk af te pakken en kreeg een uithaal. Nadat ze haar welpen had gevoed, gooide ze hem alsnog een stuk toe.
Met de tijd werd hij deel van de roedel. Hij huilde om te waarschuwen als er gevaar dreigde en bracht voedsel mee voor de welpen. Het was de gelukkigste periode van zijn leven, zei hij later. Naarmate hij beter met de dieren leerde communiceren, vergat hij de menselijke taal.
Terug naar de beschaving
Toen hij 19 was, tipten voorbijgangers de Guardia Civil over een jongeman die op handen en voeten liep. Hij was gekleed in dierenhuiden en kon nauwelijks spreken. Agenten kwamen te paard en vingen hem met een lasso. Hij verzette zich en beet een van hen. Vastgebonden brachten ze hem naar Fuencaliente.
Rodríguez Pantoja's terugkeer naar de samenleving verliep moeizaam. De politie bracht hem terug naar zijn vader, die nooit vervolgd werd. Die leek niet onder de indruk: toen hij zijn zoon herkende, verweet hij de jongeman enkel dat hij zijn jasje kwijt was.
Een priester en nonnen leerden hem opnieuw praten, rechtop lopen, zich aankleden en met bestek eten. Daarna werd hij opgenomen in een hersteltehuis in Madrid. Hij belandde op Mallorca, waar hij in hotels en restaurants ging werken en zijn legerdienst deed.
Roman en film
Op Mallorca kruiste zijn pad in 1975 dat van Gabriel Janer Manila, toen professor aan de universiteit van de Balearen. Die interviewde en filmde hem tussen november 1975 en april 1976 en schreef een proefschrift over hem.
Aanvankelijk geloofde Janer Manila het verhaal niet, zei hij later aan de Britse openbare omroep BBC, tot hij de mensen opzocht die de jongen bij zijn terugkeer hadden opgevangen: hun relaas kwam overeen met dat van Rodríguez Pantoja. 30 jaar later bewerkte Janer Manila de opnames tot de roman 'He jugado con lobos'. In 2010 verfilmde Gerardo Olivares het verhaal als Entrelobos, met Rodríguez Pantoja zelf als adviseur.
De man werkte ook als herder en in de bouw. Een tijd lang woonde hij opnieuw in een grot, deze keer bij Fuengirola. Geld en menselijke verhoudingen bleef hij moeilijk doorgronden, waardoor hij geregeld het slachtoffer werd van oplichting en misbruik.
Als ik ze roep, antwoorden ze, maar ze komen niet naar me toe
Marcos Rodríguez Pantoja, de Spaanse 'wolvenjongen'
In september 2001 vestigde hij zich in Rante, in de gemeente San Cibrao das Viñas. Hij deelde er een woning met Manuel Barandela, een politieman op rust, die tot diens dood aan zijn zijde bleef. Daarna stelde een dorpsgenoot hem een huis ter beschikking.
Zijn wens om terug te keren naar de bergen bleef bestaan. Maar toen hij het probeerde, was de sierra veranderd: waar zijn grot was, stonden nu huisjes en schrikdraad. De wolven waren er nog wel. "Als ik ze roep, antwoorden ze, maar ze komen niet naar me toe", zei hij in 2018 tegen El País. Hij rook niet langer naar de sierra, maar naar mensen en eau de cologne.
Liever niet beroemd
De bekendheid viel hem zwaar, vertelde hij in 2018 aan The Guardian. In het begin vond hij het fijn dat na jaren van ongeloof zijn verhaal eindelijk werd gehoord. Maar al snel wilden mensen meer van hem dan hij kon geven. Journalisten bleven hem lastigvallen en mensen contacteerden hem omdat ze dachten dat hij rijk was geworden van de opbrengsten van de film.
De laatste 2 jaar van zijn leven, toen hij ziek werd, brachten buren hem naar de dokter. Hij stierf op 15 augustus tijdens de dorpsfeesten van Rante. Meer dan 300 mensen kwamen naar zijn uitvaart.
In een afscheidsbericht schreef de gemeente dat hij in Rante aankwam met een verhaal dat heel de wereld kende en hij een verhaal achterlaat dat nu ook van hen is. "Marcos, San Cibrao zal je niet vergeten."
